Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Tegenvallend resultaat streefregeling niet aan verzekeraar te wijten

1 mei 2019

C sloot een kapitaalverzekering met pensioenclausule bij Nationale Nederlanden (NN). Het pensioen dat C voor het kapitaal kon aankopen viel tegen. C verwijt NN dat het de gewekte verwachtingen m.b.t. het eindkapitaal niet nakomt. Het KIFID (de Commissie) oordeelt anders.

Streefregeling

Een werkgever zegt aan werknemer C een streefregeling toe. Ter uitvoering hiervan sluit C in 1990 via zijn werkgever een kapitaalverzekering met pensioenclausule bij NN. Bij een streefregeling zegt de werkgever een pensioen toe dat wordt bepaald op basis van een salaris/diensttijdregeling. De beoogde pensioenen worden omgerekend naar een verzekerd kapitaal. De werknemer maakt slechts aanspraak op het pensioen dat kan worden aangekocht door voor het verzekerde kapitaal op de einddatum. Voor de omvang van het pensioen is het van belang welke grootheden worden gebruikt voor de bepaling van het verzekerde doelkapitaal. In dit geval werd uitgegaan van een rekenrente op de pensioendatum van 5%.

De kapitaalverzekering voorzag in een gegarandeerd kapitaal bij in leven zijn op de einddatum. De verzekering deelt in de overwinst. Dat wil zeggen dat de marktrente voor zover die hoger is dan de tariefrente voor een deel wordt aangemerkt als winst. Een deel van deze winst is gegarandeerd door NN.

Daling rentestand

In 2009 informeerde NN de werkgever van C over de lage rentestand. In de pensioenregeling is overeengekomen dat de verzekeraar het pensioenkapitaal aanpast aan de actuele marktrente. Volgens NN maakt de huidige lage marktrente het noodzakelijk om bij de bepaling van de verzekerde kapitalen de verwachte rentestand bij aankoop van pensioen te verlagen van 5% naar 4,4%. Dit leidt tot een hoger verzekerd kapitaal en een hogere premie.

In zijn hoedanigheid als bestuurder deelde C aan NN mee dat hij geen aanpassing van het doelvermogen wilde. C verklaarde dat NN bij het doelvermogen op de pensioendatum uit moest blijven gaan van een rekenrente van 5%.

Vordering

In 2017 expireert de pensioenverzekering. C vindt dat het kapitaal veel te laag is. Volgens C is NN toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht. Hij vordert een extra kapitaal van NN van € 187.000. C voert hiervoor onder meer de volgende argumenten aan:

  • de winstbijschrijvingen staan niet in verhouding tot de gerealiseerde bedrijfswinsten van NN;
  • In de UPO’s heeft NN een hoger pensioen opgegeven;
  • NN heeft in het verleden een te rooskleurig beeld gegeven van de onderhavige verzekering en niet of onvoldoende gewezen op de risico’s;
  • NN zou C op basis van de redelijkheid en billijkheid tegemoet moeten komen.

 

Geen Schending zorgplicht

De Commissie oordeelt dat NN C op duidelijke wijze heeft geïnformeerd over de te verwachten gegarandeerde bedragen op de einddatum. C wist tegen welke prijs hij een bepaalde (gegarandeerde) minimumprestatie kon verwachten: een vast kapitaal bij leven op de pensioendatum vermeerderd met een gegarandeerde minimum winstdeling en een mogelijke verhoging van die winstdeling. C heeft in zijn hoedanigheid van directeur van zijn werkgever in 2009 bewust gekozen voor handhaving van een doelvermogen op basis van een veronderstelde marktrente op pensioeningangsdatum van 5%. C wist dat het aan te kopen pensioen op de einddatum daardoor lager zou kunnen uitvallen als de marktrente op pensioeningangsdatum lager was dan 5%. NN heeft C volgens de Commissie op correcte wijze geïnformeerd over het feit dat de gegarandeerde (ingebouwde) winst in het verzekerde kapitaal op de pensioendatum is opgenomen.

NN heeft in de UPO’s een indicatie gegeven van het aan te kopen pensioen en is daarbij gebonden aan richtlijnen van onder meer de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars. NN heeft toegelicht dat de daarbij gehanteerde indicatierente is verlaagd van 4% (in 2012) naar 2,2% (2015) en sinds 2016 gebaseerd op de actuele rentestand. Deze omstandigheid valt buiten de invloedssfeer van NN en leidt niet tot de conclusie dat de berekeningen niet correct zijn c.q. dat NN bepaalde verwachtingen heeft gewekt ten aanzien van het aan te kopen pensioen op de einddatum.

Dat er wegens een aanhoudende lage rentestand weinig tot geen ruimte is voor extra winstbijschrijvingen, is geen omstandigheid die binnen de invloedssfeer van NN valt.

De Commissie wijst de vordering van C af.

Commentaar

Bij een streefregeling zijn de pensioenen afhankelijk van het verzekerde pensioenkapitaal. De risico’s met betrekking de winstdeling en de hoogte van de rentestand bij aankoop van het pensioen komen volledig voor rekening van de pensioengerechtigde. Deze risico’s kunnen leiden tot een hoger of lager pensioen. Maar zoals bekend is de rente de laatste jaren fors gedaald. Daardoor werd er na verloop van tijd geen overrentewinst meer gemaakt en drukte de lage rentestand het aankooptarief van het pensioen.

C was van mening dat hij deelde in de bedrijfswinst van NN. Maar NN heeft vanaf het begin duidelijk gemaakt dat de pensioenverzekering slechts deelde in de overrente. Omdat in de verzekering een tariefrente van 4% was ingehouden was er niet of nauwelijks sprake van overrente.

In de praktijk blijkt dat streefregelingen regelmatig leiden tot misverstanden bij pensioengerechtigde. Vaak menen zij dat ze recht hebben op een gegarandeerd pensioen. Maar dat is niet zo. De op basis van salaris/diensttijd bepaalde pensioen zijn slechts beoogd. Het verzekerde pensioenkapitaal komt hiervoor in de plaats. Het beoogde verzekerd pensioen is slechts een uitgangspunt voor de berekening van het te verzekeren kapitaal. Door de lage rentestand vallen de resultaten dan vaak tegen. Maar als gerechtigden puur uitgaan van de verzekerde kapitalen (zoals de toezegging luidt) hebben zij niets te klagen. Waar sluit je tegenwoordig nog een kapitaalverzekering met een gegarandeerd rendement van 4%? C kreeg in dit geval nog meer omdat NN een deel van de toekomstige overrente had gegarandeerd!

Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: KIFID, 10 april 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 april 2019.