Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Regeerakkoord: naar een beschikbare premieregeling met vaste inleg

11 oktober 2017

Op 10 oktober presenteerden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst”. Daarin kondigt het nieuwe kabinet aan dat de doorsneesystematiek wordt afgeschaft en dat voor alle contracten een leeftijd onafhankelijke premie verplicht wordt. Deelnemers krijgen een opbouw die past bij de ingelegde premie.

Hoofdlijnen uit het regeer akkoord

In ons pensioenstelsel is een nieuwe balans nodig. Het kabinet wil van abstracte aanspraken die leiden tot teleurstellingen, naar de opbouw van individueel pensioenvermogen. Elementen van collectieve risicodeling blijven daarbij verstandig en noodzakelijk, vindt het kabinet. Samen met sociale partners wil het kabinet zo’n nieuw stelsel gestalte geven.

Daarbij wil het kabinet aansluiting zoeken bij de contouren van een nieuw pensioenstelsel zoals opgenomen in de rapporten van de SER. Voortbouwend op de werkzaamheden en rapporten van de SER wil het kabinet het pensioenstelsel hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Het kabinet ziet met belangstelling een gedragen voorstel van de SER tegemoet.

Afschaffen doorsneesystematiek

De doorsneesystematiek wordt afgeschaft en voor alle contracten wordt een leeftijdsonafhankelijke premie verplicht en krijgen de deelnemers een opbouw die past bij de ingelegde premie.

Hierbij wordt bezien of het fiscaal kader alleen nog op de pensioenpremie kan worden begrensd. Bij de vormgeving van het fiscale kader blijft het kabinet oog houden voor het faciliteren van een adequate pensioenopbouw.

Pensioen blijft een levenslange uitkering waardoor je niet het risico loopt dat er geen geld meer over is als je langer leeft dan verwacht.

Er blijft sprake van een collectieve uitkeringsfase, waarbij in principe wordt aangesloten bij de spelregels van de wet verbeterde premieregeling. Indien in een nieuw contract wordt gewerkt met een buffer komen er wettelijke kaders over de maximale grootte en de opbouw- en uitkeerregels van de buffer, waarbij de buffer niet negatief mag worden.

Er moet een adequate dekking voor het nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen zijn, zodat het de arbeidsmobiliteit niet belemmert.

De gelijktijdige overstap op een nieuw pensioencontract en het afschaffen van de doorsneeopbouw vergemakkelijkt de transitie.

Het kabinet streeft naar zoveel mogelijk pensioenfondsen die overstap maken naar het nieuwe contract, waarbij het stelsel eenvoudiger wordt en op termijn met minder contractvormen toe kan.

Het moet Europeesrechtelijk houdbaar zijn en de huidige verplichte deelname aan bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen blijft gehandhaafd.

Transitie bestaande aanspraken

Het kabinet draagt financieel bij aan het opvangen van de lasten van de afschaffing van de doorsneesystematiek en de overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw door de fiscale kaders tijdelijk te verruimen. Voorwaarde is dat de verruiming geen effect heeft op de houdbaarheid op lange termijn van de overheidsfinanciën .

Het kabinet faciliteert het collectief omzetten van bestaande aanspraken in persoonlijke pensioenvermogens. Hierbij geldt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kabinet en sociale partners.

Belangrijke aandachtspunten bij de invulling van het nieuwe pensioencontract zijn de gevolgen voor de hoogte, de volatiliteit en de stabiliteit van de uitkering.

Sociale partners krijgen gedurende een beperkte implementatieperiode de ruimte om de regelingen aan te passen aan de nieuwe manier van pensioenopbouw en eventueel over te stappen op een nieuw pensioencontract. Gedurende deze implementatieperiode moet rekening worden gehouden met zowel pensioenregelingen waarin tijdelijk de doorsneesystematiek blijft gehandhaafd als met pensioenregelingen waarin geen sprake (meer) is van een doorsneesystematiek.

Het arbeidsvoorwaardelijk opbouwen van pensioen blijft een verantwoordelijkheid van de sociale partners. De Nederlandse overheid stelt de kaders vast. Het pensioenstelsel blijft een nationale bevoegdheid. Het kabinet wijst extra Europese regels af die hier inbreuk op maken.

