Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Transitievergoeding en de oudere werknemer

Transitievergoeding en de oudere werknemer

17 december 2019

Een werknemer wordt arbeidsongeschikt en komt in de IVA terecht. Dit gebeurt binnen één jaar voor het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd. De werkgever wil het dienstverband in stand houden en de Rechtbank Rotterdam beoordeelt de zaak.

IVA negen maanden vòòr de pensioengerechtigde leeftijd

De werknemer in kwestie is vanaf 27 maart 2017 arbeidsongeschikt. Op 25 maart 2019 komt de werknemer in de IVA terecht. De werknemer verdiende bruto € 4.590,- per maand. De transitievergoeding bedraagt volgens het vaste formularium € 81.000,-. Op 9 december 2019 bereikt de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd en in de betreffend cao is opgenomen dat hierdoor ook de arbeidsovereenkomst eindigt.

De werknemer verzoekt de werkgever een aantal keer het dienstverband te beëindigen; de werkgever geeft hier geen gehoor aan. De werknemer start een kort geding bij de Rechtbank Rotterdam om zijn gelijk te halen.

De Hoge Raad

In onze nieuwsbrief van 19 november j.l. - artikel slapend dienstverband – behandelden wij de beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad over slapende dienstverbanden en de transitievergoeding. Deze beantwoording was duidelijk: een werknemer kan afdwingen dat zijn dienstverband na twee jaar ziekte beëindigd wordt tenzij er sprake is van een gerechtvaardigd belang zoals reële kansen op re-integratie.

In deze zaak oordeelt de kantonrechter dat er geen sprake is van een gerechtvaardigd belang. Er zijn geen re-integratiekansen en de werkgever heeft ook niet aangetoond dat hij in financiële problemen komt door het voorschieten van de transitievergoeding.

De werkgever wordt veroordeeld tot het betalen van de transitievergoeding van € 81.000,-.

Commentaar

De toewijzing van de transitievergoeding is logisch en volledig in lijn met de uitspraken van de Hoge Raad. En door het kort geding heeft de werknemer vermeden dat zijn dienstverband automatisch beëindigd werd door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Een kritische opmerking is wel te maken over de hoogte van de transitievergoeding. Voordat de wet Werk en Zekerheid in werking trad, werd de kantonrechtersformule toegepast. In de ‘aanbevelingen van de kring van Kantonrechters’ werd een pensioenplafond ingevoerd waardoor de ontslagvergoeding in beginsel gemaximeerd werd tot het totale inkomensverlies tot de pensioengerechtigde leeftijd.

Dit pensioenplafond is niet meer van toepassing voor de vaststelling van de hoogte van de transitievergoeding. En dat leidt hier tot een excessieve transitievergoeding die het inkomensverlies ruim te boven gaat. In eerdere situaties bood het slapend houden van het dienstverband hier een oplossing voor. Dat gaat nu niet meer op. Deze excessieve transitievergoeding komt dan weliswaar niet meer ten laste van de werkgever maar wordt betaald uit de publieke middelen. En die middelen … zijn wij allen!

Auteur: Arend Jansen, specialist Inkomen

Bron: Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2019:9396

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 16 december 2019