Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Stichting pensioenfonds moet partnerpensioen afstorten bij echtscheiding

15 februari 2019

Een DGA heeft zijn pensioen in eigen beheer over laten dragen aan een Stichting pensioenfonds. Bij echtscheiding eist de echtgenote van de DGA herverzekering van de aanspraken op partnerpensioen bij een externe verzekeraar. Het Hof stelt de echtgenote in het gelijk.

Pensioen en echtscheiding

De heer X en mevrouw Y zijn in 1992 gehuwd na het maken van huwelijkse voorwaarden. In de huwelijkse voorwaarden is opgenomen dat bij echtscheiding geen verrekening van het ouderdomspensioen zal plaatsvinden.

X is directeur grootaandeelhouder (DGA) van een BV. De BV heeft aan X aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen toegekend, welke zij in eigen beheer hield. Op enig moment heeft de BV de pensioenaanspraken overgedragen aan een Stichting Directiepensioenfonds. X was in het begin de enige bestuurder van de stichting. Later is het bestuur door X overgedragen aan drie andere bestuurders.

In 2009 wordt het huwelijk tussen X en Y door echtscheiding ontbonden. Y vordert van X en het Directiepensioenfonds herverzekering bij een professionele verzekeraar van het bijzondere partnerpensioen.

Directie pensioenlichaam

Het hof constateert dat er in feite sprake is van een pensioen in eigen beheer. Ook nu de pensioenaanspraken zijn ondergebracht in een Directiepensioenlichaam. Het hof refereert hierbij aan de opvatting van de Hoge Raad. Volgens de Hoge Raad moet bij de vraag of de partner overdracht van het pensioenkapitaal kan eisen gelet worden op alle omstandigheden van het geval.

X stelt zich op het standpunt dat hij, nu hij de stichting waarin de pensioenaanspraak is ondergebracht niet beheerst, niet gehouden is tot afstorting.

De pensioenstichting is geen externe verzekeraar. Daarover verschillen X en Y niet van mening.

Hoewel zowel X als de huidige bestuurder van de pensioenstichting verklaren dat het bestuur van de stichting volledig onafhankelijk is, is het Hof van oordeel dat pensioen in de voorliggende vorm in beginsel risicovoller is dan pensioen dat is ondergebracht bij een externe pensioenverzekeraar. Volgens het Hof kunnen in dit geval de eisen van de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat tot afstorting moet worden overgegaan.

Een door het Hof benoemde deskundige geeft in zijn rapport aan dat binnen de stichting geen sprake is van een beleid dat voldoet aan de eisen waaraan een pensioenuitvoerder onder de gegeven omstandigheden, te weten twee gerechtigden met tegengestelde belangen, ten minste moet voldoen. Voorts staat vast dat X de bestuurders van de stichting heeft benoemd en dat hij ook invloed heeft op eventuele vervanging van de bestuurders. Het Hof vindt dit voldoende om de eis van afstorting van Y toe te wijzen.

Omdat de stichting na overdracht van de volledige koopsom van het bijzonder partnerpensioen niet voldoende vermogen over heeft om het ouderdomspensioen te betalen, komt het Hof met de leer van de “post relationele solidariteit”; HR 14 juli 2017 (bericht van 24 april 2017). Een en ander komt erop neer dat het Directie pensioenlichaam het bijzonder partnerpensioen kan afstorten tegen de fiscale waarde. 

Commentaar

In deze uitspraak van het Gerechtshof vallen twee zaken op. Hoewel in de huwelijkse voorwaarden verrekening van het ouderdomspensioen was uitgesloten eiste de ex-echtgenote toch afstorting van pensioen. Dat kon zij doen omdat de toezegging ook een voorwaardelijk recht op partnerpensioen bevatte. Slechts als partijen in de huwelijkse voorwaarden de toepasselijkheid van de Wet verevening pensioen bij scheiding hadden uitgesloten zou dat niet het geval zijn geweest. Overigens geldt dit alleen bij een DGA. Immers het recht op bijzonder partnerpensioen van de echtgenote van een werknemer die geen DGA is, is geregeld in de Pensioenwet.

Het Hof vergelijkt in dit geval een Directie pensioenlichaam met een externe verzekeraar. Gezien de invloed die de DGA op het bestuur van het Directie pensioenlichaam kon hebben, acht het Hof het redelijk en billijk dat de eis van afstorting bij een externe verzekeraar wordt ingewilligd. Ondanks dat het bestuur van de stichting door anderen dan de DGA werd uitgeoefend, achtte het Hof de pensioenaanspraken van de ex-echtgenote niet voldoende veilig. Wellicht dat de financiële resultaten van de stichting hieraan debet waren.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 februari 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 februari 2019.