Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Toetsing alleen aan voorwaarden OBR onvoldoende voor vaststelling of sprake is van onevenredig zware last

28 augustus 2017

Voor de vraag of het verhogen van de AOW-ingangsdatum op individueel niveau leidt tot een onevenredig zware last moet de Sociale Verzekeringsbank (SVB) meer doen dan alleen kijken of betrokkene in aanmerking komt voor de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR). Anders is volgens de rechtbank Overijssel van het daarvoor vereiste deugdelijk individueel feitenonderzoek geen sprake.

De casus; vanaf welke datum bestaat recht op AOW?

De eiseres in deze zaak, mevrouw X, is geboren op 12 april 1952. Zij vraagt op 7 januari 2017, twee maanden voor haar 65ste verjaardag, een AOW-uitkering aan. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) neemt deze aanvraag niet in behandeling omdat de AOW-ingangsdatum voor X inmiddels 66 jaar is. X maak bezwaar tegen het besluit van de SVB , maar de SVB verklaart dit bezwaar ongegrond.

Artikel 1, Eerste protocol EVRM

X beroept zich op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Eerste Protocol). Dit artikel geeft iedere natuurlijke of rechtspersoon recht op ongestoord genot van zijn eigendom. De inmenging in het eigendomsrecht moet bij wet zijn voorzien. Daarnaast moet de inmenging in het eigendomsrecht een legitieme doelstelling hebben in het algemeen belang en moet er een behoorlijk evenwicht (“fair balance”) behouden blijven tussen de eisen van het algemeen belang van de samenleving en de bescherming van de individuele rechten van het individu.

De staat heeft een ruime beoordelingsmarge bij de hantering van deze criteria. Belangrijke toets daarbij is of de ontneming van eigendom in het algemeen belang leidt tot een onevenredig zware last voor betrokkene. Als de betrokkene door de inmenging in het eigendomsrecht een onevenredig zware last (“an indiviual and excessive burden”) moet dragen, is niet voldaan aan het proportionaliteitsvereiste.

Is sprake van ontneming van eigendom?

Volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) moeten onder de term ‘ eigendom’ niet alleen bestaande bezittingen worden begrepen, maar ook vermogensbestanddelen, met inbegrip van aanspraken zoals bijvoorbeeld de AOW.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) overwoog in eerdere uitspraken dat door de verhoging van de AOW-ingangsleeftijd sprake is van inmenging in het eigendomsrecht van een betrokkene. De CRvB concludeerde echter dat de verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen proportioneel is te achten en in het algemeen niet leidt tot een schending van artikel 1 Eerste Protocol. Of sprake is van een onevenredig zware last moet volgens het EHRM en de CRvB van geval tot geval op basis van een deugdelijk individueel feitenonderzoek worden beoordeeld (CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2613 en 2609).

Is sprake van een onevenredig zware last?

Bij de vraag of bij sprake was van een onevenredig zware last, keek de SVB alleen of X op grond van de daarvoor geldende voorwaarden in aanmerking kwam voor een OBR. Volgens het door SVB gevoerde beleid is sprake van een onevenredig zware last als een betrokkene een OBR kan krijgen. Bepalend daarvoor is het inkomen in de maand dat betrokkene 64,5 jaar wordt. Nu X  op grond van deze gegevens niet in aanmerking kwam voor een OBR, is volgens SVB geen sprake van een onevenredig zware last. Volgens X is dit onvoldoende om tot dit oordeel te komen. SVB had een gedegen feitenonderzoek moeten doen en had, naast de inkomensgegevens, ook meerdere factoren moeten meewegen.

De rechtbank; beroep van X is gegrond

Volgens de rechtbank is enkele toetsing aan de voorwaarden van de OBR geen deugdelijk individueel feitenonderzoek naar het bestaan van een onevenredig zware last bij X. Ook andere omstandigheden dan enkel het inkomen op leeftijd 64,5 kunnen van belang zijn bij de beoordeling of X een onevenredig zware last draagt doordat haar AOW-pensioen twaalf maanden later ingaat. Bijvoorbeeld de vaste lasten van X, het vermogen waarover zij beschikt of eventuele andere gevolgen van de gewijzigde inkomenspositie. Er is dus geen sprake van een beoordeling van alle relevante elementen tegen de specifieke achtergrond van X. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond, vernietigt het besluit van de SVB en draagt SVB op een nieuw besluit te nemen.

Commentaar

De vraag of de verhoging van de AOW-ingangsleeftijd in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol is al meerdere malen aan de orde geweest. Zie bijvoorbeeld onze nieuwsberichten van 9 december 2015, 25 april 2013 en 19 maart 2014. De algemene lijn is telkens dat dit niet geval is omdat sprake is van een wettelijke basis en van maatregelen in het algemeen belang.

Of sprake is van een onevenredig zware last, moet van geval tot geval en aan de hand van de specifieke omstandigheden van dat geval worden beoordeeld. En daarbij zijn alle relevante omstandigheden van belang en moeten worden meegewogen. De SVB ging bij deze toetsing wat te kort door de bocht en maakte zich er te gemakkelijk van af. De SVB moet nu een nieuw besluit nemen op basis van alle relevante omstandigheden van X. In zoverre is deze uitspraak van de rechtbank Overijssel een overwinning voor haar. Daarmee is echter niet gezegd dat een nieuw besluit, met inachtneming van alle omstandigheden tot een ander oordeel leidt. Dat zullen we moeten afwachten.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Overijssel, 8 augustus 2017.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 augustus 2017.