Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Te hoge bijstandsuitkering door pensioen. Terugvorderen?

23 oktober 2015

X geeft bij zijn bijstandsaanvraag zijn ABP-weduwnaarspensioen niet op. Na drie jaar corrigeert de gemeente zijn bijstandsuitkering en vordert het teveel betaalde terug. Mag dat?

De kwestie 

Sinds 12 december 2010 krijgt X een bijstandsuitkering. Op 24 januari 2014 besluit de gemeente de bijstandsuitkering van X met terugwerkende kracht tot 12 december 2010 te herzien. Uit onderzoek bleek namelijk dat X een weduwnaarspensioen van het ABP ontving van ongeveer € 100 per maand. X kreeg dus een hogere bijstandsuitkering dan waarop hij recht had. 

De gemeente besluit om € 3.460 van X terug te vorderen. Dit bedrag is gelijk aan het teveel betaalde over de periode van 12 december 2010 tot en met 31 oktober 2013. X is het daarmee niet eens. Nadat de rechtbank hem in het ongelijk stelt gaat hij in beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRB). 

Centrale Raad van Beroep

Volgens X had de gemeente bekend moeten zijn met de weduwnaarsuitkering die hij ontvangt. Wanneer de gemeente daarmee direct rekening had gehouden, dan was er niet teveel uitbetaald en was er geen terugvordering ontstaan. Volgens hem handelt de gemeente onzorgvuldig wanneer zij terugvordert. Hij vindt dat de zesmaandsjurisprudentie moet worden toegepast. 

De CRvB is van mening dat de zesmaandsjurisprudentie niet geldt omdat X het weduwnaarspensioen niet had aangegeven toen hij de bijstandsuitkering aanvroeg.

Volgens jurisprudentie (uitspraak van 24 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN5014) mag een uitkeringsinstantie onverschuldigd betaalde bijstand binnen een beperkte periode terugvorderen als zij niet adequaat reageert op signalen waaruit het kan afleiden dat het teveel of ten onrechte uitkering heeft verstrekt. Na een dergelijk signaal heeft de uitkeringsinstantie nog zes maanden om tot deze actie over te gaan. Over de periode gelegen na die zes maanden kan het dan geen gebruik maken van de bevoegdheid tot terugvorderen zonder in strijd te komen met het zorgvuldigheidsbeginsel. Zo’n signaal had de gemeente van X echter niet ontvangen. X had bij zijn aanvraag om bijstand eind 2010 geen melding gemaakt van zijn ABP-pensioen. De CRvB ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan de zesmaandenjurisprudentie. 

X voerde verder aan dat er sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Hij zit namelijk nog 18 maanden in de schuldsanering en mag geen nieuwe schulden maken. Doet hij dat wel, dan kan de schuldsanering tussentijds worden beëindigd met verstrekkende gevolgen voor hem. Ook op dit punt gaat de CRvB niet met X mee. Volgens de Wet Werk en Bijstand wordt afgezien van terugvordering als daarvoor dringende redenen zijn. Een dringende reden is aanwezig als de terugvordering onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties voor de betrokkene heeft. Dat de terugvordering mogelijkerwijs nadelige gevolgen heeft voor het schuldsaneringstraject, betekent niet dat sprake is van onaanvaardbare consequenties.

De gemeente mag de € 3.460 van X terugvorderen.

Commentaar

In deze casus stond niet ter discussie of X teveel had ontvangen. Wel de vraag of de uitkeringsinstantie de teveel uitbetaalde bijstandsuitkering mag terugvorderen. De CRvB is daarover duidelijk: X kan zich niet verschuilen achter het feit dat de gemeente wist of had kunnen weten van zijn ABP-weduwnaarspensioenuitkering. Of de terugvordering gevolgen heeft voor zijn schuldsanering vindt de CRvB niet relevant. X is zelf verantwoordelijk voor zijn daden, zoals het niet verstrekken van informatie. 

De verantwoordelijkheid verschuift naar de uitkeringsinstantie wanneer deze niet adequaat reageert op signalen die de ontvanger van de uitkering geeft. De CRvB schrijft hierover in haar uitspraak: “Een signaal is in dit verband relevante informatie van de betrokkene waaruit het bijstandverlenend orgaan concreet kan afleiden dat sprake is van een fout op grond waarvan het actie dient te ondernemen.”

Deze uitspraak ligt in lijn met een uitspraak van Rechtbank Amsterdam in 2014 over herstel van te hoge pensioenuitkeringen. In ons nieuwsbericht van augustus 2014 schreven wij daarover. In die casus wilde een pensioenfonds een teveel uitbetaald pensioen terugvorderen. De rechtbank oordeelde in die situatie dat alleen in bijzondere omstandigheden teveel betaalde uitkeringen teruggevorderd kunnen worden. Bijvoorbeeld een onjuiste opgave door de pensioengerechtigde of wanneer de fout zichtbaar is voor de ontvanger. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, publicatiedatum: 19-10-2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 oktober 2015