Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Richtinggevende brief nettolijfrente in tweede pijler

31 maart 2014

Hoe kan de nettolijfrente straks worden ondergebracht in de tweede pijler van ons pensioenstelsel? Daarover stuurde de staatssecretaris van Financiën (Wiebes) een richtinggevende brief aan de Tweede Kamer.

Nettolijfrente in de tweede pijler

Wiebes beloofde de Tweede Kamer voor 2 april 2014 een richtinggevende brief te sturen over de vraag hoe de netto lijfrente binnen de voorwaarden van vrijwilligheid en fiscale hygiëne (voorkomen van onbelaste uitkeringen vanuit belast pensioenvermogen (en vice versa)) kan worden geregeld in de tweede pijler. En in welk wetgevingstraject dit kan meelopen. Het kabinet geeft met deze brief aan hoe dit zal worden vormgegeven.

Pensioenfondsen

Voor pensioenfondsen die een nettolijfrente aanbieden, stelt Wiebes voor om in de wet vast te leggen dat zij moeten uitgaan van een gescheiden administratie. Verder worden aanvullende producteisen gesteld aan de nettolijfrente om het risico op vermenging van belaste en onbelaste geldstromen te minimaliseren.

Commentaar

Allereerst valt op dat Wiebes in de brief spreekt over "nettolijfrente in de tweede pijler". Kenmerk van de tweede pijler is nu juist dat sprake is van pensioen in de zin van de Pensioenwet en niet van een lijfrente in de zin van de Wet IB 2001. Wij pleiten er dan ook voor om te spreken over netto pensioen als we het hebben over aanvullende opbouw inde tweede pijler. De brief richt zich voornamelijk op het oplossen van problemen die het netto pensioen veroorzaakt voor pensioenfondsen. Daarvoor stelt Wiebes voor om in de wet vast te leggen dat moet worden uitgegaan van gescheiden administratie. In een voetnoot wordt aangegeven dat voor andere uitvoerders, zoals verzekeraars en PPI's hetzelfde geldt. Maar deze uitvoerders voeren voor excedentregelingen doorgaans al gescheiden administraties door voor de excedentregeling een apart contract in de administratie op te nemen. Andere uitvoerders dan pensioenfondsen kennen het verbod op ringfencing niet. Zij kunnen het netto pensoen daarom al uitvoeren. Zoals uit het onlangs gepubliceerde onderzoek van het Expertisecentrum Pensioenrecht van de VU blijkt (zie ons bericht van 28 maart 2014), is het op grond van de Pensioenwet nu al mogelijk om een netto regeling in de tweede pijler uit te voeren. Ook voor pensioenfondsen. De door Wiebes gesignaleerde knelpunten zijn dan ook louter uitvoeringstechnisch en geen reden om de mogelijkheid om een netto aanvullend pensioen op te bouwen in de tweede pijler niet te bieden. Het is aan de pensioenfondsen om te besluiten of en in hoeverre zij aan deze extra administratieve eisen willen en kunnen voldoen. En dat geldt evenzeer voor andere pensioenuitvoerders zoals pensioenverzekeraars en PPI-en.  Al hebben deze uitvoerders waarschijnlijk minder problemen dan pensioenfondsen.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief aan de Tweede Kamer d.d. 28 maart 2014