Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Tegemoetkomingen pensioenen en stamrechten

7 juli 2014

Op 23 juni publiceerde het ministerie een verzamelbesluit. In dit besluit zijn diverse toezeggingen samengebracht die gedaan zijn in verband met de Wet VAP (Wet verlaging AOW- en pensioenrichtleeftijd) en in verband met gedeeltelijke afkoop van een stamrecht.

Overgangsrecht partner- en wezenpensioen voor oudere werknemers

Bij de invoering van de Wet VPL is overgangsrecht opgenomen voor werknemers die geboren zijn voor 1 januari 1950. Dit overgangsrecht geldt ook nog onder de Wet VAP. Door de toezegging van de staatssecretaris  mogen partijen bij het pensioen van deze oudere werknemers ook na 1-1-2014 zowel voor het ouderdomspensioen als het partner- en wezenpensioen uitgaan van het fiscale kader dat op  31 december 2004 gold.

Kleine overschrijding grenzen wezenpensioen

Het komt vaak voor dat partner- en wezenpensioen worden uitgedrukt in een percentage van het ouderdomspensioen. In die gevallen bedraagt het partnerpensioen dan 70% en het wezenpensioen 14% van het ouderdomspensioen. Als in een dergelijke pensioenregeling voor het ouderdomspensioen een jaarlijkse opbouw plaatsvindt tegen 2,15% bedraagt de opbouw van het partnerpensioen 1,505% en het wezenpensioen 0,301%. Het wezenpensioen is dan in feite te hoog want de opbouw mag volgens de Wet LB maar 0,3% zijn.

De staatssecretaris keurt deze kleine overschrijding goed! Maar alleen als in de regeling het partnerpensioen is uitgedrukt in 70% van het ouderdomspensioen en het wezenpensioen in 20% van het partnerpensioen of 14% van het ouderdomspensioen.

Partner – en wezenpensioen op risicobasis

De verhoging van de pensioenleeftijd en de verlaging van de opbouwpercentages geldt alleen voor de nog op te bouwen aanspraken. Opgebouwde aanspraken worden gerespecteerd.

Dit geldt volgens de Staatssecretaris niet voor aanspraken op partner- en wezenpensioen op risicobasis. Volgens de bewindsman doet de werkgever hiervoor elk jaar een nieuwe toezegging. In die visie moeten partijen vanaf 2014 voor het hele partner- en wezenpensioen uitgaan van de verlaagde opbouwpercentages. Hierdoor ontstaat een verschil tussen partner- en wezenpensioen op opbouw- en op risicobasis. Dat is niet de bedoeling. Daarom staat de Staatssecretaris toe dat bij partner- en wezenpensioen op risicobasis voor de periode tot 2014 het fiscale kader voor de pensioenopbouw van toepassing blijft zoals dat toen gold.

Uitstel ouderdomspensioen met indexatie

De pensioengerechtigde mag zijn ouderdomspensioen met indexatie omzetten in een gelijkblijvend pensioen. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat het gelijkblijvende pensioen na de conversie niet uitkomt boven de 100%-grens.
De Wet LB regelt dat bij de omzetting van ouderdomspensioen dat ingaat op 65 jaar naar een pensioen op 67 jaar in het kader van de Wet VAP, deze verhoging niet meetelt voor de bepaling van de 100%-grens. Bij geïndexeerd pensioen heeft deze conversie tot gevolg dat een deel van het recht op indexatie wordt omgezet in een gelijkblijvend pensioen. Maar in de Wet LB is voor deze omzetting niet dezelfde uitzondering gemaakt als voor uitstel van de pensioendatum.

De Staatssecretaris keurt goed dat bij uitstel van de pensioendatum in het kader van de Wet VAP de uitzondering van de 100% grens ook geldt voor de indexatie die bij deze conversie wordt omgezet in een gelijkblijvend pensioen. Met andere woorden de totale verhoging van het ouderdomspensioen in het kader van uitstel van de pensioendatum valt niet onder de 100%-grens.

Geen aanpassing pensioen bij vrijstelling premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid

Pensioenregelingen waarbij de periode van premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid is aangegaan op 31 december 2013 hoeven niet te worden aangepast aan de beperkingen van de Wet VAP. Deze goedkeuring geldt alleen als de voortgezette pensioenopbouw civielrechtelijk definitief is geworden. Dat zal bij verzekeraars meestal het geval zijn.

Pensioenfondsen baseren de vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meestal op het pensioenreglement. Als het reglement wijzigt, wijzigen vaak ook de premievrije voortgezette pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Deze goedkeuring geldt voor regelingen bij pensioenfondsen daarom alleen als het pensioenfonds kan aantonen dat het hier een definitief uitgewerkte rechtsverhouding betreft.

Voor deze goedkeuring moet, zowel bij regelingen bij verzekeraars als bij pensioenfondsen, aan extra voorwaarden worden voldaan.

Gedeeltelijke opname stamrecht

Met ingang van 1 januari 214 is de stamrechtvrijstelling afgeschaft. Voor bestaande stamrechten geldt een overgangsregime. Er volgen geen sancties meer als de gerechtigde het stamrecht op of na 1 januari 2014 in één bedrag ontvangt. De uitkering wordt dan aangemerkt als één termijnuitkering en er is geen revisierente verschuldigd.

Bedoeling was dat hetzelfde zou gelden voor gedeeltelijke opnamen. Dat is echter niet in de Wet LB opgenomen. Vooruitlopend op de aanpassing van de Wet LB keurt de Staatssecretaris goed dat ook een uitkering in gedeelte mogelijk is zonder dat er sancties gelden. Maar de tegemoetkoming dat maar 80% van het stamrecht wordt belast geldt alleen in 2014 en bij volledige opname van het recht.

Commentaar

Al eerder gaven wij aan dat we het niet eens zijn met de zienswijze van de staatssecretaris met betrekking tot partnerpensioen op risicobasis. Zie bijvoorbeeld ons bericht van 1 oktober 2013. De toezegging eindigt niet jaarlijks. In de pensioenovereenkomst of het pensioenreglement staat dat bij overlijden van de werknemer voor de pensioendatum een partnerpensioen wordt uitgekeerd. De werkgever is op grond van de Pensioenwet verplicht dit pensioen te verzekeren. Hij heeft hierbij de keuze uit verschillende verzekeringsvormen. De meest gehanteerde is de jaarlijkse stortingskoopsom. Maar er zijn ook nog steeds regelingen waarin dit risico is gefinancierd tegen een gelijkblijvende premie. Maar waar het op aankomt is dat niet jaarlijks de pensioenovereenkomst wordt hernieuwd ten aanzien van het risico partnerpensioen. Zelf de uitvoering wijzigt niet elk jaar maar slecht de kosten van de verzekering (financiering) van de aanspraak.

Bij de goedkeuring voor gedeeltelijk opname van het stamrecht wordt een foutje in de wet LB hersteld. Dit doet recht aan het uitgangspunt dat voor het stamrecht geen periodieke uitkering meer behoeft te worden aangekocht. De gerechtigde is vrij om naar believen bedragen op te nemen van zijn stamrechtspaarrekening of verzekering. De opgenomen bedragen worden belast als inkomen uit werk en woning (box 1).

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Besluit 23 juni 2014; nr. BKLB 2014/0351M