Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Tweede Kamer wil werkelijk rendement belasten in box 3

9 oktober 2015

Op Prinsjesdag kondigde het kabinet in Belastingplan 2016 een herziening van de vermogensrendementsheffing in box 3 aan. Maar nog steeds gebaseerd op fictieve rendementen. De Tweede Kamer wil een onderzoek naar belastingheffing over werkelijke rendementen.

Belastingplan 2016

In box 3 wordt sinds 2001 een verondersteld rendement uit vermogen van 4% belast tegen een tarief van 30%. Het kabinet wil de vermogensrendementsheffing in box 3 met ingang van 1 januari 2017 herzien. Belangrijkste reden is dat deze beter zou moeten aansluiten bij de rendementen die door belastingbetalers in voorafgaande jaren gemiddeld zijn behaald. Voor meer informatie verwijzen wij naar onze speciale nieuwsbrief over Prinsjesdag.

De Tweede Kamer wil dat de regering onderzoekt welke maatregelen de Belastingdienst moet nemen om een belasting op werkelijke rendementen in box 3 te kunnen heffen. De Kamer nam een motie daarover aan op 6 oktober 2015.

Conclusie

In het Belastingplan 2016 gaat het kabinet heel uitvoerig in op de mogelijkheid om belasting te heffen over het werkelijk behaalde rendement door een belastingplichtige. “De conclusie was dat deze belasting met de stand van de informatievoorziening nu en in de nabije toekomst niet uitvoerbaar is. Een dergelijke belasting is complex, en zou ingrijpende waarborgen en een uitvoerige informatie-infrastructuur vergen om ontwijkmogelijkheden te beheersen. Daarnaast zou het de verdere digitalisering van het aangifteproces en de uitrol van de vooringevulde aangifte (de VIA) in de komende jaren ernstig verstoren, met een toename van de administratieve lasten tot gevolg, meer ‘gedoe’ voor de belastingbetaler en veel meer fouten in het proces. Ook de ervaring in andere landen leert dat het belasten van het werkelijke door de belastingplichtige behaalde rendement uit sparen en beleggen nog steeds gepaard gaat met ingewikkelde wetgeving, hoge uitvoeringslasten en administratieve lasten en vaak een omvangrijke hoeveelheid jurisprudentie en juridische procedures.” 

De vraag van de Tweede Kamer is begrijpelijk. In het voorstel van het kabinet wordt één fictief rendement immers vervangen door drie fictieve rendementen. Het blijft fictief en het wordt alleen maar ingewikkelder. Gezien de uitvoerige onderbouwing van het kabinet waarom een heffing over werkelijk behaald rendement nu niet mogelijk is, zijn wij nieuwsgierig hoe het kabinet de motie van de Tweede Kamer gaat beantwoorden.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis

Bron: Motie Merkies, 34 300, nr. 62

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 oktober 2015