Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Volledige renteaftrek bij rentevast periode langer dan looptijd deel van hypotheekproduct!

Volledige renteaftrek bij rentevast periode langer dan looptijd deel van hypotheekproduct!

16 november 2020

X had een hypotheekproduct dat bestond uit twee delen. Een deel spaarhypotheek en een deel aflossingsvrije lening. In 2013 loopt de rentevastperiode voor de volledige hypotheekvorm af. X kiest de langste rentevastperiode duur 20 jaar met de hoogste rente. Het deel spaarhypotheek eindigt in 2020. Belastinginspecteur is van mening dat niet de volledige hypotheekrente aftrekbaar is, omdat spaardeel al na 7 jaar afloopt. Rechter beslist anders.

Is de betaalde hypotheekrente volledig aftrekbaar?

X sloot in 1996 een kapitaalverzekering af. Deze kapitaalverzekering is in 2013 beëindigd en de afkoopwaarde is ingebracht in een lening bij Bank X in één geldleningsovereenkomst dat voor de helft uit een spaardeel en voor de helft uit een aflossingsvrij deel bestaat. De aflossingsdatum van het spaardeel is 1 maart 2020.

Op 31 december 2015 liep de rentevast periode van de hypotheek af. X kreeg verschillende keuzes voor verlenging, namelijk: bij een rentevast termijn van 1 jaar was de rente 1,8%, bij 3 jaar 2,0%, bij 5 jaar 2,2%, bij 10 jaar 2,4% en bij 20 jaar 3,1%. X koos voor een rentevast periode van 20 jaar.

X betaalde in 2016 een bedrag van € 8.380 aan rente voor de hypotheek. Dit bedrag bracht X volledig in zijn aangifte IB/PVV als eigenwoningrente in aftrek.

De belastinginspecteur ging hiermee niet akkoord. Hij vond dat de betaalde rente volledig aftrekbaar is voor zover de rente betrekking heeft op het aflossingsvrije deel. Voor zover de rente betrekking heeft op het spaardeel is de hypotheekrente slechts aftrekbaar tot een percentage van 2,2%, behorende bij de looptijd van het spaardeel.

Wel of geen vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom?

Artikel 3.120 van de Wet IB 2001 luidt voor zover hier van belang als volgt:

1. De aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning zijn het gezamenlijke bedrag van:

a. de renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld

De Hoge Raad bepaalde in 2017:

Onder het begrip ‘renten van schulden’ moet in dit verband worden verstaan hetgeen tussen de geldgever en de geldnemer is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van een hoofdsom.”

Van belang is hier dat de betaalde vergoeding van 3,1% volledig is aan merken als een vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom als bedoeld in de hierboven vermelde uitspraak van de Hoge Raad, ook wat betreft het spaardeel.

De inspecteur geeft aan dat hier geen sprake kan zijn van een vergoeding voor het ter beschikking stellen van een hoofdsom, omdat

Indien een hoger rentepercentage wordt afgesproken dan de rente die behoort bij de periode tot de einddatum van de spaarhypotheek kan het hogere percentage niet aangemerkt worden als een vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom. De reden van het hogere rentepercentage is immers niet gelegen in het ter beschikking stellen van de hoofdsom maar in de wens van de leningnemer om daarbij (ook) een hoger rentepercentage vergoed te krijgen, namelijk de rente die hij ontvangt op zijn spaardeel”.

De inspecteur wil niet bestrijden dat X gekozen heeft voor een rentevaste periode van 20 jaar omdat hij zekerheid wil voor langere termijn voor het aflossingsvrije gedeelte van de lening,. Het betreft tenslotte één lening. Maar ondanks dat wil de inspecteur de hogere rente voor het spaargedeelte niet accepteren als aftrekbare rente.

De rechtbank is van mening dat de betaalde vergoeding in beginsel kwalificeert als ‘renten van schulden’. Het gaat namelijk civielrechtelijk om een vergoeding tussen de geldgever en de geldnemer die is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van de hoofdsom, aldus de rechtbank. Om die reden is er geen grond om in dit geval de rente anders aan te merken. In deze zaak gaat het om één lening met één rentepercentage behorende bij een verlenging voor de duur van twintig jaar. Er is hier geen sprake van bijvoorbeeld de situatie dat de lening bijna volledig een spaarhypotheek is die verlengd wordt ‘over’ de duur van de aflossingsdatum heen, aldus de rechtbank.

X wordt dus in het gelijk gesteld.

Commentaar

Doordat dit hypotheekproduct een vaste combinatie is van een spaarhypotheek en een aflossingsvrije hypotheek wordt de combinatie van een aflopende spaarhypotheek en de aflossingsvrije hypotheek beschouwd als één lening. Hierdoor was het voor X mogelijk om een rentevaste periode te kiezen die langer is dan de einddatum van de spaarhypotheek. De belastinginspecteur vond daarom dat de rente voor het spaardeel niet geheel aftrekbaar mocht zijn. Een opmerkelijke redenatie nu er geen verschillende leningdelen zijn waarvoor per leningdeel een ander rentepercentage kon worden gekozen. Voor X pakt het in ieder geval goed uit. Een hogere spaarrente en dus een lagere spaarpremie en ook de hogere rente volledig aftrekbaar. Dat zou anders geweest zijn als in dit product sprake zou zijn geweest van twee verschillende leningdelen.

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bronnen: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 oktober 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 12 november 2020