Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Prepensioen in mindering op WW-uitkering

18 augustus 2016

Een werknemer liet zijn prepensioen gedeeltelijk ingaan. Later werd hij ontslagen. Het UWV kortte de WW-uitkering met het pensioen. Hier leest u waarom de Centrale Raad van Beroep het UWV gelijk gaf.

Samenloop prepensioen en WW

A was in loondienst van een Stichting. De dienstbetrekking was aangegaan voor 36 uren per week. A maakte meer uren dan de afgesproken 36 uur vanwege zijn lidmaatschap aan de COR van de Stichting. Deze extra uren kreeg hij uitbetaald als overuren. In 2012 eindigde het lidmaatschap van A aan de COR. Om het inkomensverlies te beperken liet A een deel van zijn pensioen ingaan.

Op 1 juni 2013 werd het dienstverband van A met de Stichting verbroken. A vroeg en kreeg een WW-uitkering. Maar het UWV hield bij de WW-uitkering rekening met het inkomen dat A reeds kreeg uit het prepensioen. A maakte bezwaar tegen dit besluit omdat hij van mening was dat het stoppen van zijn lidmaatschap aan de COR leidde tot een verlies aan arbeidsuren. En een inkomen dat wordt verkregen ter compensatie van een eerder verlies van arbeidsuren kan niet gekort worden op de WW-uitkering.

Het UWV en de rechtbank waren het niet eens met respectievelijk het bezwaar en het beroep van A.

Centrale Raad van Beroep

De Werkloosheidswet bepaalt dat inkomen geheel op de uitkering in mindering wordt gebracht. Volgens het Algemene Inkomens Besluit (AIB) is (pre)pensioen een onderdeel van het inkomen. Op deze regel maakt het AIB een uitzondering voor (pre)pensioen dat de uitkeringsgerechtigde vóór het intreden van de werkloosheid al ontving en dat betrekking heeft op een eerder verlies aan arbeidsuren. Deze uitzondering is door de wetgever als volgt onderbouwd:
“Het gaat om de situatie waarin een werknemer tijdens zijn dienstbetrekking besluit een gedeelte van zijn werktijd in te ruilen voor een prepensioen. Als deze werknemer vervolgens werkloos wordt en voor de resterende uren WW-uitkering aanvraagt, zou zonder deze bepaling het prepensioen in mindering moeten worden gebracht op de WW-uitkering.”

De Raad van Beroep wijst het beroep van A af. Volgens de Raad was er per 1 mei 2012 geen relevant verlies aan arbeidsuren. De omvang van het dienstverband is per die datum gelijk gebleven (36 uur per week) en het blijkt dat A na deze datum nog steeds wisselende aantallen uren per week werkte. Het prepensioen heeft dan ook, in de ogen van de Raad, geen betrekking op een eerder verlies aan arbeidsuren.

Ook het beroep van A op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden slaagt niet.
Dit artikel beschermt de eigendom van natuurlijke en rechtspersonen en luidt als volgt:

Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

Een voorwaardelijke aanspraak die is vervallen omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan, valt niet onder het begrip “eigendom” in artikel 1 van het Eerste Protocol, aldus de Raad.

Commentaar

Een erg feitelijke uitspraak. Een uitkeringsgerechtigde moet aantonen dat hij in aanmerking komt voor de uitzondering; ”eerder verlies aan arbeidsuren”. Dit lukte A in deze procedure niet.

De regels met betrekking tot samenloop van WW en pensioen zijn lastig en ingewikkeld. Voor meer uitleg verwijzen wij u naar onze eerdere berichten van 24 juni 2014 en 15 september 2014.

Auteur: Paul Lavrijssen adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 4 mei 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 augustus 2016.