Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel

11 juni 2019

Op 5 juni presenteerde minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel. Medio juni stemmen de leden van de vakbonden over dit akkoord. Wat houdt het principeakkoord in?

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

Volgens dit principeakkoord wordt de pensioenleeftijd in de jaren 2020 en 2021 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Vervolgens zal deze doorstijgen naar 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024. Ná 2024 wordt de AOW-leeftijd weer gekoppeld aan de levensverwachting. Voor ieder jaar dat de levensverwachting één jaar stijgt, wordt de pensioenleeftijd met acht maanden verhoogd.

Tweede pijler: ontwerpadvies SER

Het kabinet en sociale partners maakten gezamenlijk afspraken over de vernieuwing van het stelsel van het tweede pijlerpensioen. De Sociaal Economische Raad (SER) bracht hierover een belangrijk ontwerpadvies uit.

Het plan is om doorsneesystematiek af te schaffen. In het nieuwe systeem zal een leeftijdsonafhankelijke premie het uitgangspunt zijn en krijgen deelnemers een opbouw die past bij de betaalde premie. Omdat de premie-inleg van jongeren langer rendeert, leidt die premie-inleg tot een hogere pensioenopbouw dan voor oudere deelnemers. Oudere deelnemers zullen (deels) worden gecompenseerd voor hun lagere pensioenpremie.

Een andere belangrijke maatregel is dat de pensioenregeling waarin medewerkers een gegarandeerde uitkering toegezegd krijgen niet langer fiscaal gefaciliteerd wordt. Dit betekent feitelijk het einde van de middelloonregeling zoals veel werknemers die nu kennen. Daarvoor in de plaats komen de zogenoemde premieregelingen. In het pensioencontract worden aldus niet langer afspraken gemaakt over een pensioenuitkering, maar over een door de werkgever te betalen premie.

Er zullen twee premieregelingen worden geïntroduceerd, waarbij het voornaamste verschil zit in de mate van risicodeling tussen de deelnemers. Het is aan de sociale partners in de sector om te bepalen aan welke regeling zij de voorkeur geven.

Tijdelijk versoepeling RVU-heffing

Werkgevers krijgen vanaf 2021 de mogelijkheid uittredingsregelingen te financieren waarmee werknemers de mogelijkheid krijgen om drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken. Een (bruto) uitkeringsbedrag van ongeveer € 19.000 per jaar wordt vrijgesteld van de RVU-heffing. Gaat de uitkering minder dan drie jaar voor de AOW-leeftijd in, dan wordt het heffingsvrije bedrag naar rato aangepast. De versoepeling van deze pseudo-eindheffing geldt voor een periode van vijf jaar.

Zelfstandigen

Er komt vooralsnog geen verplichte pensioenregeling voor zzp’ers. Wel zal het kabinet gaan bezien hoe zelfstandigen vrijwillig kunnen aansluiten bij de pensioenregeling in de sector of de onderneming waar zij werkzaam zijn. De SER heeft sociale partners verder geadviseerd om gezamenlijk met zelfstandigenorganisaties in sectoren te onderzoeken hoe zij dit kunnen realiseren. Belangrijk is dat wordt nagegaan of hiervoor draagvlak bestaat bij de zelfstandigen.

Een andere belangrijke maatregel die is afgekondigd – maar die op zichzelf losstaat van de aanpassing van het pensioenstelsel – is dat zelfstandigen verplicht zullen worden zich te verzekeren tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Het kabinet heeft sociale partners gevraagd hiervoor een voorstel uit te werken dat betaalbaar en voor iedereen toegankelijk is.

Versoepeling pensioenkortingsregels

In afwachting van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel wil het kabinet de kortingsregels omtrent pensioenen versoepelen. De dreiging die in de lucht hing dat veel fondsen op korte termijn in hun pensioenen zouden moeten gaan snijden is hiermee voor een belangrijk deel ingeperkt. Maar niet voor alle fondsen. Fondsen met een dekkingsgrens lager dan 100% ontkomen niet aan een korting.

Tijdpad

Medio juni 2019 stemmen de leden van de vakbonden in een referendum over het principeakkoord. Kort daarna verwacht Koolmees het wetsvoorstel over het aanpassen van de verhoging van de AOW-leeftijd naar de Kamer te sturen.

In het najaar van 2019 wil minister Koolmees de Kamer informeren over de voortgang van de uitwerking van de hoofdlijnen van het SER-advies, waarna wet- en regelgeving wordt ontwikkeld die nodig is voor de vernieuwing van het pensioenstelsel. Hiervoor stelt het kabinet een stuurgroep in, bestaande uit vertegenwoordigers van de sociale partners en het kabinet. Pensioenuitvoerders, toezichthouders en onafhankelijke deskundigen worden bij deze uitwerking betrokken. Het Kabinet heeft de ambitie om met ingang van 2022 dit wettelijk kader gereed te hebben.

Commentaar

Het kabinet, werkgevers- en werknemersorganisaties committeren zich gezamenlijk aan de afspraken in het principeakkoord. De maatregelen in het principeakkoord vormen een onlosmakelijk pakket van maatregelen. Weigeren van een deel van dit akkoord door de leden van de FNV op 15 juni, bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd door de leden van het FNV betekent dat het volledige pakket komt te vervallen en de weg voor het vernieuwen van het pensioenstelsel weer dicht gaat.

Maar ook wanneer zij wel instemmen betekent dit dat het nieuwe pensioenstelsel er nog (lang?) niet is. Met name de transitie naar het nieuwe stelsel en de compensatie voor de transitie van de doorsneesystematiek heeft veel voeten in aarde doordat de groep werknemers vanaf 45 jaar fors minder pensioen opbouwen onder het nieuwe systeem. Dan ligt de weg weer open voor het vernieuwen van het pensioenstelsel.

De Rijksoverheid publiceerde een tabel met de AOW-leeftijden op basis van het principeakkoord. Hieruit blijkt dat voor jongeren het verschil in AOW-leeftijd met het huidige AOW-stelsel kan oplopen tot wel 21 maanden.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 juni 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief Principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel 5 juni 219