Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

(Pre)pensioen uit andere dienstbetrekking vermindert WW

15 september 2014

Een werkloze werknemer (W) is het er niet mee eens dat het UWV zijn WW-uitkering vermindert met zijn prepensioen. Rechtbank Gelderland doet hierover uitspraak.

De situatie van W

W werkte in het verleden bij diverse werkgevers. Bij twee daarvan bouwde W prepensioen op bij PGGM. Per 1 juli 2011 nam W 50% van zijn prepensioen op. Hij werkte op dat moment voor 12 uur in de week bij werkgever X . Vanaf 15 november 2011 werkt W bij werkgever Y voor 20 uur per week. Dit dienstverband liep op 15 november 2013 van rechtswege af. Voor dit verlies aan arbeidsuren vroeg W een WW-uitkering aan per 15 november 2013.

Het UWV bracht de prepensioenuitkering in mindering op de WW-uitkering. Hierdoor kwam het recht op WW-uitkering van W niet tot uitbetaling. W was het niet eens met het besluit en de argumenten van het UWV, omdat het verlies aan arbeidsuren niet uit hetzelfde dienstverband voortkomt als waarvoor hij gedeeltelijk prepensioen ontving.

Rechtbank

Op grond van de wet moet de WW-uitkering gekort worden, aldus het UWV. Volgens de WW (artikel 34) en het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten moet het prepensioen in mindering worden gebracht op de WW, nu het verlies aan arbeidsuren niet uit hetzelfde dienstverband voortkomt als waarvoor hij gedeeltelijk prepensioen ontvangt. En daarvan is sprake, aldus het UWV.

De rechtbank overweegt dat het prepensioen - kort gezegd - alleen dan niet tot het inkomen wordt gerekend wanneer het prepensioen betrekking heeft op een eerder verlies aan arbeidsuren uit hetzelfde dienstverband. Dat dit de keuze is geweest van de wetgever blijkt ook uit de opbouw van de betreffende regelgeving, aldus de rechtbank.

W was van mening dat het eerder verlies van arbeidsuren ook mag voortvloeien uit een ander dienstverband dan waaruit het recht op WW-uitkering ontstaat. Volgens de rechtbank zou hierdoor de uitzondering van toepassing worden op alle gevallen waarbij er sprake is van arbeidsurenverlies en een reeds voor het intreden van de werkloosheid genoten pensioenuitkering. Hierdoor zou de uitzondering gaan gelden voor alle ingegane pensioenen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest.
Bovendien leest de rechtbank in de Nota van Toelichting dat wel sprake moet zijn van een situatie waarin het prepensioen wordt genoten vanuit hetzelfde dienstverband, als waaruit het arbeidsurenverlies optreedt. Immers, genoteerd is dat "als deze werknemer vervolgens werkloos wordt en voor de resterende (cursief door de rechtbank) uren WW-uitkering aanvraagt, zonder deze bepaling het prepensioen in mindering zou moeten worden gebracht op de WW-uitkering". Hoewel in de toelichting niet letterlijk wordt genoemd de term 'hetzelfde dienstverband' moet dat naar het oordeel van de rechtbank wel als zodanig worden begrepen.

Commentaar

De Rechtbank bevestigt dat deeltijdpensioen de WW-uitkering niet vermindert wanneer dit pensioen is opgebouwd in dezelfde dienstbetrekking.

Minister Asscher (SZW) legde in juni 2014 uit aan de Tweede Kamer waarom prepensioen soms wel en soms niet gekort wordt op de WW-uitkering. Uit zijn uitleg volgde dat de volgordelijkheid ook een belangrijke rol speelt. Wanneer men eerst gedeeltelijk met pensioen is gegaan wordt de WW-uitkering die men krijgt in verband met het beëindigen van de resterende dienstbetrekking niet gekort. Zie ook ons nieuwsbericht van 24 juni jl.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Gelderland, 7 augustus 2014, nr. AWB-14_1752.