Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Staatssecretaris publiceert nieuw staffelbesluit

24 december 2018

De staatssecretaris van Financiën publiceerde op 10 december een nieuw staffelbesluit voor beschikbare premieregelingen. Het besluit is een actualisering van het besluit van 23 november 2017 (nr. 2017-187605).

Staffelbesluit; reikwijdte

Het besluit van 10 december 2018, nr. 2018-28515 is een actualisering van het besluit van 23 november 2018. Evenals de voorgaande staffelbesluiten uit 2009, 2013, 2014 en 2017 verduidelijkt het de fiscale regels voor pensioenregelingen die de Pensioenwet aanduidt als een premie- of kapitaalovereenkomst. Net als de voorgaande besluiten bevat het ‘nettostaffels’.

Dat wil zeggen staffels die geen opslag voor kosten en ook geen opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid bevatten.

Wijzigingen

In het nieuwe besluit zijn de premiestaffels voor nettopensioen aangepast in verband met de aanpassing van de nettofactor voor het berekenen van de premiepercentages voor nettopensioen. De nettofactor is gewijzigd doordat het belastingtarief in de hoogste belastingschijf in 2019 is veranderd.

Voorts zijn enkele verduidelijkingen en redactionele wijzigingen opgenomen. Als citeertitel geldt “Staffelbesluit pensioenen”. Het besluit treedt inwerking op 1 januari 2019.

In Bijlage V; “Regelingen met een premieovereenkomst op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen” is een onderdeel f toegevoegd dat voorziet in de mogelijkheid om de in een jaar niet-gebruikte beschikbare premieruimte in een later jaar in te halen. Een dergelijke bepaling kenden we al voor de 4%- en de 3%-staffel. De niet-gebruikte premieruimte moet dan in euro’s worden vastgesteld. Daarbij moet rekening worden gehouden met het actuele fiscale kader in het jaar waarin de inhaal plaatsvindt. De aldus vastgestelde inhaalpremie mag worden vermenigvuldigd met een samengestelde intrestfactor voor elk jaar gelegen tussen het einde van het in te halen jaar en de aanvang van het jaar waarin de inhaal plaatsvindt. Deze samengestelde intrestfactor wordt berekend op basis van de intrestfactor die bij de bepaling van de beschikbare premiestaffel over de periode waarover wordt ingehaald is gebruikt.

Ook voor de nettopensioen staffel in bijlage VII is een inhaalmogelijkheid voor niet-gebruikte beschikbare premieruimte toegevoegd. Die moet op soortgelijke wijze worden bepaald als hiervoor beschreven bij de kostprijsstaffel, met dien verstande dat de in euro’s vastgestelde inhaalruimte vermenigvuldigd mag worden met factor 1,04 bij de 4%-staffel en 1,03 bij de 3%-staffel voor elk jaar gelegen tussen het einde van het in te halen jaar en de aanvang van het jaar waarin de inhaal plaatsvindt

Zie voor het vaststellen van de inhaal van niet gebruikte premieruimte ook de handreiking van 9 juli 2014 op de site van de Belastingdienst.

Het aanpassen van de nettofactor bij nettopensioen leidt tot 0,1% meer ruimte in de leeftijdscohorten 30-34; 40-44; 45-49; 55-59; 60-64 en 65-67.

Commentaar

Het vernieuwde staffelbesluit is een actualisering van het staffelbesluit uit 2017, met weinig inhoudelijke wijzigingen. De aanpassingen van de staffels voor nettopensioen met 0,1%-punt zet weinig zoden aan de dijk. De toevoeging van de inhaalruimte bij de kostprijsstaffel is een wezenlijke verbetering.

 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Besluit van de staatssecretaris van de Financiën van 10 december 2018, nr. 2018-28515.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 december 2018.