Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Te late reactie resulteert in minder (arbeidsongeschiktheids)pensioen

24 oktober 2019

Y werkt voor een advocatenkantoor en bouwt pensioen op bij pensioenfonds voor notarissen. Zij krijgt burn-out in januari 2002 en ze wordt in januari 2003 door haar werkgever afgemeld bij pensioenfonds. Bij toeval ontdekt ze begin 2004 dat ze recht heeft op arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling. De aanvraag hiervoor had voor maart 2003 bij pensioenfonds moeten zijn, maar pensioenfonds is bereid coulance halve uit te keren vanaf januari 2004 als Y aanvraag indient. Uiteindelijk komt Y hierop pas in 2013 terug. Veel te laat aldus de rechtbank.

Informatieplicht werkgever over pensioenregeling

Y wordt in januari 2003 na een jaar ziekte, arbeidsongeschikt verklaard door het UWV voor 80 tot 100 procent. Haar werkgever meldt dit aan het pensioenfonds voor notarissen (hierna: SNP). Op 24 februari 2003 heeft de werkgever SNP nader geïnformeerd over de arbeidsongeschiktheid van Y met overlegging van het besluit van UWV.

Pensioenreglement SNP

Volgens het pensioenreglement heeft Y bij arbeidsongeschiktheid recht op arbeidsongeschiktheidspensioen vanaf het moment dat ze ophoudt te werken als notaris of kandidaat-notaris. Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van meer dan 65 procent heeft Y recht op een volledig arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarnaast staat in het pensioenreglement:

“1. Bij het doen van een aanvraag voor arbeidsongeschiktheidspensioen dient de aanvrager tevens een schriftelijk advies van de behandelend arts rechtstreeks te doen toekomen aan de medisch adviseur van het fonds. Deze aanvraag moet worden ingediend binnen twee maanden nadat de aanvrager wegens arbeidsongeschiktheid geheel respectievelijk gedeeltelijk is opgehouden als notaris of kandidaat-notaris werkzaam te zijn.

  1. Het bestuur wijst één of meer deskundigen aan voor een onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid van de betrokkene. (…)
  2. Het bestuur beoordeelt aan de hand van de uitgebrachte rapporten of betrokkene uit hoofde van daarin geconstateerde ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt geacht. (…)”

Bovendien staat in het reglement dat het deelnemerschap bij arbeidsongeschiktheid wordt voortgezet, zolang een arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitgekeerd.

Y stuurt op 22 oktober 2003 een e-mail aan de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), waarin ze vraagt om een opgave van haar opgebouwde pensioenrechten in verband met de afwikkeling van haar echtscheiding. Hierop krijgt ze op 4 november 2003 een brief van SNP, waarin ze wordt geattendeerd op het feit dat ze verzekerd was tegen arbeidsongeschiktheid bij het pensioenfonds. SNP geeft aan dat ze vóór 6 maart 2003 een aanvraag had moeten indienen, maar dat het fonds bereid is een eventuele aanvraag alsnog in behandeling te nemen.

Y vraagt vervolgens aan de werkgever hoe het zit met eventuele zaken die nog geregeld moeten worden bij het pensioenfonds. Op deze vraag krijgt Y vervolgens dit bericht van haar werkgever:

“(…) Als bekend is per wanneer het dienstverband wordt beëindigd, zullen wij de KNB informeren. Ook het Notarieel Pensioenfonds wordt door ons op de hoogte gesteld. Dat betekent dat er verder geen stortingen worden gedaan en dat de polis premievrij wordt gemaakt. Het opgebouwde kapitaal wordt door hun beheerd totdat jij de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt. (…)”.

Hierop geeft Y aan dat zij volgens het SNP recht had op een arbeidsongeschiktheidspensioen en doorbetaling van pensioenpremies als ze op tijd de aanvraag had ingediend. Y geeft aan dat ze ervan baalt dat ze dit veel te laat heeft vernomen en vraagt of de werkgever bereid is om de uitkeringen met terugwerkende kracht te verlenen. De werkgever wil eerst weten wat de exacte schade is en vraagt Y om door te geven wat er nu uiteindelijk wordt uitbetaald. De werkgever heeft niets meer vernomen en heeft Y na twee jaar arbeidsongeschiktheid ontslagen per 1 maart 2004

Negen jaar later

Y bericht werkgever op 4 maart 2013 over “de problematiek m.b.t. haar recht op arbeidsongeschiktheidspensioen (uitkering) en haar pensioen (premievrijstelling i.v.m. opbouw pensioen)”, met reminders daarna op 13 mei en 16 juli 2013.

Bij brief van 21 januari 2014 schrijft SNP aan Y dat de werkgever heeft gevraagd waarom zij geen arbeidsongeschiktheidspensioen heeft ontvangen en dat ze dat hebben uitgezocht. Uit haar dossier bleek dat Y nooit een aanvraag heeft gedaan voor de aanspraken en dat dit ook niet meer mogelijk is, omdat ze geen pensioendeelnemer meer is. Y sommeert SNP ruim een jaar later tot nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de pensioenovereenkomst en stelt haar aansprakelijk voor de geleden schade. Hierop reageert SNP dat het bestuur uit coulanceoverwegingen over gaat tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling met ingang van de datum van het bestuursbesluit, zonder daar terugwerkende kracht aan te koppelen.

Weer twee jaar later heeft de Y op grond van de Klachten- en geschillenregeling een geschil aanhangig gemaakt bij SNP. Hierop geeft het SNP aan het besluit van het bestuur te handhaven, maar uit coulanceoverwegingen alsnog overgaat tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling met ingang van 1 januari 2009.

Y had eerder moeten reageren

Y stapt naar de rechtbank en vraagt om haar alsnog door SNP met terugwerkende kracht te brengen in de positie waarin zij had behoren te verkeren als haar arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid vanaf 6 januari 2003 wel op juiste wijze zouden zijn uitgevoerd. Daarnaast wil ze dat de werkgever hier alle medewerking verleent en eventuele schadevergoeding moet betalen.

De rechtbank wijst de vorderingen van Y af om reden dat SNP terecht aangeeft dat zij niet in staat is geweest om zelf te beoordelen of Y arbeidsongeschikt is, zoals in het reglement staat omschreven. Daarnaast heeft Y in oktober 2003 alsnog de gelegenheid gekregen een aanvraag in te dienen en dat heeft ze niet gedaan. De werkgever beroept zich aldus de rechtbank terecht op verjaring van de vordering, omdat Y eind 2003 al wist welke rechten ze had bij SNP en de vordering had neergelegd bij de werkgever. Vervolgens kwam Y hierop pas terug in 2013, waardoor de verjaringstermijn van vijf jaar ruim is verstreken.

Commentaar

Uit deze zaak blijkt dat het belangrijk is dat de werknemer op de hoogte is van de rechten verwoord in het pensioenreglement. Het lijkt erop dat de werkgever hierin verzaakt heeft om de arbeidsongeschikte werknemer op de hoogte te stellen Daarnaast heeft Y zelf ook een verantwoordelijkheid. Zij had het reglement kunnen opvragen en lezen. Hoe het ook zij, uit deze uitspraak blijkt maar weer dat goede pensioencommunicatie heel belangrijk is. Het pensioenfonds heeft zich hier meerdere malen coulant opgesteld, waardoor de schade nog beperkt blijft, maar dat had ook anders kunnen zijn.

In deze uitspraak komt niet aan de orde waarom Y geen aanvraag heeft gedaan in oktober 2003. Kennelijk was er voldoende reden voor het fonds om haar tegemoet te komen.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 1 oktober 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 oktober 2019