Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Toch nog vragen over Witteveen-2015

24 februari 2014

In ons bericht van 14 februari gaven we aan dat er al veel vragen over het wetsvoorstel Witteveen 2015 zijn beantwoord. Maar in het Nader Verslag van 20 februari wordt toch nog een aantal vragen over dit wetsvoorstel gesteld. Wij maakten voor u een selectie uit deze vragen.

Aanvullende vragen Wetsvoorstel Witteveen-2015

  • Kunnen pensioenuitvoerders de voorgestelde maatregelen wel vóór 1 januari 2015 uitvoeren?
  • Verschillende partijen vragen zich af waarom de regering kiest voor aanvulling in de derde pijler. Een vrijwillig aanvullend netto pensioen in de tweede pijler biedt voordelen op het gebied van dekking van premievrijstellig bij arbeidsongeschiktheid en partnerpensioen. Daarnaast is een vrijwillig netto pensioen in de tweede pijler levenslang. Tevens biedt de tweede pijler voordelen op het gebied van pensioencommunicatie.
  • Kunnen verzekeraars keuringseisen stellen aan de netto lijfrente in de derde pijler? En zo ja is dat wel gewenst?
  • In het wetsvoorstel wordt een risicopartnerpensioenknip voorgesteld. In hoeverre zullen pensioenuitvoerders deze knip gaan uitvoeren?
  • Wat is de hoogte van de maximale opbouwpercentages bij toepassing van een lagere franchise?
  • In het Besluit van 20 december 2013 heeft de staatssecretaris toegezegd dat verzekerde regelingen waarbij vóór 1 januari 2014 premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid was verleend, niet hoeven worden aangepast aan de Wet VAP. Geldt deze toezegging ook voor de aanpassing in het kader van Witteveen-2015? En zo ja, geldt deze toezegging ook voor premievrije aanspraken die worden uitgevoerd door pensioenfondsen?
  • Als de netto lijfrente geheel of gedeeltelijk wordt afgekocht vervalt volgens het wetsvoorstel de vrijstelling voor box 3. Moet er dan eenmalig 1,2% belasting worden betaald, of ook over de voorgaande jaren dat er onterecht is geprofiteerd van deze belastingvrijstelling?
  • Waarom mogen pensioenfondsen geen netto lijfrente uitvoeren? Is dat een bewuste keuze?
  • Kennelijk kan de Belastingdienst de bepalingen rondom het fiscaal maximum (100%-grens) in haar uitvoeringspraktijk niet handhaven. Is de regering bereid deze bepalingen te laten vervallen nu het fiscale pensioenstelsel wordt versoberd?
  • Bij premievrijstelling van pensioen in verband met arbeidsongeschiktheid wordt het pensioen verder opgebouwd. Volgens de belastingdienst kan dit alleen maar als de deelnemer in die periode een loongerelateerde uitkering ontvangt (artikel 10ab UBLB 1965). Dit geeft problemen bij werknemers die alleen een WIA uitkering hebben. Deze stopt immers bij de AOW leeftijd terwijl de pensioendatum vaak op een latere leeftijd ligt. Is de regering bereid dit probleem op te lossen door artikel 10ab UBLB 1965 zodanig aan te passen dat premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid mogelijk wordt tot de pensioenrichtleeftijd?
  • Moet de netto lijfrente niet net zoals pensioen en de lijfrente van box 1, vrijgesteld worden voor de erfbelasting?

Commentaar

De vragen hebben vooral betrekking op de keuzes die de regering maakt met betrekking tot aanvulling boven de € 100.000 pensioengevend loon.  Een aantal partijen vraagt zich af of dit niet net zo goed kan in een vrijwillig aanvullend netto pensioen in de tweede pijler. Wij delen deze opvatting. Herman Kappelle schreef er over in het FD van 7 januari 2014.

Opmerkelijk is dat in dit Nader Verslag ook een vraag wordt gesteld over de  premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en de eis van een loongerelateerde uitkering.  Deze problematiek snijdt Herman Kappelle aan in zijn column "Discriminatie" in VVP van 18 februari jongstleden. In feite heeft deze problematiek niets te maken met het Wetvoorstel Witteveen-2015. Maar voor de uitvoeringspraktijk is het wel van wezenlijk belang.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur AEGON Adfis
Bron: Nader verslag Voorstel van wet tot wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen, 20 februari 2014.