Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Rekenhulp lijfrente-aftrek 2016

27 oktober 2016

Jaarlijks stelt de Belastingdienst een rekenhulp beschikbaar voor het berekenen van de lijfrenteaftrek. Op de website van de Belastingdienst staat nu de rekenhulp Lijfrentepremie 2016.

Lijfrenteaftrek 2016

Belastingplichtigen die in 2016 premies betalen of stortingen doen voor een lijfrente kunnen nu hun jaarruimte uitrekenen met de rekenhulp Lijfrentepremie 2016. Hiermee berekent iemand naast zijn jaarruimte ook zijn reserveringsruimte. Dat is het niet-benutte deel van de jaarruimtes uit 2009 tot en met 2015.

Na de berekening weet de belastingplichtige hoeveel lijfrentepremies of -inleg hij maximaal mag aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting. De Rekenhulp Lijfrentepremie 2016 staat op de website van de Belastingdienst.

Lijfrenteaftrek; hoe zit dat ook alweer?

Belastingplichtigen die bij aanvang van 2016 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt kunnen in dat jaar lijfrentepremie aftrekken als zij daarvoor fiscale ruimte hebben. De volgende formule bepaalt de lijfrente jaarruimte: (13,8% x P) – 6,5A – F

  • P staat voor de premiegrondslag. Deze bestaat uit winst uit onderneming voor toe- of afname van de FOR, het belastbare loon, het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden en de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen in het voorafgaande jaar, verminderd met een franchise van € 11.996. De maximale premiegrondslag bedraagt in 2016 € 101.519
  • A staat voor de aan het vorige jaar toe te rekenen aangroei van het pensioen (factor A).
  • F staat voor toename van oudedagsreserve (FOR) van het vorige kalenderjaar.

 

Een belastingplichtige kan ook gebruik maken van de reserveringsruimte. De reserveringsruimte bestaat uit de niet benutte jaarruimte van de zeven voorafgaande kalenderjaren.
De reserveringsruimte is het laagste bedrag van:

  • De som van de niet benutte jaarruimte;
  • 17% van de premiegrondslag of
  • € 7.088

 

Het maximum van € 7.088 wordt verdubbeld als de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar ouder is dan de AOW-leeftijd min 10 jaar.

Lijfrenteaftrek geldt alleen voor een oudedags-, tijdelijke oudedags-, nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsrente.

Lijfrenteaftrek en staking onderneming

Zelfstandig ondernemers kunnen de jaarruimte verhogen met de stakingslijfrente en de lijfrente voor omzetting van de FOR. De jaarruimte kan hij verhogen met stakingslijfrente als hij de in het kalenderjaar gerealiseerde stakingswinst omzet in een lijfrente. Afhankelijk van de omstandigheden zoals de leeftijd van de belastingplichtige, arbeidsongeschiktheid of overlijden en of de lijfrente direct ingaat is de verhoging maximaal € 449.283, € 224.649 of € 112.330. De belastingplichtige kan de maximale lijfrentepremie verder verhogen door omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente.

Extra uitvoerder voor lijfrente

Op dit moment zijn verzekeraars, banken, beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van instellingen voor collectieve beleggingen in effecten (icbe’s) toegelaten aanbieders voor (netto)lijfrenten waarvoor een fiscale faciliteit geldt.

Om de keuzemogelijkheden voor klanten te vergroten, stelt het kabinet voor om ook beleggingsondernemingen aan te wijzen als toegestane aanbieders van fiscaal gefaciliteerde lijfrenteproducten. Dit voorstel maakt deel uit van het belastingplan 2017. De beleggingsondernemingen die op grond van dit wetsvoorstel worden aangemerkt als toegelaten aanbieders staan onder financieel toezicht van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten en dienen zich te houden aan regels ter bescherming van de consument zoals opgenomen in de Wet op het financieel toezicht.

Commentaar

Eerder dit jaar gaven wij een overzicht van de stand van zaken over lijfrenten. Lees hier ons nieuwsbericht waarin wij onder meer ingaan op de saldomethode en de uiterste ingangsdatum van de lijfrenten.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: de Belastingdienst

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 26 oktober 2016