Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Tweede pijler nettolijfrente in de maak

12 maart 2014

De Staatssecretaris van Financiën (Wiebes) vraagt de Eerste Kamer om een spoedige behandeling van Witteveen-2015. Ook zegt hij toe dat het kabinet zich zal inspannen om over de netto lijfrente in de tweede pijler en de daarmee samenhangende problematiek duidelijkheid te brengen.

Brief 7 maart 2014

Op 7 maart bood Wiebes de volgende de wetsvoorstellen aan de Eerste Kamer aan:

  • Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen (33 610) en
  • wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 (33 874).

 
In ons bericht van 9 oktober 2013 las u dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel 33 610 aanhield. Daarna is hierover veel gesproken in de Tweede Kamer. In ons bericht van 10 maart berichtten wij u dat de Tweede Kamer had ingestemd met de novelle.
Om pensioenuitvoerders voldoende gelegenheid te geven om de wijzigingen door te voeren en om te voorkomen dat de budgettaire taakstelling niet wordt gerealiseerd dringt Wiebes aan op een spoedige parlementaire behandeling.

Nettolijfrente in de tweede pijler

In de brief van 7 maart merkt Wiebes op dat de Tweede Kamer brede steun uitte om de nettolijfrente ook onder brengen in de tweede pijler. Het kabinet zegde toe dit te regelen en dat zij voor 2 april a.s. hierover een richtinggevende brief stuurt waarin wordt ingegaan op:

  • De vraag hoe binnen de voorwaarden van vrijwilligheid dit kan worden geregeld;
  • In welk wetgevingstraject dit kan meelopen en
  • De sanctiebepaling bij afkoop van de nettolijfrente.

Commentaar

De derde pijler nettolijfrente geldt volgens het wetsvoorstel uitsluitend voor het salaris van meer dan € 100.000. Wanneer de nettolijfrente in de tweede pijler valt, dan is deze nettolijfrente een pensioen in de zin van de Pensioenwet. Dit geeft voor deze deelnemer een aantal voordelen. Bijvoorbeeld dat er doorgaans niet mag worden gekeurd door de pensioenuitvoerder, dat een deelnemer zijn netto aanvullende regeling kan onderbrengen bij dezelfde uitvoerder als waar de basisregeling loopt en hij alle informatievoorzieningen heeft die de Pensioenwet voorschrijft.

De leden van de fractie van het CDA stelden tijdens het wetgevingstraject een vraag over het voorgestelde artikel 69 Pensioenwet (afkoop van bovenmatig pensioen) bij het in de tweede pijler uitvoeren van de nettolijfrente. In ons bericht van 5 maart schreven wij hierover dat dit wordt betrokken bij het  onderzoek naar de uitvoering van de nettolijfrente in de tweede pijler. Het lijkt logisch dat indien de aanvullende regeling in de tweede pijler plaatsvindt, deze dan ook niet afkoopbaar is.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis
Bron: Brief aan de Eerste Kamer, d.d. 7 maart 2014.