Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Rechter: pensioenfonds informeerde deelnemer niet voldoende

7 april 2016

Een gepensioneerde voldoet volgens het reglement niet aan de voorwaarden voor een partnerpensioen. Hij had wel kunnen voldoen aan die voorwaarden wanneer hij op de hoogte was gesteld van de wijziging in het reglement. Het pensioenfonds kan de rechter niet overtuigen dat het de deelnemer goed informeerde. 

Wijziging pensioenreglement: partnerpensioen voor samenwonenden 

Pensioenfonds VNU voert de pensioenregeling uit van het personeel van VNU. In 1992 wijzigt het pensioenfonds haar reglement. Door deze wijziging komen ook ongehuwd samenwonenden vanaf 1 juli 1990 in aanmerking voor partnerpensioen. Volgens het addendum op het reglement komt een ongehuwde deelnemer in aanmerking voor een partnerpensioen als hij een gezamenlijke huishouding voert met een ongehuwde partner en het pensioenfonds schriftelijk laat weten voor partnerpensioen in aanmerking te willen komen. 

De heer X werkte vanaf 1978 tot 1990, de ingangsdatum van zijn VUT-datum, bij VNU. Gedurende de VUT-periode bleef X actief deelnemer van het pensioenfonds. Zijn pensioenopbouw ging door tot zijn pensioendatum in 1993. Sinds 1990 woonde X samen met Y, met wie hij in 2005 trouwde. X maakte toen melding van dit huwelijk bij het pensioenfonds. X wil dat zijn echtgenote na zijn overlijden aanspraak kan maken op het partnerpensioen. Volgens het pensioenreglement ontstaat geen recht op weduwenpensioen wanneer een huwelijk op of na de pensioendatum wordt gesloten. Maar door de wijziging van het pensioenreglement in 1990 ontstond wel recht op partnerpensioen wanneer een samenwonende deelnemer het pensioenfonds schriftelijk heeft laten weten daarvoor in aanmerking te willen komen. Daarop doet X nu beroep. Maar volgens het pensioenfonds komt hij daarvoor niet in aanmerking.

Volgens X liet het pensioenfonds na hem te informeren dat ook ongehuwd samenwonenden in aanmerking kwamen voor partnerpensioen. En bij zijn pensionering vroeg het pensioenfonds evenmin of hij met iemand een gemeenschappelijke huishouding voerde. Ook vroeg het fonds niet naar een samenlevingscontract. Wanneer hij wist dat ook zonder huwelijk zijn partner in aanmerking kwam voor partnerpensioen, dan had hij dat tijdig geregeld, aldus X. Hij eist dat Y alsnog in aanmerking komt voor het nabestaandenpensioen.

Hof Amsterdam

Het Hof stelt X in het gelijk. X stelt dat hij op basis van het addendum bij het pensioenreglement aanspraak heeft op een partnerpensioen omdat hij sinds 1990 samenwoont met Y. Het pensioenfonds voert aan dat zij op basis van de door X verstrekte informatie is overgegaan tot definitieve vaststelling van de pensioenrechten van X. Op basis van deze informatie kende het pensioenfonds uitsluitend een ouderdomspensioen toe, en geen partnerpensioen. Omdat zij ervan uitging dat X geen partner had en dus geen recht had op een partnerpensioen, vielen de voor dit partnerpensioen gereserveerde gelden vrij en hoefde het pensioenfonds voor dit partnerpensioen geen gelden meer aan te houden, aldus het pensioenfonds.

X brengt daartegen in dat hij destijds niet bekend was met het pensioenreglement en de inhoud daarvan, laat staan met het addendum. Volgens X ontving hij geen exemplaar van het pensioenreglement van 1 juli 1992 (of enig ander pensioenreglement) en informeerde het fonds hem niet over het op 1 juli 1990 in werking getreden addendum.

Het Hof acht niet van belang of X nooit een pensioenreglement heeft ontvangen. Het gaat er in dit geding immers om of X kennis heeft gehad van het op 1 juli 1990 in werking getreden addendum. Volgens het destijds geldende artikel 17 Pensioen- en Spaarfondsenwet rustte op het pensioenfonds de plicht om de deelnemers op de hoogte te stellen van de desbetreffende wijziging. Het pensioenfonds voerde aan dat het een normale procedure was dat zij haar deelnemers informeerde over wijzigingen. Het fonds gaf echter geen duidelijk antwoord op de vraag of daarvoor een protocol bestaat. Het Hof: “Bij deze stand van zaken moet de stelling van [appellant] dat hij niet is geïnformeerd over de mogelijkheid met ingang van 1 juli 1990 dat ook samenwonenden recht hebben op een partnerpensioen voor juist worden gehouden.” Het Hof stelt daarmee X in het gelijk. 

Commentaar 

Deze uitspraak laat zien dat de pensioenuitvoerder moet kunnen aantonen dat de deelnemers geïnformeerd zijn over wijzigingen in een pensioenreglement. Het pensioenfonds kon de rechter er niet van overtuigen dat zij X op de hoogte stelde van deze wijziging. En dat hij vervolgens in gebreke was gebleven om aanspraak te kunnen maken op partnerpensioen. 

Volgens het pensioenfonds behoorde het tot de normale procedure dat wijzigingen door het bureau personeelszaken naar huisadressen van actieve deelnemers werden gestuurd. Maar dat men daarvan natuurlijk geen verzendbewijs heeft. Het Hof hierover: “Hoewel aan het Pensioenfonds kan worden toegegeven dat het te ver zou voeren van elke verzending een verzendbewijs te vergen, acht het Hof ook deze toelichting ontoereikend. Van het Pensioenfonds mag worden verwacht dat zij ter motivering van haar betwisting concreet inzicht verschaft in de wijze waarop haar bedrijfsproces te dezen in de desbetreffende jaren was ingericht en hoe een en ander was vastgelegd opdat in elk geval met voldoende mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de “normale procedure” ook in de relevante periode na de inwerkingtreding van addendum B is gevolgd.”

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hof Amsterdam 15-3-2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 6 april 2016