Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Tarief bij omzetting kapitaal in pensioenuitkering

10 augustus 2017

Een werknemer pensioneert en moet het kapitaal van zijn beschikbare premieregeling aanwenden voor pensioen. Volgens de Geschillencommissie van het Kifid mag de verzekeraar uitgaan van het tarief dat geldt op de ingangsdatum van de pensioenuitkeringen.

Aankoop pensioen

De werkgever van werknemer X had een pensioenverzekering gesloten bij Verzekeraar A. De pensioenverzekering bevat een pensioenkapitaal dat op de pensioendatum moet worden aangewend voor pensioenuitkeringen. De pensioendatum volgens de pensioenverzekering was 1 oktober 2013.

A stuurt X op 10 mei 2013 een brief waarin hij X informeert over het aankopen van een pensioen per 1 oktober 2013. In deze brief staat onder meer :

‘‘Onderstaand vermelden wij de aan te kopen pensioenen. De berekening is gebaseerd op de huidige gegevens zoals deze in onze administratie voorkomen. Wij geven u dan ook een voorlopige opgave van het pensioenkapitaal op de pensioendatum en de hiervoor aan te kopen pensioenen.

Per 1 oktober 2013 bedraagt uw pensioenkapitaal € 52.933,10.

De hiervoor aan te kopen pensioenen bedragen: ouderdomspensioen € 3.765,84 bruto per jaar, partnerpensioen € 2.636,04 bruto per jaar.’’

X reageert noch op de brief van 10 mei 2013 noch op latere herinneringen. Pas in juli 2016 vraagt X aan A de uitkering van het pensioen. A antwoordt X dat A zonder toestemming van de belastingdienst het pensioen niet kan uitkeren omdat de redelijke termijn is verstreken. Op verzoek van X verlengt de belastingdienst de redelijke termijn tot 31 december 2016.

A verstrekt X op 10 november 2016 een offerte voor de pensioenuitkering. Deze offerte gaat uit van een pensioenkapitaal van € 52.933, waarvoor A een levenslang jaarlijkse  uitkering aanbiedt van € 2.254,85. Na bezwaar van X verhoogt A (coulance halve) het pensioenkapitaal tot € 60.000. Hiermee is X het ook niet eens. Hij wil met ingang van 1 oktober 2013 een ouderdomspensioen van € 3.765,84 per jaar in combinatie met een partnerpensioen € 2.636,04 per jaar.  

Geschillencommissie van het Kifid

X vindt dat hij recht heeft op een pensioen met ingang van 1 oktober 2013 op basis van de toen geldende tarieven. De Commissie merkt op dat de brief van A van 10 mei 2013 niet als offerte kan worden aangemerkt. Het is slechts  een voorlopige opgave van het pensioen per 1 oktober 2013. X kan hieraan dan ook geen rechten kan ontlenen. De late uitbetaling van het pensioen is niet te wijten aan A. Daar komt bij dat de redelijke termijn, waarbinnen X een pensioen diende aan te kopen, pas op 31 december 2016 is verstreken. X had ook na 10 mei 2013 nog de mogelijkheid om zijn pensioen elders onder te brengen. De Commissie vindt daarom dat A het pensioen kan baseren op de tarieven die golden op het moment dat de X over gaat tot aankoop van het pensioen.

Omdat A sinds 1 oktober 2013 de pensioengelden onder zicht heeft vindt de Commissie het redelijk dat A een rente vergoedt die wordt toegevoegd aan het pensioenkapitaal. De vergoeding stelt de Commissie vast op de daggeldmarktrente.

Commentaar

X reageerde pas na meer dan drie jaar op het aanbod van verzekeraar A. De vraag is of hij, wanneer de rente in tussentijd was gestegen, verzekeraar A nog steeds had willen houden aan de brief van mei 2013. Wij vermoeden van niet. Daarom is het goed dat het Kifid niet met hem meeging in zijn eis om de tarieven uit 2013 toe te passen.

Nu de vertraagde uitkering niet te wijten was aan A vond de Geschillencommissie van het Kifid het terecht dat A uitging van de huidige tarieven. A moet alleen een rente vergoeden over de periode dat de uitkering was uitgesteld. Het is nog maar de vraag of op basis van deze rente X toekomt aan het coulance aanbod van A om uit te gaan van een pensioenkapitaal van € 60.000.

Het standpunt van A dat hij zonder toestemming van de belastingdienst het pensioen niet kan uitkeren omdat de redelijke termijn is verstreken vinden wij bijzonder. Civiel juridisch moet A het pensioen uitkeren. Als de redelijke termijn is verstreken, moeten ze als inhoudingsplichtige de loonheffing over de afkoopwaarde aan de belastingdienst overmaken en mogen dan compenseren. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2017-497

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 augustus 2017.