Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Schadevergoedingsplicht werkgever bij opzegging uitvoeringsovereenkomst met pensioenfonds?

Schadevergoedingsplicht werkgever bij opzegging uitvoeringsovereenkomst met pensioenfonds?

4 maart 2021

Moet het opzeggen van een uitvoeringsovereenkomst met een ondernemingspensioenfonds gepaard gaan met een aanbod tot schadevergoeding? Daarover oordeelde Hof Den Haag onlangs in de zaak FrieslandCampina versus Stichting Pensioenfonds Campina.

Rechtspraak over een schadevergoeding bij opzegging uitvoeringsovereenkomst opf

Over de vraag of een schadevergoeding betaald moet worden als de uitvoeringsovereenkomst met een ondernemingspensioenfonds wordt opgezegd, bestaat de nodige rechtspraak. Die is niet altijd eenduidig en het is lastig daar een rode draad uit te destilleren. De pensioenwetgeving kent geen bepalingen die hierover gaan; het leerstuk is gebaseerd op de jurisprudentie van de Hoge Raad. Het komt erop neer dat het opzeggen van een overeenkomst voor onbepaalde tijd (en dat is de uitvoeringsovereenkomst bij een ondernemingspensioenfonds (opf) vaak) in beginsel altijd mogelijk is. Onder omstandigheden kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid een opzegging zonder een aanbod tot schadevergoeding in de weg staan aan. Dit oordeelde de Hoge Raad onder meer in het Alcatel/Lucent- arrest van juni 2016.

De beoordeling

In de zaak waarover het Hof Den Haag op 9 februari 2021 oordeelde, zegde FrieslandCampina de uitvoeringsovereenkomst met de Stichting Pensioenfonds Campina (SPC) op om de verdere opbouw vervolgens onder te brengen bij het nieuw opgericht bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivelindustrie. SPC en FrieslandCampina werden het niet eens over de exit-voorwaarden en de eventuele schadeloosstelling daarbij, waarop SPC naar de rechter stapte. In eerste instantie kreeg het fonds bij de rechtbank nul op het rekest. De rechtbank zag niet in welke schade geleden werd, met name niet op het punt van verlies aan indexatie zoals door SPC gesteld werd. Omdat de toeslagverlening een voorwaardelijke was, bestond er geen recht op indexatie en was er dus ook geen plaats voor een schadevergoeding daarvoor. Verder voorzag de uitvoeringsovereenkomst al in een regeling bij opzegging, partijen hadden er dus al over nagedacht en dan past de rechter terughoudendheid om nog tot een aanvullende schadevergoeding te veroordelen, aldus de kantonrechter.

In hoger beroep oordeelt het Gerechtshof echter anders. Het Hof vindt dat een schadevergoeding wel degelijk op z’n plaats is. Het is van mening dat van een alomvattende regeling bij opzegging geen sprake is en dat er wel degelijk een leemte is die door de rechter kan worden aangevuld. Verder vindt het Hof dat, ook al had de toeslagregeling een voorwaardelijk karakter, door de opzegging ieder perspectief daarop illusoir was geworden. Er was immers een indexeringsambitie die er met het eindigen van de uitvoeringsovereenkomst niet meer is.

Commentaar

Inmiddels is er een aantal uitspraken gedaan over de vraag of het opzeggen van een uitvoeringsovereenkomst met een ondernemingspensioenfonds al dan niet gepaard moet gaan met een aanbod tot schadevergoeding. Deze hoger beroepszaak kan aan het rijtje worden toegevoegd.

In de Euronext/Pensioenfonds PMA-zaak, waar het om dezelfde problematiek ging, werd het pensioenfonds in twee instanties in het gelijk gesteld en werd de vordering tot schadevergoeding toegewezen. Het Hof oordeelde in die zaak zelfs dat het wijzigen van het indexatieperspectief als gevolg van de opzegging, in feite als een eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst door de werkgever moest worden gezien die niet toelaatbaar was. In andere zaken wordt die redenering weer van tafel geveegd omdat opgebouwde aanspraken niet gewijzigd worden. Er is immers sprake van een voorwaardelijke indexering en daarop is het artikel dat gaat over de eenzijdige wijziging (artikel 19 Pensioenwet) niet van toepassing.

Verwacht mag worden dat deze FrieslandCampina-zaak in hoogste instantie zal worden voorgelegd aan de Hoge Raad, waardoor er zich mogelijk een duidelijker lijn aftekent.

Auteur: Hans Breuker, senior pensioenjurist Expertisecentrum TKP Pensioen

Bron: Gerechtshof Den Haag, 9 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:136

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 2 maart 2021