Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Stilzwijgend instemming met pensioenwijziging

5 mei 2017

Mag een werkgever erop vertrouwen dat een werknemer stilzwijgend met een verslechterende pensioenwijziging heeft ingestemd? Volgens het Hof Arnhem-Leeuwarden in deze situatie wel. 

Werkgever wijzigt pensioenregeling

Werknemer X gaat in 1996 een arbeidsovereenkomst aan met zijn werkgever. Onderdeel van de arbeidsovereenkomst is de pensioenregeling. In de pensioenregeling staat dat de werkgever in een aantal gevallen de pensioenovereenkomst (eenzijdig) mag aanpassen. Tot 2005 was voor de medewerkers sprake van een eindloonregeling. In de loop van 2004 besluit de werkgever de pensioenregeling om te zetten in een middelloonregeling.

In verband met die wijziging belegt de werkgever eind 2005 een personeelsvergadering waarin hij het personeel informeert over de wijzigingen. X kon niet bij de personeelsvergadering aanwezig zijn, maar is na afloop door zijn collega’s op de hoogte gesteld. Werkgever stelt X ook in de gelegenheid een individueel spreekuur van de pensioenuitvoerder te bezoeken over de nieuwe pensioenregeling. De daarvoor gemaakte afspraak gaat uiteindelijk niet door. Werkgever voert de pensioenwijziging medio 2005 in met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005.

In de periode 2006 tot en met 2008 onderhandelt X met werkgever uitgebreid en langdurig over de inhoud van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Op 19 juni 2008 sluiten X en werkgever een nieuw contract waarin staat dat werkgever X een pensioen toekent overeenkomstig het geldende collectieve pensioenreglement. In 2013 vordert X nakoming van de oorspronkelijke eindloonregeling. Nadat de kantonrechter de vordering van X afwijst gaat X in beroep.

Werknemer stemt (stilzwijgend) in

Het hof wijst de vorderingen van X eveneens af. Het hof onderscheidt twee perioden. De periode vanaf het moment dat X zijn nieuwe arbeidsovereenkomst sloot met de werkgever (2008) en de periode tussen 2005-2008.

Volgens het hof wist X in 2008 dat de geldende pensioenregeling een middelloonregeling was. En plaatste hij zijn handtekening zonder enig voorbehoud onder de nieuwe arbeidsovereenkomst die naar de geldende pensioenregeling verwees. De omstandigheid dat hem bij het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst niet een exemplaar van de pensioenregeling ter hand is gesteld, is volgens het hof geen reden om deze uitdrukkelijke instemming ter zijde te schuiven. Het hof verwerpt het standpunt van X dat om die reden geen sprake was van daadwerkelijk instemmen met de pensioenregeling. Volgens het hof betekent dit, dat X vanaf 19 juni 2008 expliciet heeft ingestemd met de toepasselijkheid van de middelloonregeling.

Voor wat betreft de vordering van X met betrekking tot de periode 2005-2008 is het hof van mening dat de werkgever erop mocht vertrouwen dat X stilzwijgend instemde met de eenzijdige wijziging.. Volgens X is een stilzwijgende instemming met een pensioenwijziging niet mogelijk en moet er sprake zijn van een expliciete instemming. Het hof verwerpt het betoog van X dat van een stilzwijgende instemming geen sprake kan zijn. Het hof overweegt daarbij dat de werkgever er alleen op mag vertrouwen dat een individuele werknemer heeft ingestemd met een verslechtering van zijn arbeidsvoorwaarden als aan de werknemer duidelijkheid is verschaft over de inhoud van die wijziging en op grond van verklaringen of gedragingen van de werknemer mag worden aangenomen dat deze welbewust met die wijziging heeft ingestemd.

Het hof stelt vast dat werknemer voldoende geïnformeerd is over de pensioenwijziging. Volgens het hof wist X in 2005 dat de wijziging was ingetreden en heeft hij daarvan ook direct geprofiteerd doordat de eigen bijdrage niet meer werd geheven. Verder had X tot in 2011 geen enkel probleem met de nieuwe pensioenregeling en had X zich daarover ook tot 2011 nooit negatief geuit tegenover werkgever. X stelde zich voor het eerst in januari 2013 op het standpunt dat hij niet met de wijziging heeft ingestemd. Dit alles maakt dat werkgever in de periode 2005-2008 erop mocht vertrouwen dat X met de wijziging van de pensioenregeling had ingestemd.

Commentaar

Een werkgever mag er niet zomaar op vertrouwen dat een werknemer stilzwijgend akkoord is gegaan met een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling. Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat in de praktijk slechts sprake kan zijn van stilzwijgende instemming met een verslechtering van de pensioenregeling als de werkgever heeft voldaan aan zijn informatieverplichting én uit het gedrag of verklaringen van de werknemer een welbewuste instemming blijkt.

Het hof: de werkgever mag er alleen op vertrouwen dat een individuele werknemer heeft ingestemd met een wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden die voor hem een verslechtering inhoudt als aan de werknemer duidelijkheid is verschaft over de inhoud van die wijziging en op grond van verklaringen of gedragingen. Het hof verwijst hiervoor in zijn uitspraak naar Hoge Raad 12 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3570.

De werkgever mag uit enkel “stilzitten” door de werknemer  doorgaans geen stilzwijgende instemming afleiden. Zeker niet wanneer de werkgever onvoldoende informatie heeft gegeven over de wijzigingen of de wijziging als een voldongen feit heeft gepresenteerd. Zie bijvoorbeeld Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:305 waarin werkgever onvoldoende duidelijkheid verschafte over de wijziging en de wijziging presenteerde als een vaststaand feit. En Hoge Raad 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5262, waarin werkgever een onvoorwaardelijke indexering zonder uitdrukkelijke instemming van de deelnemer omzette in een voorwaardelijke stijging. Maar, van belang is wel dat het hof nadrukkelijk vaststelt dat instemming niet expliciet hoeft te worden gegeven, maar ook stilzwijgend kan worden verleend.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 31-01-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:797