Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Premievrij pensioen is compensatie voor transitievergoeding!

Premievrij pensioen is compensatie voor transitievergoeding!

1 april 2020

Y werkt lange tijd bij ING en raakt arbeidsongeschikt. ING stort haar nog op te bouwen pensioen af en keert geen transitievergoeding uit, vanwege een bepaling in de cao. Y is het daar niet mee eens en gaat naar de rechter. Het gerechtshof stelt Y in het ongelijk en wijst de transitievergoeding af.

Gelden voor overgangsbepaling dezelfde regels?

Y werkt sinds 1986 bij ING, raakt eind november 2013 arbeidsongeschikt en ontvangt vanaf juni 2015 een IVA-uitkering. In augustus 2016 wordt ze ontslagen na 104 weken volledige arbeidsongeschiktheid. Op dat moment is de cao van 2015 tot 2018 (hierna: cao) van toepassing.

In deze cao staat: “Als het dienstverband wordt beëindigd vanwege volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid kom je op grond van de reglementen van de Basispensioenregeling in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidspensioen als aanvulling op je arbeidsongeschiktheidsuitkering en voor een premievrije voortzetting van de opbouw van het ouderdomspensioen. Deze aanspraken, ook als het arbeidsongeschiktheidspensioen niet tot uitkering komt, worden aangemerkt als een gelijkwaardige voorziening als bedoeld in artikel 673b Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat wanneer deze regeling voor jou geldt, je niet ook nog de transitievergoeding ontvangt.”

Y valt onder de overgangsbepaling genoemd in de cao, omdat ze al ziek was in november 2013 en na 1 januari 2014 is ontslagen. Hier staat over de voortzetting van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid het volgende:

“Vanaf het moment van ontslag wordt je pensioenopbouw in de basispensioenregeling 67 bij het pensioenfonds (…) premievrij voortgezet.

Deze voortzetting van je pensioenopbouw geldt zolang je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent en stopt uiterlijk op de dag dat je 67 jaar wordt.”

ING heeft de pensioenvoorziening premievrij voortgezet en is van mening dat deze voorzetting op grond van de cao betekent dat er geen transitievergoeding verschuldigd is.

Y wil dat ING haar een transitievergoeding van € 24.673 betaalt. Volgens haar heeft zij, doordat ze onder de overgangsbepaling valt, niet een aan de transitievergoeding gelijkwaardige voorziening als bedoeld in art. 7:673b BW (zoals dit artikel tot 1 januari 2020 luidde). Y geeft aan dat in de overgangsbepaling niets wordt gezegd over de gelijkwaardige voorziening.

Het hof Arnhem-Leeuwarden besliste eerder in het nadeel van ING omdat zij met Y van mening is dat de bepaling over het premievrij voortzetten van de pensioenen bij arbeidsongeschiktheid ook al bestond voordat de transitievergoeding bestond. Daarom kan deze voorziening niet gelijkwaardig zijn aan de transitievergoeding, aldus het hof Arnhem-Leeuwarden.

De Hoge Raad vernietigde vervolgens de beschikking van het hof Arnhem -Leeuwarden, omdat:

“ de omstandigheid dat een voorziening al voor 1 juli 2015 in een op dat moment tussen partijen geldende cao was opgenomen en na 1 juli 2015 (in een nieuwe cao) is gehandhaafd, niet zonder meer uitsluit dat die voorziening na 1 juli 2015 wordt aangemerkt als een aan de wettelijke transitievergoeding gelijkwaardige voorziening in de zin van art. 7:673b BW. Of de desbetreffende voorziening kan worden aangemerkt als een gelijkwaardige voorziening in voornoemde zin, hangt af van de omstandigheden van het geval”

De zaak wordt verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch.

Is in dit geval sprake van een gelijkwaardige voorziening?

Volgens het hof Den Bosch is er wel degelijk sprake van een gelijkwaardige voorziening.

Bij de beoordeling of een in een cao opgenomen voorziening gelijkwaardig is aan de wettelijke transitievergoeding is het uitgangspunt dat een vergelijking wordt gemaakt tussen de gekapitaliseerde waarde van de voorziening waarop de desbetreffende werknemer volgens de cao wegens die beëindiging recht heeft op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de transitievergoeding waarop die werknemer volgens de wettelijke regeling recht zou hebben, aldus de Hoge Raad. Met andere woorden is de premievrije pensioenopbouw net zoveel waard als de wettelijke transitievergoeding waar Y recht op heeft?

