Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Twijfels achteraf leiden niet tot schadevergoeding

6 november 2018

De heer X vraagt zijn bemiddelaar in 2014 om zijn expirerende lijfrentepolis om te zetten in een direct ingaande lijfrente op het leven van hemzelf en zijn echtgenote. De heer X is op dat moment al ernstig ziek en overlijdt een jaar later. De echtgenote vindt dat sprake is van slecht advies en vraagt om schadevergoeding.

Direct ingaande lijfrente op twee levens; waarvan één ernstig ziek

Begin 2014 vraagt de heer X (73) aan zijn tussenpersoon om het kapitaal van de geëxpireerde lijfrentepolis om te zetten in een direct ingaande lijfrente (DIL) op het leven van hemzelf en zijn echtgenote Y (73). De lijfrenteverzekering is gesloten vóór ingang van de Brede Herwaardering. X geeft daarbij aan dat hij ernstig ziek is en dat daarom de uitkering na zijn overlijden voor 100% moet doorlopen op het leven zijn echtgenote. Hij wil dat zijn echtgenote verzorgd achterblijft. De duur van de DIL is vijftien jaar. X wil geen advies en geeft aan geen contradekking of bancaire lijfrente te willen. De tussenpersoon stuurt aan X de offerte en vraagt € 300 voor de bemiddeling. X en Y ondertekenen het aanvraagformulier, waarna de polis is opgemaakt. Zowel in offerte als in polis staat dat de uitkering stopt in 2029 en wanneer beiden (X en Y) voor de einddatum in 2029 zijn overleden.

Begin 2015 overlijdt X, waarna de lijfrente-uitkering doorloopt op het leven van Y. In juni 2016 wil Y de lijfrenteverzekering alsnog ongedaan maken. Zij vraagt zich af hoe er geadviseerd is over de polisuitkering en of er wel is gesproken over afkoop van het expiratiekapitaal. De tussenpersoon heeft vervolgens een mail gestuurd aan de verzekeraar met het verzoek de polis alsnog af te kopen, omdat het advies beter had gekund. De verzekeraar ziet geen reden om de polis af te kopen omdat ze niet betrokken was bij het advies. De tussenpersoon geeft later aan geen advies te hebben gegeven, omdat X dat niet wilde. X was erg op zijn privacy gesteld en wilde geen inzicht geven in de financiën. Y legt de zaak begin 2018 voor aan de geschillencommissie. De geschillencommissie wijst de vordering af, omdat niet vast staat dat de tussenpersoon toerekenbaar is tekortgeschoten in haar verplichtingen. Zie ook ons eerdere nieuwsbericht van 28 september 2018.

Geen sprake van advies

Y vraagt de verzekeraar om de lijfrenteverzekering af te kopen, omdat zij nu ook ernstig ziek en de uitkeringen na haar overlijden naar de verzekeraar gaan. De verzekeraar ziet geen reden om aan het verzoek tegemoet te komen. Y vraagt daarop om een uitspraak bij de rechter. Zij geeft aan dat er betere oplossingen waren voor het expiratiekapitaal, omdat zij de lijfrente-uitkeringen niet nodig had. Zij geeft aan dat bij afkoop van het kapitaal de uitkering had kunnen worden gebruikt voor aflossing van de hypotheek. Dit zou een netto voordeel van € 88.435 hebben opgeleverd ten opzichte van de DIL met uitkeringen gedurende de volledige looptijd. Y stelt de tussenpersoon aansprakelijk voor deze schade. Daarnaast eist Y een overleg met de verzekeraar op grond van redelijkheid en billijkheid tot een oplossing te komen. De verzekeraar was volgens haar op de hoogte van alle feiten tijdens de aanvraagprocedure en heeft niet meegedacht over een betere oplossing

Volgens de rechter is het aannemelijk dat het afsluiten van de DIL gebeurde op initiatief van X en dat er geen sprake is geweest van advisering, gezien de hoogte van het honorarium Bovendien heeft X bij het ontvangen van het polisblad, waar duidelijk stond dat de uitkeringen zouden stoppen bij het overlijden van X en Y en dat afkoop niet mogelijk was, geen gebruik gemaakt van de 30 dagen bedenktijd.

De rechter concludeert dat Y onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de tussenpersoon bij de dienstverlening aan X fouten heeft gemaakt. Daarnaast is het niet zeker dat X, mocht de tussenpersoon wel zijn tekortgeschoten, bij betere informatie anders had gehandeld. Het is niet ondenkbaar dat de keuze voor een zo hoog mogelijke uitkering via deze DIL zonder contraverzekering weer zou zijn gemaakt door X. De DIL voorziet immers in het verzorgen van de echtgenoot, wat de wens was van X en waarover partijen ook geen verschil van mening hebben. De rechter oordeelt daarom dat de tussenpersoon niet aansprakelijk is.

Het verzoek van Y om de verzekeraar te veroordelen tot onderhandelen over de afkoop van de DIL wijst de rechter eveneens af. Volgens de rechter is het overlijdensrisico en de (on)mogelijkheid van afkoop verdisconteerd in de premiestelling van de DIL. Het overlijden van beide verzekerden voor het einde van de looptijd is dan ook geen uitzonderlijke omstandigheid. De verzekeraar is daarom niet verplicht om te onderhandelen over afkoop van de DIL, aldus de rechter.

Commentaar

De geschillencommissie en de rechter oordelen dat de tussenpersoon en de verzekeraar in deze zaak niet aansprakelijk zijn voor eventueel geleden schade op grond van het uitblijven van het advies van de tussenpersoon. X wilde immers geen advies en de tussenpersoon heeft X zo goed mogelijk geïnformeerd over alle mogelijkheden. Als de klant het op deze wijze wil, dan kan achteraf niet worden gezegd dat de klant beter een andere keuze had kunnen maken. Alleen met de wetenschap achteraf, doordat Y ook ver voor de einddatum van de DIL komt te overlijden, blijkt dat een andere uitwerking beter zou zijn geweest.

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Rotterdam, 24-09-2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 5 november 2018