Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Uitfasering PEB en premie/koopsommethode

21 juni 2017

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) geeft in een Vraag en Antwoord aan wat de fiscale gevolgen zijn van afkoop of omzetting van een pensioen in eigen beheer dat de BV waardeert op basis van de premie/koopsommethode. 

Fiscale waardering van de pensioenverplichting

De Wet op de inkomstenbelasting schrijft voor dat de BV de pensioenverplichting moet waarderen met inachtneming van algemeen aanvaardbare actuariële grondslagen en een rekenrente van ten minste 4% (artikel 3.29 Wet IB 2001). Vaak vindt de waardering plaats op basis van de zogenaamde koopsommethode. Hierbij wordt de verplichting tot uitbetaling van het opgebouwde pensioen contant gemaakt naar de balansdatum.

De premie/koopsommethode is ook een actuarieel aanvaardbare methode en dus fiscaal ook toegestaan. Deze methode komt echter veel minder vaak voor dan de koopsommethode omdat de premie/koopsommethode bewerkelijker is. Bij deze methode houdt de BV rekening met de toekomstige premiebetalingen in verband met de voortgezette opbouw van pensioenaanspraken. Er wordt in feite uitgegaan van de totale verplichting op de pensioeningangsdatum en deze wordt gekort met de nog te betalen premies. De premie/koopsom methode geeft doorgaans in de opbouwperiode een hogere balanswaarde dan de koopsommethode.

Uitfasering PEB

In verband met de Wet uitfasering PEB moeten de BV en de DGA het pensioen in eigen beheer uiterlijk op 1 juli 2017 premievrij maken. In feite kan vanaf dat moment de premie/koopsommethode niet meer worden toegepast. Er is immers geen sprake meer van toekomstige premiebetalingen in verband met de voortgezette opbouw van pensioen. De pensioenverplichting kan vanaf die tijd alleen nog gewaardeerd worden op de koopsommethode. Dit kan leiden tot een verlaging van fiscale waarde van de pensioenverplichting. Deze vrijval moet de BV volgens het CAP toevoegen aan de fiscale winst. Dat is ook zo als de DGA het pensioen afkoopt of overeenkomt dat dit wordt omgezet in een oudedagsverplichting.

Ter illustratie geeft het CAP op haar website het volgende voorbeeld:

Fiscale balanswaarde pensioenverplichting 31 december 2015, volgens premiekoopsommethode

€ 400.000

Fiscale balanswaarde pensioenverplichting 31 december 2016, volgens premiekoopsommethode

€ 430.000

Stoppen pensioenopbouw in eigen beheer op 1 april 2017

 

Fiscale balanswaarde pensioenverplichting 31 maart 2017, volgens koopsommethode

€ 390.000

Afkoop pensioen eigen beheer per 1 september 2017

 

Fiscale balanswaarde pensioenverplichting 1 september 2017, volgens koopsommethode

€ 395.000

Vanaf 1 april 2017 moet de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting met toepassing van de koopsommethode worden berekend. Dit leidt tot een lagere fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting dan de op de eindbalans van het voorafgaande boekjaar (2016) opgenomen pensioenverplichting die nog met toepassing van de premiekoopsommethode is vastgesteld. In het voorbeeld valt dan € 35.000 (€ 430.000 -/- € 395.000) vrij. Er bestaat geen overgangsregeling in de fiscale wetgeving die een dergelijke vrijval voorkomt. Voor deze vrijvalwinst kan ook geen beroep worden gedaan op de werking van artikel 34e, derde lid, Wet Vpb. Deze bepaling regelt dat het afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting niet leidt tot een bij de bepaling van de fiscale winst in aanmerking te nemen voordeel. Want de lagere waardering van de pensioenverplichting op de fiscale balans is het gevolg van het stopzetten van de pensioenopbouw en niet het gevolg van het afkopen dan wel omzetten in een ODV. Artikel 34e, derde lid, Wet Vpb is dan ook niet van toepassing op de vrijvalwinst die ontstaat door de gewijzigde waardering van de pensioenverplichting na het stopzetten van de pensioenopbouw in eigen beheer. De vrijval vormt dus een fiscale belaste winst voor de BV.

De afkoop- of omzettingswaarde op 1 september 2017 bedraagt € 395.000. Omdat dit bedrag lager is dan de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting per 31 december 2015 dient in geval van afkoop de op de afkoopwaarde toe te passen korting te worden afgeleid van de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting op het moment van afkoop ad. € 395.000.

Commentaar

Het is logisch dat bij het premievrij maken van de pensioenaanspraken de BV de premie/koopsommethode niet meer kan gebruiken. Er zijn immers geen toekomstige premiebetalingen meer doordat de Wet uitfasering PEB na 1 juli 2017 niet langer opbouw van pensioen in eigen beheer toestaat.

De BV ’s met deze waarderingsmethodiek moeten voor de premievrije aanspraken over naar de koopsommethode. Volgens het CAP valt het resultaat van deze wijziging van de waardering niet onder de overgangsregeling van artikel 34e, derde lid, Wet Vpb. Deze overgangsregeling zorgt ervoor dat – wanneer gekozen wordt voor afkoop of omzetting in een ODV – het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde geen fiscale winst of verlies is voor de BV. Dat geldt dus niet voor het waarderingsverschil dat ontstaat als gevolg van de stelselwijziging. Dat verschil moet de BV kennelijk wel in het fiscale resultaat opnemen.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Vragen en Antwoorden CAP 17-032, 14 juni 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 juni 2017