Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Stamrecht gedeeltelijk opnemen zonder revisierente

25 september 2015

Vanaf 2014 geldt de stamrechtvrijstelling voor ontslagvergoedingen niet meer. Voor bestaande stamrechten geldt overgangsrecht. Volgens dit overgangsrecht kan het stamrecht ook in gedeelten worden opgenomen.  Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen paste hierover haar Vragen en Antwoorden aan.

Stamrechtvrijstelling

Tot 1 januari 2014 konden werknemers een ontslagvergoeding  omzetten in een stamrecht. In dat geval werd de belastingheffing uitgesteld. Niet de schadeloosstelling werd belast maar de termijnen van het stamrecht. Hiervoor moest het stamrecht wel aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • er moest sprake zijn van een recht op een periodieke uitkering;
  • dat toekomt  aan de werknemer zijn (ex-)partner en/of minderjarige kinderen;
  • dat uiterlijk ingaat op de datum waarop de werknemer een AOW-uitkering krijgt;
  • dat is ondergebracht  bij een verzekeraar, bank of BV.

Overgangsrecht

Vanaf 1 januari 2014 kunnen werknemers de stamrechtvrijstelling niet meer toepassen. Voor stamrechten die op 1 januari 2014 bestonden  bleven alle bepalingen van kracht die voorheen op het stamrecht van toepassing waren. Hierop is een uitzondering gemaakt. De gerechtigde kan het stamrecht, voordat de termijnen uiterlijk moeten ingaan, in zijn geheel of in delen opnemen. Slechts het opgenomen bedrag wordt dan belast. Hij hoeft geen revisierente te betalen. Voor zover het stamrecht niet geheel is opgenomen geldt daarvoor het overgangsrecht nog. 

Looptijd termijnen

De periodieke uitkering moet uiterlijk ingaan op de datum waarop zijn AOW-uitkering ingaat. Overlijdt de werknemer voordat het stamrecht is opgenomen, dan moet de uitkering direct na overlijden ingaan. De duur van deze uitkering is bij een lijfrenteverzekering is afhankelijk van de sterftekans van de gerechtigde. De duur moet zodanig zijn dat binnen deze periode de kans dat de gerechtigde overlijdt ten minste 1% bedraagt. 

Voor de bancaire  stamrechtuitkering  kan voor de minimale duur ook worden uitgegaan van de tabel die opgenomen is in de Uitvoeringsregeling loonbelasting (artikel 3.4, eerste lid, tekst 2013). Deze tabel mag overigens ook toegepast worden bij een stamrechtverzekering of een stamrecht dat bedongen is van een BV

Variabele uitkeringen

De termijnen mogen in hoogte variëren. Want een periodieke uitkering hoeft  - in tegenstelling tot een lijfrente – niet over de gehele periode vast en gelijkmatig te zijn. Maar de hoogte mag niet afhankelijk zijn een onzekere gebeurtenis. Dus de omvang van de termijnen moet van tevoren zijn bepaald en op basis van vaststaande bedragen. Men kan bijvoorbeeld in de stamrechtovereenkomst opnemen dat de termijnen de eerste drie jaren € 3.000 per maand  bedragen en dat dit bedrag na drie jaar omhoog gaat naar € 6.000 per maand. Bijvoorbeeld in verband met het wegvallen van het recht op een WW-uitkering of andere inkomsten.

Commentaar

In deze Vraag & Antwoord bevestigt het Centraal Aanspreekpunt Pensioen nog eens dat een stamrecht vóór de ingangsdatum van de periodieke uitkering geheel of gedeeltelijk kan worden opgenomen zonder dat hij daarvoor bestraft wordt met revisierente. 

 

Auteur: Paul Lavrijssen, Adviseur Aegon Adfis

Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioen; Vraag & Antwoord 08-020

Centraal Aanspreekpunt Pensioen; Vraag & Antwoord 13-007

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 25 september 2015