Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Schadevergoeding bij rampen behoort tot grondslag box 3

Schadevergoeding bij rampen behoort tot grondslag box 3

24 februari 2020

Y is slachtoffer van een gasexplosie in 2001 en ontvangt een schadevergoeding van een verzekeraar in 2013. Over 2016 moet zij belasting betalen over haar vermogen dat deels bestaat uit de ontvangen schadevergoeding. Y is het daar niet mee eens. Rechtbank en hof stellen dat de belastingheffing terecht is.

Gelijke behandeling gasramp met andere bijzondere gebeurtenissen

Y heeft in 2013 een schadevergoeding ontvangen, omdat zij slachtoffer is geworden van een gasexplosie in 2001. In 2013 heeft zij een schadevergoeding ontvangen van de schadeverzekeraar in verband met de opgelopen letselschade. De vaststellingsovereenkomst heeft een zogenaamde belastinggarantie van de schadeverzekeraar waarin staat dat partijen van mening zijn dat de schadevergoeding niet aan de heffing van inkomstenbelasting en premieheffing is onderworpen. Ook staat daarin dat de verzekeraar – indien de inspecteur van mening is dat hierover wel belasting is verschuldigd – de aanslagen voor haar rekening neemt. De belastinggarantie vermeldt dat de deze garantie niet geldt voor belasting die verschuldigd is op grond van belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

Y heeft in 2013 geen aangifte gedaan. Zij is van mening dat de schadevergoeding niet behoort tot de grondslag van box 3 omdat de ramp die leidde tot haar letsel gelijk moet worden behandeld als andere rampen, zoals de vuurwerkramp in Enschede, de Nieuwjaarsramp in Volendam en de ramp met de vlucht MH17. De tegemoetkomingen voor de slachtoffers van deze rampen zijn beschreven in het Besluit Diverse tegemoetkomingen (hierna Besluit) uit 2009, gewijzigd in 2018. In dit Besluit is voor de vuurwerkramp Enschede geregeld dat de aanspraken op tegemoetkomingen aan nabestaanden en slachtoffers van deze ramp niet in aanmerking worden genomen als bezitting voor box 3 omdat het voorschotten betreft. Om die reden is de waarde en de hoogte van de tegemoetkoming nog niet vast te stellen. Dat is echter niet het geval bij Y omdat de waarde van haar tegemoetkoming in 2013 bekend is geworden.

Zowel de rechtbank als het hof geven aan dat zij de ramp die Y is overkomen niet kunnen toevoegen aan het Besluit, omdat zij daartoe niet bevoegd zijn. De belastinginspecteur kan wel rekening houden met de inhoud van het Besluit. Dat leidt echter niet tot een andere uitkomst. De tegemoetkomingen, die de slachtoffers en nabestaanden hebben ontvangen, kwamen van de Overheid en zijn niet belast als inkomen. Het jaar na ontvangst is het nog niet uitgegeven deel van deze tegemoetkoming wel als grondslag voor box 3 beschouwd. De belastinginspecteur heeft terecht het vermogen van Y uit de schadeloosstelling tot de grondslag van box 3 gerekend.

Commentaar

Y zal net als ieder ander slachtoffer van een ramp belasting moeten betalen over haar vermogen, ook wanneer dit een deel van de schadevergoeding betreft dat nog op haar (spaar)rekening staat. Het Besluit rekent alleen aanspraken, zolang nog niet vastgesteld en uitgekeerd, niet tot de grondslag van box 3. En daar was bij Y geen sprake van. De gasexplosie, waar zij slachtoffer van is wordt niet genoemd in het Besluit, maar is wel gelijk behandeld met de schadevergoedingen van rampen die worden beschreven in het Beluit. Dit arrest gaat over de belastingaangifte 2016. Er wordt niets vermeld over de jaren 2014 en 2015. Als het Y tegenzit, kan zij ook nog een aanslag over 2015 verwachten. De vijfjaarstermijn die in beginsel geldt voor navordering van belasting is immers voor 2015 nog niet verstreken.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 12 februari 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 februari 2020