Y geeft aan dat ING voor het premievrije pensioen jaarlijks een bedrag € 6.061 betaalt. Dat bedrag is gedeeltelijk voor een ouderdomspensioen en gedeeltelijk voor het partnerpensioen. Voor het ouderdomspensioen is een bedrag van € 3.977 verschuldigd. Y zegt dat ING de keuze had om dit bedrag ineens te storten of per jaar. Door de pensioenen in één keer te betalen is de voorziening gelijkwaardig geworden, terwijl dat anders niet het geval zou zijn aldus Y. Het hof geeft aan dat de Hoge Raad bepaalt dat bij de vergelijking uit moet worden gegaan van de gekapitaliseerde waarde van de voorziening op datum uit diensttreding. De voorziening van Y is dat haar bijdrage van 33% is vervallen en dat ING de volledige nog op te bouwen pensioenen van uitdiensttreding tot aan de pensioendatum op 67 betaalt. Hier is sprake van een te verzekeren ouderdomspensioen van € 3.977 en partnerpensioen van € 2.784. Hiervoor heeft ING een bedrag ineens afgestort van € 90.915 in plaats van de jaarlijkse premie van € 6.061. Dat betekent volgens het hof dat - ook als het partnerpensioen niet in de vergelijking wordt betrokken - de op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst kapitaliseerde waarde van de premievrije pensioenvoorziening van Y aanzienlijk hoger is dan de transitievergoeding van €24.673. Volgens het hof is duidelijk dat ook voor Y de bepaling geldt dat de regeling voor het premievrije pensioen een gelijkwaardige voorziening is aan de wettelijke transitievergoeding, aangezien de overgangsbepaling onder hetzelfde artikel valt als de hoofdregel.

Bij de beoordeling van de ‘gelijkwaardigheid’ van een cao-voorziening kan meewegen in hoeverre die voorziening kan beantwoorden aan de functies van de transitievergoeding die de wetgever bij haar introductie op het oog heeft gehad. Die functies zijn compensatie voor de gevolgen van het ontslag alsmede de werknemer met behulp van de met de transitievergoeding gemoeide financiële middelen in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken, aldus de Hoge Raad. Het hof beschouwt de premievrije opbouw van het pensioen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens arbeidsongeschiktheid als een compensatie voor de gevolgen van het ontslag voor Y, omdat de pensioenopbouw zonder deze voorziening bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst immers was gestopt. In het geval van Y is transitie naar een andere baan niet aan de orde, maar het is volgens de Hoge Raad niet vereist dat de in de cao opgenomen voorziening is gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid om de desbetreffende voorziening als gelijkwaardig aan te merken, aldus het hof.

Het hof wijst het verzoek van Y af.

Commentaar

Het eerste hof heeft in eenzelfde soort zaak bij ABN AMRO geoordeeld dat het premievrij voortzetten van een pensioenvoorziening bij arbeidsongeschiktheid niet kan worden gezien als een gelijkwaardige voorziening voor de wettelijke transitievergoeding. Zij zag daar de aanspraak op premievrijstelling van het pensioen niet als een voorziening die is getroffen voor het geval het dienstverband wordt beëindigd, maar als een voorziening (arbeidsvoorwaarde) die is getroffen voor arbeidsongeschiktheid die is ontstaan tijdens het dienstverband. (zie ons nieuwsbericht van 22 juli 2019). Die zaak is niet voor de Hoge Raad gekomen.

 

Dat is anders voor de zaak van ING, waarbij de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden eerder plaatsvond dan de uitspraak inzake ABN AMRO. Hier stelt het hof Arnhem – Leeuwarden dat een voorziening die al bestond voordat de transitievergoeding er was, nooit een gelijkwaardige voorziening kan zijn. De Hoge Raad vernietigt deze uitspraak en verwijst de zaak aan het hof

’s-Hertogenbosch, die ING in het gelijk stelt.

Al met al is het niet duidelijk wanneer een premievrij pensioen bij arbeidsongeschiktheid wel of niet een gelijkwaardige voorziening is. Gelukkig is er nu de mogelijkheid om de betaalde transitievergoeding terug te krijgen via het UWV. Daarmee kan een einde komen aan deze bepalingen in de cao.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 12 februari 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 31 maart 2020