Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden is geen VUT-regeling

19 januari 2016

Voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor vervroegd uittreden (VUT-regeling) geldt overgangsrecht. Hiervoor geldt dat bij uitstel van de uitkeringen, herrekening van de hoogte van de uitkering dan wel omzetting in ouderdomspensioen plaatsvindt. Volgens de rechter kon een regeling voor flexibele pensionering niet worden aangemerkt als VUT-regeling.

Regeling vrijwillig vervroegd uittreden

In 2005 was X in loondienst van Contrado Technologies B.V. van KPN Telecom. De CAO van Contrado bevatte een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden. De werknemer die daarvan gebruik maakt, komt volgens deze CAO niet in aanmerking voor de regelingen flexibele pensionering en voor de overgangsbepalingen prepensioen. 

KPN Telecom droeg Contrado Technologies over aan Atos. Ook na de overdracht van de onderneming blijven de regelingen van vroegpensioen uit de Contrado CAO van kracht.

Volgens de vervroegde pensioenregeling had X recht op een aanvulling van zijn pensioenuitkering tot 80% van zijn oorspronkelijke salaris vanaf de ingangsdatum tot aan het moment waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikte. X kon vanaf zijn 62-ste gebruik maken van deze regeling. Hij gaat echter later dan deze leeftijd met vroegpensioen. X eist van Atos dat de niet genoten aanvullende uitkeringen worden toegevoegd aan zijn ouderdomspensioen dan wel in één keer worden uitbetaald vlak voor zijn pensioendatum op 65 jarige leeftijd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 

De Kantonrechter wijst de vordering van X af. Volgens de rechter is de aanvullingsregeling van Atos geen regeling voor vervroegde uittreding. Hij overwoog het volgende:

“dat niet is gebleken dat [appellant] valt onder de reikwijdte van art. 38c Wet LB. Daarvan kan slechts sprake zijn indien de aanvullingsregeling, waarvan [appellant] vanaf 1 januari 2008 gebruik maakte, een "regeling voor vervroegde uittreding" is als bedoeld in art. 18i Wet LB zoals dat luidde op 31 december 2004. Volgens de kantonrechter is de in art. 74 van de Contrado-CAO geregelde flexibele pensionering, waarvan [appellant] gebruik heeft gemaakt, geen regeling voor vervroegde uittreding, anders dan de vut-regeling in art. 72 van die CAO.” 

Het Gerechtshof verklaart X niet ontvankelijk in zijn beroep wegens een procedure fout. Maar ten overvloede merkt het Hof op dat de Kantonrechter terecht heeft overwogen dat een VUT-regeling geen (pre-)pensioenregeling is.

Commentaar 

Het overgangsrecht van de Wet VPL (artikel 38c Wet LB) geldt voor op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vroegpensioen. Door het amendement Vendrik is in het overgangsrecht de bepaling opgenomen dat bij uitstel van een VUT-uitkering de uitkeringen actuarieel moeten worden verhoogd dan wel het ouderdomspensioen wordt verhoogd. Zowel de Kantonrechter als het Gerechtshof vonden dat de aanvullingsregeling uit de CAO van Contrado geen VUT-regeling was. Dat is vreemd als je deze regeling afzet tegen de wettekst van artikel 18i Wet LB (tekst 2014):

Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die:

a.    voorziet in periodieke uitkeringen aan werknemers of gewezen werknemers die uiterlijk eindigen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar of bij eerder overlijden;

b.    een voorziening voor vervroegde uitkering inhoudt die niet uitgaat boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen, waaronder die ter zake van diensttijd en genoten beloning, redelijk moet worden geacht; en

c.    ………………

De regeling van X voldoet volledig aan de voorwaarde onder a. Kennelijk oordelen de rechters dat aanvulling op het vroegpensioen van X niet voldoet aan de maatschappelijke opvattingen. 

Het is opmerkelijk dat het Gerechtshof de VUT-regeling vergelijkt met een (pre-)pensioen. Immers bij een (pre-)pensioenregeling is actuariële verhoging op grond van de Pensioenwet voorgeschreven.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, datum 15 december 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 januari 2016