Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Scheiding: ontslagvergoeding verknocht?

2 maart 2018

Bij echtscheiding is het van belang of een ontslagvergoeding verknocht of juist gemeenschappelijk vermogen is. Volgens de Hoge Raad is het daarbij niet relevant of de ontslagvergoeding is omgezet in een stamrecht.

Ontslagvergoeding bij scheiding

X en Y trouwden op 3 oktober 1986 in gemeenschap van goederen. X kreeg ontslagvergoedingen van Tele Atlas N.V. en TomTom. De ontslagvergoeding van Tele Atlas N.V. bracht X onder in een stamrecht-B.V. In 2013 scheidden X en Y.

De rechtbank stelde in de echtscheidingsbeschikking de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap vast. In dat kader bepaalde de rechtbank dat de ontslagvergoeding van TomTom niet verknocht is aan X en door X en Y bij helfte moet worden gedeeld. De stamrechtvoorziening voor de ontslagvergoeding van Tele Atlas N.V. is volgens de rechtbank wel verknocht aan X.

Ontslagstamrecht verknocht

In hoger beroep concludeerde ook het hof dat de ontslagvergoeding van Tom Tom niet verknocht is. Dit baseerde het hof op het arrest van de Hoge Raad van 17 oktober 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BE9080, NJ 2009/41). De werkgever had in die situatie van het arrest de ontslagvergoeding gestort in een stamrechtverzekering bij een verzekeringsmaatschappij. De werknemer zou uit de stamrechtverzekering periodieke uitkeringen ontvangen tot de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen. Zijn inkomen zou met de periodieke uitkering worden aangevuld tot 70% van zijn laatstgenoten salaris. Volgens het hof geldt de door de Hoge Raad geformuleerde hoofdregel dat deze ontslagvergoeding niet verknocht is voor de ontslagvergoeding van Tom Tom omdat X van Tom Tom een bedrag ineens had ontvangen en dat bedrag niet was ondergebracht in een stamrechtverzekering.

De ontslagvergoeding van Tele Atlas N.V. beschouwt het hof wél als verknocht. Onder meer doordat in de stamrechtovereenkomst staat:

“Het recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon voorziet in aan ondergetekende sub 1 toekomende:

a. Periodieke uitkeringen die ingaan in het jaar waarin ondergetekende sub 1 de leeftijd van 65 jaar bereikt,

b. Aanvullende periodieke uitkeringen, ingaande per 1 januari 2005, als aanvulling op het inkomen uit tegenwoordige arbeid, indien het inkomen uit tegenwoordige arbeid van ondergetekende sub 1 niet hoger is dan € 75.000,- (…) gemeten per ultimo van ieder kalenderjaar gedurende de periode vóór het bereiken van de 65jarige leeftijd van ondergetekende sub 1. De totale aanvullende periodieke uitkering plus het inkomen uit tegenwoordige arbeid van ondergetekende sub 1 bedraagt per jaar maximaal € 75.000. (…)”

Ontslagvergoeding voor inkomen na pensioen wel gemeenschappelijk

X beklaagde zich erover dat de ontslagvergoeding van Tom Tom niet verknocht was omdat het was ontvangen in een bedrag ineens en niet was aangewend voor aankoop van een stamrecht.

De Hoge Raad ging daar in mee. Volgens Hoge Raad kan een ontslagvergoeding of een aanspraak die daarvoor in de plaats treedt (een stamrecht) verknocht zijn als deze strekt tot vervanging van inkomen uit arbeid dat X bij voortzetting van de dienstbetrekking zou hebben genoten. In die situatie moet onderscheid worden gemaakt tussen de periode vóór en na ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Voor zover de aanspraak ziet op de periode na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap valt deze niet in de gemeenschap. Loon voor nog te verrichten arbeid valt immers ook niet in de huwelijkse gemeenschap, aldus de Hoge Raad. Volgens de Hoge Raad maakt het daarbij niet uit of de ontslagvergoeding is aangewend voor aankoop van een stamrecht of ontvangen is in contanten. Wanneer de ontslagvergoeding is ontvangen in contanten, valt deze niet in de gemeenschap voor zover het bedrag dat ziet op de periode na ontbinding van de gemeenschap nog als zodanig in het vermogen van de echtgenoten is te identificeren.