Meer keuzevrijheid

Het kabinet wil meer ruimte bieden voor keuzevrijheid en zal onderzoeken of en hoe het in het vernieuwde stelsel mogelijk is om een beperkt deel van het pensioenvermogen op te nemen als bedrag ineens bij pensionering.

Bij de hervorming heeft het kabinet expliciet aandacht voor transparantie en beheersing en waar mogelijk de verlaging van de uitvoeringskosten.

De hervorming van het tweede-pijlerpensioenstelsel leidt in de opbouwfase tot duidelijkere eigendomsrechten ten aanzien van het pensioenvermogen. Bijkomend voordeel hiervan is dat het eenvoudiger wordt om in de opbouwfase vermogensopbouw in de eigen woning te integreren in de vermogensopbouw in het pensioen. Dit kan aan de orde komen nadat de hervorming van het pensioenstelsel is afgerond.

Verdere uitwerking en creëren van maatschappelijk draagvlak

Zowel de vormgeving van het nieuwe contract als de transitie vraagt verdere uitwerking. Het kabinet zal dit in nauwe samenspraak met sociale partners oppakken. Het streven is om begin 2018 op hoofdlijnen overeenstemming te hebben over de nadere invulling, zodat daarna begonnen kan worden met wetgeving.
Een dergelijk proces draagt volgens het kabinet bij aan vertrouwen en een breed maatschappelijk draagvlak. Uitgangspunt is dat – met een voorbehoud voor alle zorgvuldigheid die dat ten behoeve van de uitvoerbaarheid vereist – in 2020 het wetgevingsproces is afgerond zodat daarna de implementatieperiode kan starten.

Commentaar

Pensioen is in beginsel het terrein van de sociale partners. Dat geeft het regeerakkoord ook duidelijk aan. De sociale partners zijn echter al geruime tijd met elkaar in gesprek, zonder dat dit duidelijke voortgang en resultaten oplevert.

De overheid is verantwoordelijk voor het stellen van de (fiscale) kaders, waarbinnen de sociale partners het pensioen verder kunnen invullen. Die verantwoordelijk pakt het nieuwe kabinet door als fiscaal kader een leeftijdonafhankelijke premie te nemen die voor alle deelnemers gelijk is. In Pensioenwet termen is dit een premieovereenkomst. Daardoor is er bij dergelijke contracten geen sprake van niet toegestaan leeftijdsonderscheid. De doorsneepremie kan worden afgeschaft en er is de facto sprake van een degressieve opbouw.

Binnen dit nieuwe fiscale kader kunnen sociale partners diverse varianten invullen. De vaste beschikbare premie kan meteen worden omgezet in een uitgestelde levenslange periodieke uitkering, die ingaat op de pensioeningangsdatum. Materieel is dit de SER-variant I (uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw). Of de vaste beschikbare premie wordt gebruikt voor het opbouwen van een niet gegarandeerd pensioenbeleggingskapitaal, dat op de pensioeningangsdatum wordt omgezet in een levenslange variabele periodieke uitkering, zoals geïntroduceerd in de Wet verbeterde premieregeling (SER Variant IV). Zie voor de SER-varianten onze berichten van 26 januari 2015 en 23 mei 2016. Of een tussenvorm waarbij een al dan niet gegarandeerd pensioenkapitaal wordt opgebouwd dat op de pensioeningangsdatum wordt omgezet in een levenslange gegarandeerde periodieke uitkering. Sociale partners kunnen bepalen welke (combinatie van) de varianten zij willen aanbieden. Dat kan zowel door pensioenfondsen als door pensioenverzekeraars gebeuren.

Dit regeerakkoord geeft daarvoor een hoopvolle aanzet doordat het kabinet de politieke keuze maakt voor een leeftijd onafhankelijke premie, waarbij het fiscale kader alleen nog op deze premie wordt begrensd. En dus niet langer ook op middelloon- of eindloonniveau. De regeringspartijen nemen hun verantwoordelijkheid. Nu de sociale partners nog.

 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Vertrouwen in de toekomst: Regeerakkoord 2017-2012 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 oktober 2017.