Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

RJ-richtlijn: waardering oudedagsverplichting

12 december 2016

De Raad voor Jaarverslaggeving (RJ) geeft in een ontwerp richtlijn aan hoe BV’s het pensioen en de oudedagsverplichting voor een DGA moeten waarderen in de jaarrekening, nadat het wetsvoorstel uitfasering PEB is ingegaan. 

Wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer

De RJ gaat er in de nieuwe richtlijn vanuit dat de het wetsvoorstel uitfasering PEB met ingang van 1 januari 2017 ingaat. DGA’ s hebben dan de volgende keuzes:

  • Afkoop
  • Omzetten in een oudedagsverplichting
  • Premievrij aanhouden in eigen beheer

Bij afkoop of omzetten in een oudedagsverplichting kunnen DGA’ s een deel van hun aanspraken fiscaal geruisloos prijsgeven (afstempelen)

Premievrij aanhouden in eigen beheer

Wanneer de pensioenverplichting premievrij in eigen beheer blijft, blijft de Richtlijn van 2014 van toepassing. In de jaarrekening moet de pensioenverplichting tegen de waarde in het economische verkeer worden opgenomen. Dat houdt in dat de BV de aanspraken waardeert tegen de contante waarde, berekend met een disconteringsvoet op basis van de marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties. In dit geval blijft er een verschil bestaan tegen de waarde in het economisch verkeer en de fiscale balanswaarde.

Afkoop of omzetting in oudedagsverplichting

Bij afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting mag de DGA eerst een deel van zijn pensioenaanspraak prijsgeven. Dit houdt in dat de aanspraak zodanig vermindert (afgestempelen) dat de waarde in het economische verkeer ná de afstempeling gelijk is aan de fiscale waarde vóór de afstempeling. De aanspraak moet gelijktijdig met de afstempeling worden afgekocht of omgezet. De waardestijging die het gevolg is van deze vermindering is een vermogensmutatie. Dat houdt in dat de BV het verschil (inclusief eventuele belastinglatenties) tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale waarde direct moet toevoegen aan het Eigen Vermogen.

Als het afstempelen plaatsvindt na de balansdatum maar vóór het opmaken van de jaarrekening, moet de BV dit volgens de ontwerprichtlijn vermelden in de toelichting van de jaarrekening.

Oudedagsverplichting

De BV moet de oudedagsverplichting oprenten met de marktrente. Dit is het gemiddelde U-rendement over het voorafgaande kalenderjaar. En hoewel er ook in dat geval volgens de RJ verschillen kunnen ontstaan tussen de fiscale waarde en de waarde in het economische verkeer, kan de BV in de jaarrekening de fiscale waarde aanhouden. Voorts stelt de RJ voor dat de oudedagsverplichting moet worden gepresenteerd als voorziening voor pensioenverplichtingen.

De BV kan een oudedagsverpliching aanwenden voor een lijfrente voor de DGA of zelf uitkeren in termijnen. De wijze waarop de BV een oudedagsverplichting aanwendt heeft volgens de ontwerprichtlijn geen invloed op (de grondslagen voor) de waardering of presentatie van die verplichting.  

Commentaar

De voorgeschreven regels gelden niet voor micro- en kleine rechtspersonen. Deze rechtspersonen mogen de gehele jaarrekening opstellen volgens de fiscale grondslagen. Dat geldt dan voor alle middelen en verplichtingen, inclusief de waardering van de pensioenvoorziening en de oudedagsverplichting.

Als een DGA zijn pensioen afkoopt of omzet in een oudedagsverplichting verdwijnt de dividendklem. De BV kan een oudedagsverplichting zowel in de fiscale balans als in de jaarrekening op dezelfde wijze waarderen. Daarbij maakt het geen verschil of de BV de verplichting nog opbouwt of al uitkeert.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: RJ-Uiting 2016-15: ‘ontwerp-richtlijnen Pensioenvoorziening en oudedags- verplichting directeuren-grootaandeelhouder’

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 decemer 2016