Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Revisierente niet afhankelijk van psychische welbevinden

7 oktober 2015

Bij afkoop van een lijfrente moet de belastingplichtige 20% revisierente betalen over de afkoopwaarde. Volgens het Gerechtshof kan de rechter de revisierente niet matigen bij bijzondere omstandigheden. 

De kwestie 

A sloot op 1 december 1990 een lijfrenteverzekering. Tot en met 1996 betaalde hij hiervoor premies die hij aftrok van zijn belastbaar inkomen. In 2010 kocht A de verzekering af. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op waarin hij rekening hield met de afkoopwaarde van de lijfrenteverzekering ( circa € 50.000) en revisierente (circa € 10.000).

Na bezwaar gaat A in beroep bij de rechtbank. Deze verklaart het beroep van A ongegrond. Waarna A hoger beroep aantekent bij het Gerechtshof. Hij vraagt het Hof uit coulanceoverwegingen het bedrag van de revisierente te verminderen tot nihil vanwege de psychische toestand waarin hij ten tijde van de afkoop verkeerde. A stelt dat wanneer hij niet in deze psychische toestand zou hebben verkeerd, hij de financiële gevolgen van de afkoop had kunnen overzien en niet tot afkoop zou zijn overgegaan.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden   

Het Hof maakt korte metten met het beroep van A. De verzekering is gesloten na 16 oktober 1990 en er werden na 1992 premies betaald. In dat geval komt deze verzekering niet in aanmerking voor het overgangsrecht van de Brede Herwaardering, aldus het Hof. Bij afkoop moet de belastingplichtige de afkoopsom daarom bij zijn belastbaar inkomen in box 1 tellen en is hij 20% revisierente verschuldigd over deze afkoopwaarde.

Het Hof vindt dat de wettelijke bepalingen niet de mogelijkheid bieden rekening te houden met persoonlijke omstandigheden van A. De wettelijke bepalingen strekken ertoe oneigenlijk gebruik van lijfrentepremieaftrek tegen te gaan. In dat geval wordt het voordeel van de fiscale facilitering teruggenomen. Het Hof benadrukt dat de rechter de innerlijke waarde of billijkheid van de wet niet mag beoordelen. Ook het Hof verklaart het beroep van A ongegrond. 

Commentaar 

Het is al opmerkelijk dat A beroep aantekende bij de rechtbank. Noch de wet noch parlementaire geschiedenis of jurisprudentie geven een opening om bij toepassing van de regelgeving rekening te houden met de psychische toestand van de belastingplichtige. Des te opmerkelijk is, dat A ook nog in hoger beroep ging bij het Hof. 

In dergelijke gevallen is een beroep op de hardheidsclausule de enige begaanbare weg. Een beroep op de hardheidsclausule had naar onze mening evenmin tot succes geleid voor A, omdat geen sprake is van een door de wetgever niet voorzien gevolg van de wetgeving

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, 22 september 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 6 oktober 2015