Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Te hoge schuld betekent een belaste aanspraak voor DGA

Te hoge schuld betekent een belaste aanspraak voor DGA

21 februari 2021

Een DGA heeft een zodanig grote schuld aan de BV dat (gedeeltelijke) aflossing alleen mogelijk is door verrekening met de pensioenuitkeringen. De pensioenregeling van DGA is geen pensioenregeling in de zin van art. 18 Wet LB.

Onmogelijk normaal af te lossen

X is directeur en enig aandeelhouder in BV A. BV A vormde met haar dochtervennootschap, een pensioen-bv, een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Het pensioen in eigen beheer (PEB) van X was ondergebracht bij de pensioen-bv. De stand van de pensioenvoorziening op de balans per 1 januari 2012 bedroeg € 1.195.898. Op 31 december 2012 stond deze pensioenvoorziening op € 1.285.888.

BV A heeft al jaren grote financiële vorderingen op X. De schulden bedroegen aan het begin en het einde van 2012 in totaal meer dan € 5 miljoen.

Na een boekenonderzoek concludeert de belastinginspecteur dat de pensioenregeling niet als pensioenregeling valt aan te merken in de zin van artikel 18 van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB). Volgens de Belastingdienst kan X zijn schuld aan zijn BV alleen maar (gedeeltelijk) aflossen door een verrekening van de pensioenuitkeringen. X kon geen andere zekerheid bieden. Daarmee is de pensioenaanspraak feitelijk voorwerp van zekerheid geworden, aldus de Belastingdienst. En het maken van een pensioen tot een voorwerp van zekerheid telt fiscaal gezien als een afkoop van het pensioen. BV A betwist deze redenering. Zowel de rechtbank als het hof zijn het eens met de Belastingdienst.

Opgebouwde pensioenaanspraken voorwerp van zekerheid

De rechtbank constateerde dat uit de jaarrekeningen blijkt dat BV A een eigen vermogen heeft van ongeveer € 4,3 miljoen en dat haar activa vrijwel geheel bestaan uit vorderingen op X. Ook stelde de rechtbank vast dat X een negatief privévermogen heeft en dat de activa van de pensioen-bv vrijwel geheel bestaan uit vorderingen op BV A. De rechtbank maakte daaruit op dat binnen BV A en de pensioen-bv geen middelen aanwezig zijn voor een daadwerkelijke pensioenuitkering. De rechtbank acht het ook niet aannemelijk dat die middelen er zullen komen. De in 2012 en 2013 opgebouwde pensioenaanspraken kunnen volgens de rechtbank daarom alleen worden aangewend ter aflossing van de schulden van X aan BV A en zijn daarmee direct voorwerp van zekerheid geworden en niet langer aan te merken als een pensioenregeling in de zin van de Wet LB.

Dit heeft tot gevolg dat de zogenaamde "omkeerregel” niet van toepassing is en de in de jaren 2011 tot en met 2013 toegekende aanspraak tot het loon van X behoort.

Hetgeen BV A in hoger beroep aanvoerde bracht het hof niet tot een ander oordeel.

Commentaar

De uitspraak over de te hoge schuld is niet verrassend en ligt in de lijn van eerdere uitspraken. Met dien verstande dat in eerdere uitspraak (zie bijvoorbeeld ons bericht van 8 februari 2019) de rechter niet constateerde dat het pensioen voorwerp van zekerheid is geworden maar dat er sprake was van prijsgeven van pensioenaanspraken, zonder dat die aanspraken niet voor verwezenlijking vatbaar waren. Het resultaat is echter hetzelfde: in beide gevallen wordt het aangemerkt als een niet toegestane handeling waardoor de aanspraak belast is. Een interessante vraag is overigens nog wel hoe X de belastingclaim gaat betalen of waar de BV het op gaat inhouden en afdragen.

Hoewel het pensioen in eigen beheer in 2017 is afgeschaft, lopen nog steeds zaken over deze pensioenvoorzieningen. En dat zal voorlopig nog wel even doorgaan, verwachten wij.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 1 december 2020; publicatiedatum 11 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2020:2730

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 18 februari 2021