Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Streefregeling: uitkerings- of premieregeling?

6 oktober 2014

In een streefregeling krijgt een werknemer aanspraken op een pensioenkapitaal. Dit kapitaal wordt afgeleid van een beoogd pensioen. Moet je een streefregeling nu karakteriseren als een uitkeringsovereenkomst of een beschikbare premieregeling of geen van beiden? De rechtbank Amsterdam geeft antwoord op deze vraag.

Wat is er aan de hand?

Op 1 oktober 1988 treedt een werknemer in dienst bij Getronics (G). Hij neemt niet deel aan de pensioenregeling van het ondernemingspensioenfonds van G maar sluit een zogenaamde C-polis. Wanneer werknemer in 2001 uit dienst treedt ontstaat verschil van mening tussen werknemer en G over wat er nu is toegezegd: een gegarandeerde uitkering (volgens werknemer) of een streefregeling (volgens G).

Rechtbank Amsterdam buigt zich hierover.

Rechtbank

De Rechtbank stelt vast dat de enige schriftelijke toezegging aan werknemer is opgenomen in artikel 2.6 van de arbeidsovereenkomst van 19 januari 1999. Daarin staat dat W “is entitled to receive pension contributions (…) to achieve an annual total contribution of 2% (two percent) of the projected pension”.

In een briefwisseling tussen G en werknemer is kennelijk gesproken over een eindloonregeling. Werknemer stelt dat een eindloonregeling hetzelfde is als een uitkeringsovereenkomst. G stelt dat de eindloonregeling onderdeel uitmaakt van de streefregeling en zeker geen recht geeft op een gegarandeerd pensioen zoals bij een uitkeringsovereenkomst. Daarnaast wijst G erop dat zij in andere communicatie met werknemer de werknemer gewezen heeft op het rente- en langlevenrisico die voor rekening van werknemer komen.

De rechtbank vindt dat werknemer er niet in geslaagd is aan te tonen dat hij een aanspraak heeft op een uitkeringsovereenkomst. Hij wijst daarom de vordering van de werknemer af.

Commentaar

De streefregeling blijft een lastig fenomeen. Juist vanwege deze onduidelijkheid is bij invoering van de Pensioenwet gekozen voor drie karakters: de uitkeringsovereenkomst, de kapitaalovereenkomst en premieovereenkomst. Een streefregeling past niet in dit rijtje. Hij komt na 1 januari 2006 dus nog alleen voor bij DGA’s en premievrije aanspraken.

Vanwege het hybride karakter van de streefregeling wordt deze de ene keer uitgelegd als een beschikbare premieregeling en de andere keer als een uitkeringsovereenkomst. De belastingdienst merkt deze regeling aan als een premieregeling. De Nederlandsche Bank is van mening dat de regeling meer elementen van een uitkeringsovereenkomst heeft. De rechtbank oordeelt in dit geval dat de streefregeling geen uitkeringsovereenkomst is. Maar is het dan een beschikbare premieregeling of misschien wel een kapitaalovereenkomst? We zullen ermee moeten leven dat de streefregeling een hybride karakter heeft.

 

Auteurs: Vera Hek en Paul Lavrijssen, adviseurs Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Amsterdam, Nr. 2014:6143.