Y beklaagde zich erover dat het hof ten onrechte niet is ingegaan op haar stelling dat de ontslagvergoeding en/of stamrechtaanspraken bedoeld waren als oudedagsvoorziening. De Hoge Raad is van mening dat het hof de stelling van Y niet onbehandeld had mogen laten omdat, wanneer die stelling juist is, dit kan leiden tot het oordeel dat de aanspraak uit hoofde van de stamrechtovereenkomst in de gemeenschap valt. Voor zover de aanspraak ertoe strekt te voorzien in inkomen na pensionering valt deze in beginsel in de gemeenschap, aldus de Hoge Raad.

Y beklaagde zich ook over het feit dat het hof had moeten onderzoeken in hoeverre het deel van de stamrechtaanspraak dat voorziet in vervanging van inkomen uit arbeid betrekking heeft op de periode vóór en na de ontbinding van de gemeenschap.

De Hoge Raad verwijst het geding naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Commentaar

Een ontslagvergoeding is volgens de Hoge Raad verknocht voor zover deze strekt tot vervanging van inkomen uit arbeid na ontbinding van de huwelijkse gemeenschap. Uit eerdere jurisprudentie blijkt hierbij maatgevend dat er sprake is van een stamrecht en in hoeverre de aanspraken op het stamrecht zien op de periode vóór en ná ontbinding van de huwelijksgemeenschap. In 2016 voegde de Hoge Raad daaraan een belangrijk aspect toe: Het is bij die beoordeling niet van belang in hoeverre de gerechtigde daadwerkelijk al uitkeringen heeft ontvangen. Wij schreven daarover in ons nieuwsbericht van 2 augustus 2016.

In 2018 gaat de Hoge Raad nog een stapje verder. In tegenstelling tot eerdere arresten vindt de Hoge Raad het voor verknochtheid niet relevant of de ontslagvergoeding is omgezet in een stamrecht. De ontslagvergoeding moet dan wel op één of andere manier ‘gelabeld’ zijn. De Hoge Raad: “Voor dat gedeelte valt de vergoeding, voor zover het daarmee gemoeide bedrag nog redelijkerwijs als zodanig in het vermogen van de echtgenoten is te identificeren, niet in de gemeenschap.” Dit lijkt in theorie mogelijk. Maar in de praktijk lijkt dit haast onmogelijk. Wij zijn benieuwd of X dit met betrekking tot zijn Tom Tom ontslagvergoeding voor het voetlicht krijgt bij het hof Arnhem-Leeuwarden.

Opmerkelijk is dat de Hoge Raad het deel van de ontslagvergoeding tot de scheidingsdatum dat betrekking heeft op de oudedagsvoorziening in beginsel wel ziet als gemeenschappelijk. Met als motivering dat dat dergelijke pensioenaanspraken – voor zover zij zijn opgebouwd tijdens het huwelijk - mede voorzien tot verzorging van de andere echtgenoot. Sedert de invoering van de Wet verevening pensioen bij scheiding (Wvps) behoort pensioen juist niet tot het gemeenschappelijk vermogen. En hebben de partners - ongeacht hun huwelijks goederenregime – in beginsel recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. De uitleg van de Hoge Raad lijkt de ex-partner de mogelijkheid te geven om 2x de aanspraak op ouderdomspensioen te krijgen die is opgebouwd tot de scheidingsdatum: 1x via de Wvps en 1x als gevolg van de verdeling van de gemeenschap. Dat zal ongetwijfeld niet de bedoeling zijn. Wij zijn benieuwd naar de eerste rechtszaak hierover.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hoge Raad, 23 februari 2018; ECLI:NL:HR:2018:270

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 maart 2018