Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Svb mag partnertoeslag AOW terugvorderen na vervroegen pensioen

15 september 2016

De partner van X laat haar pensioen ingaan voor het bereiken van haar pensioengerechtigde leeftijd. Volgens de Sociale Verzekeringsbank moet X daarom zijn AOW-partnertoeslag terugbetalen. Lees hierna waarom.

AOW plus AOW-partnertoeslag

In september 2011 vroeg X een AOW-uitkering aan. Hij gaf desgevraagd aan dat zijn echtgenote geen inkomsten heeft. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besluit daarop dat X vanaf maart 2012 recht heeft op een AOW-pensioen en een toeslag voor zijn partner. De partnertoeslag eindigt op 27 september 2014 omdat de echtgenote van X op dat moment haar AOW-leeftijd bereikt.

De Svb constateert in 2014 dat de informatie die X gaf over de inkomenspositie van zijn echtgenote niet overeenkomt met de gegevens die de Belastingdienst daarvan heeft. Uit onderzoek van de Svb blijkt namelijk dat de echtgenote van X sinds maart 2012 prepensioen ontvangt. Dat inkomen komt volledig in mindering op de partnertoeslag. De Svb vordert de teveel betaalde toeslag (€ 4.320) van X terug.

Vervroegd pensioen

X maakt bezwaar tegen de terugvordering over de maanden juli, augustus en september 2014. Toen kreeg zijn echtgenote ouderdomspensioen van het pensioenfonds Zorg en Welzijn. Dat pensioen ging op verzoek van zijn echtgenote in vóórdat zij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Volgens X moet dit pensioen niet meetellen als inkomen voor de partnertoeslag omdat dit pensioen is bedoeld voor de periode ná de pensioengerechtigde leeftijd.

De Svb is het niet eens met X. Ook al gaat het om naar voren getrokken betalingen, dan moet de Svb de pensioenbetalingen toewijzen aan de maanden waarin zij zijn betaald. In de situatie van X en zijn echtgenote dus de maanden juli, augustus en september 2014.

X stelt zich op het standpunt dat het naar voren getrokken pensioen van zijn echtgenote een afkoopregeling van haar pensioen betreft. Daarmee verwijst hij naar een (tussen) uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 19 december 2014.

Rechtbank Noord Nederland

De Rechtbank is het niet eens met X. Volgens de rechtbank gaat het in de (tussen)uitspraak van de CRvB om een afkoopsom van ouderdomspensioen. En dat is een eenmalige en incidentele betaling. In de situatie van de echtgenote van X was daarvan geen sprake. Immers, in de situatie van de echtgenote ging het om naar voren getrokken pensioen. Dus om een maandelijkse uitkering die vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is ingegaan. De echtgenote heeft die keuze zelf gemaakt. X en zijn partner worden geacht zich van te voren op de hoogte te stellen van de eventuele gevolgen van een dergelijke keuze, aldus de rechtbank. Nu X en zijn partner dat niet hebben gedaan, komt het gevolg daarvan voor rekening van X en niet voor rekening van de Svb.

Dringende redenen

Met betrekking tot de terugvordering stelt de rechtbank dat de Svb op grond van artikel 24 van de AOW onverschuldigd betaalde toeslag moet terugvorderen. En dat de Svb daarvan alleen geheel of gedeeltelijk kan afzien in geval van dringende redenen. Volgens vaste rechtspraak kunnen dringende redenen als bedoeld in de AOW alleen zijn gelegen in de onaanvaardbaarheid van de financiële en/of sociale gevolgen die een terugvordering heeft voor een verzekerde. Dat er voor X in de maanden juli, augustus en september 2014 sprake zou zijn geweest van een dergelijke noodsituatie is niet gebleken, aldus de rechtbank.

Commentaar

Eerder oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over het terugvorderen van ten onrechte uitbetaalde uitkeringen. Zie bijvoorbeeld onze nieuwsberichten van respectievelijk 4 januari 2016 en 23 oktober 2015 waarin de CRvB oordeelde over het terugvorderen van AOW- en bijstandsuitkering. De rechtbank oordeelt overeenkomst de CRvB: de wet biedt de uitkeringsinstantie geen ruimte om ten onrechte uitbetaalde uitkeringen niet terug te vorderen. Daarop is één uitzondering: in geval van dringende redenen. Dan moet er dus echt sprake zijn van een noodsituatie. In geen van deze uitspraken kon de ontvanger aannemelijk maken dat daarvan sprake was.

Een uitkeringsgerechtigde is zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Dat geeft de rechtbank in deze uitspraak nog eens duidelijk aan. De echtgenote had zelf besloten om het pensioen te vervroegen. En had zich zelf op de hoogte moeten stellen van de gevolgen van dat besluit. De gevolgen van dat besluit komen dus voor rekening van X en zijn echtgenote. En niet voor rekening van de Svb. In dezelfde lijn oordeelde de Centrale Raad van Beroep in haar uitspraak van 4 januari 2016.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Noord Nederland, uitspraakdatum 24 augustus 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 september 2016