Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Revisierente terecht verschuldigd

24 april 2015

Bij afkoop van een lijfrente moet je inkomstenbelasting plus 20% revisierente betalen over de afkoopsom. Een belastingplichtige vindt dat revisierente onterecht wordt geheven. Wat vindt het Hof Amsterdam daarvan?

De kwestie

X sloot in 1998 een lijfrenteverzekering waarvan hij de premies aftrok van zijn belastbaar inkomen. In 2010 kocht X de lijfrenteverzekering af. De afkoopsom bedroeg  € 53.219. Over de afkoopsom hield de verzekeraar loonheffing in. Daarnaast bracht de belastingdienst X 20% revisierente in rekening.

X stelde dat de revisierente ten onrechte was geheven. Hij was van mening datde revisierente leidde tot een dubbele belastingheffing. De staat ontvangt immers ook al belasting over de lijfrente. En die belasting ontvangt de staat bij afkoop zelfs eerder dan wanneer de lijfrente niet wordt afgekocht (2010 in plaats van vanaf 2020). De inspecteur stelde hier tegenover dat X de revisierente op grond van de wet verschuldigd was.

Rechtbank en Gerechtshof

De Rechtbank en het Gerechtshof maakten korte metten met de stelling van X. De Rechtbank citeerde uit de parlementaire behandeling met betrekking tot de revisierente het volgende :

“Bij het in aanmerking nemen van negatieve uitgaven wordt op grond van artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tevens revisierente in rekening gebracht. Deze vormt een (rente)vergoeding voor het feit dat de belasting over de premies én het behaalde rendement pas op een (veel) later tijdstip is verschuldigd dan ingeval de lijfrente van begin af aan als een niet gefacilieerd spaarproduct zou zijn behandeld. (…) Met dit geheel van negatieve uitgaven en revisierente wordt voorkomen dat een belastingplichtige die een lijfrente waarvoor premie-aftrek is genoten in een later stadium afkoopt, per saldo «beter» af zou zijn dan een belastingplichtige die van begin af aan zijn geld zou hebben belegd in een regulier spaarproduct dat onder het forfaitaire rendement valt.”

Volgens het Gerechtshof is de wet duidelijk dat bij afkoop van een lijfrente revisierente wordt geheven. Of deze wet onbillijk is mag de rechter niet toetsen.

Commentaar

X meende dat in zijn geval de heffing van revisie rente leidde tot een onbillijkheid. Maar de heffing van revisierente volgt uit de wet en deze mag de rechter niet toetsen.

Auteur: Paul Lavrijssen

Adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 12 maart 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 23 april 2014