Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Schending zorgplicht is onrechtmatig; advocaat aansprakelijk

1 december 2017

Een advocaat staat een ernstig zieke werknemer bij in een procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De ontbinding komt tot stand vóórdat de wachttijd voor de premievrije voortzetting wegens arbeidsongeschiktheid verstreken is. De advocaat wijst de werknemer er niet op dat hij hierdoor belangrijke rechten verspeelt, zoals het recht op premievrije voortzetting van zijn pensioenopbouw en de deelname aan de in de cao verplichte ANW verzekering.  De advocaat handelt daarmee in strijd met zijn zorgplicht en is aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade.

Werknemer heeft ALS

X was werkzaam als receptionist bij een garagebedrijf. Hij kreeg ALS. Vanaf 1 augustus 2005 was hij ziek. Uit dien hoofde kreeg hij per 30 juli 2007 een IVA-uitkering toegekend door het UWV. Op 9 maart 2013 overlijdt X.

Op 30 december 2005 is de arbeidsovereenkomst tussen X en zijn werkgever door de kantonrechter bij een zogenoemde pro forma beschikking ontbonden . X kreeg een vergoeding van € 4.267. Na zijn overlijden bleek dat de werkgever door het beëindigen van het dienstverband X had afgemeld als deelnemer in het verplichte bedrijfstakpensioenfonds. Die afmelding had ook een afmelding van - de in de cao verplichte - deelname aan de collectieve ANW verzekering tot gevolg. Het bedrijfstakpensioenfonds kende premievrijstelling bij algehele arbeidsongeschiktheid. Daardoor zou bij het toekennen van de IVA-uitkering tijdens het dienstverband de opbouw van het ouderdomspensioen en met name de dekking voor het nabestaandenpensioen volledig in tact zijn gebleven. Doordat het dienstverband voordien was verbroken, verloor de weduwe haar rechten op het ANW deel en het nabestaandenpensioen van 70% van het bereikbare ouderdomspensioen. Alleen al het ANW deel bedroeg ongeveer € 13.000 per jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd.

De weduwe stelt de advocaat die X bijstond bij de procedure tot beëindiging van zijn dienstverband aansprakelijk. Volgens de weduwe zou X nooit hebben ingestemd met de beëindiging wanneer hij  de consequenties daarvan had geweten. De advocaat had hem  moeten wijzen op die consequenties.

Advocaat vindt dat hem niets te verwijten valt

De advocaat in kwestie vindt dat hij de aan hem verstrekte opdracht correct heeft uitgevoerd. Hem was gevraagd de WW-aanspraken van X veilig te stellen door middel van een pro forma ontbindingsprocedure. Dat hij daarbij geen onderzoek deed naar de eventuele aanspraken van de weduwe op nabestaandenpensioen en/of een ANW-uitkering in geval van overlijden van X is volgens hem niet in strijd met de zorg die hij als advocaat had behoren te betrachten.

Hij betwist dat hij wist, of had moeten weten, dat X ernstig ziek was op het moment dat hij hem bijstond in de pro forma ontbindingsprocedure. Hij geeft aan dat hij X waarschijnlijk alleen telefonisch heeft gesproken, omdat hij zich een cliënt in een rolstoel zeker zou herinneren. Hij beschikt echter niet meer over telefoon- en gespreksnotities omdat hij het dossier na het verstrijken van de bewaartermijn vernietigde. Als hij had geweten of vermoed dat X wel eens ernstig ziek zou kunnen zijn, had hij natuurlijk nooit een dergelijke ‘pro forma’ procedure geadviseerd omdat X in dat geval geen aanspraak had kunnen maken op een WW-uitkering, hetgeen nu juist de bedoeling en strekking van zijn opdracht was geweest.

Rechtbank acht advocaat aansprakelijk

De rechtbank Noord-Nederland neemt als uitgangspunt dat een opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. In dit geval leidt dat er toe dat een advocaat als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Als een advocaat een cliënt adviseert in het kader van een door een cliënt te nemen beslissing over een bepaalde kwestie, brengt deze zorgvuldigheidsplicht mee dat de advocaat de cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen.

De Rechtbank gaat er van uit dat de advocaat niet op de hoogte was van de ziekte van X op het moment van advisering. Doordat de advocaat enkel telefonisch contact heeft gehad met X alvorens als diens gemachtigde een verweerschrift in te dienen, voldeed hij niet aan de hiervoor genoemde zorgvuldigheidsplicht. Een telefoongesprek geeft immers veel minder dan een face-to-face gesprek de mogelijkheid aan een advocaat om na te gaan of de cliënt wel voldoende begrijpt wat zijn juridische positie is alvorens keuzes te maken of akkoord te gaan met het verrichten van proceshandelingen in zijn naam. In het geval van een face-to-face gesprek zouden de terstond zichtbare medische beperkingen van X volgens de rechtbank aanleiding moeten, of althans behoren te zijn geweest voor de advocaat om te informeren naar eventuele medische omstandigheden die van belang zouden kunnen zijn geweest bij de advisering.

Door dit alles na te laten en X niet ten minste één keer persoonlijk te treffen, heeft de advocaat geadviseerd zonder wetenschap van alle van belang zijnde omstandigheden. Hierdoor nam de advocaat niet de zorg in acht die van een redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. De taak van een advocaat gaat verder dan het simpelweg uitvoering geven aan de wens van de cliënt. Een advocaat wordt geraadpleegd om zijn juridische deskundigheid op een bepaald terrein. Uit dien hoofde is het de taak van de advocaat om na te gaan of de opdracht/wens van de cliënt ook in het belang van de cliënt is. Mocht de advocaat van mening zijn dat dat niet het geval is, dan behoort het volgens de Rechtbank tot zijn taak om de cliënt daarover te informeren. En, om zo mogelijk, alternatieve scenario’s en /of oplossingen aan te dragen en om de cliënt onder omstandigheden zelfs af te raden de door hem gewenste stap te zetten.

Door het schenden van zijn zorgplicht jegens X handelde de advocaat volgens de Rechtbank onrechtmatig jegens de weduwe en is hij aansprakelijk voor de door haar geleden schade.

Commentaar

Een belangrijke uitspraak die zich niet beperkt tot de advocatuur. Op basis van het door de Rechtbank geformuleerde uitgangspunt dat een opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht dient te nemen gelden de genoemde zorgvuldigheidseisen en zorgplicht voor elke adviseur. Het verzaken van deze zorgplicht leidt tot aansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade.

De situatie dat door het beëindigen van het dienstverband vóórdat de wachttijd voor een WIA- of IVA-uitkering is verstreken de aanvullende dekking van premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid vervalt, komt overigens inmiddels niet meer voor. Door het zogenoemde Van Leeuwen-convenant dekt de pensioenregeling waarin een werknemer deelnemer was op de eerste ziektedag de premievrijstelling tot de mate van arbeidsongeschiktheid zoals die gold bij einde dienstverband. Als bij einde dienstverband de wachttijd voor de WIA nog niet is verstreken, wordt de premievrijstelling volgens het convenant gebaseerd op de mate van arbeidsongeschiktheid zoals die gold bij de eerste toekenning van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Noord-Nederland 15 november 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 november 2017.