Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Uitkering uit levensverzekering is loon

17 oktober 2018

De erfgenamen van een slachtoffer bij de MH17-ramp moeten loonbelasting betalen over een verzekeringsuitkering. De verzekering is gesloten door de werkgever van de overledene. Dat aan de uitkering uit de levensverzekering een uitzonderlijke en zeer tragische gebeurtenis ten grondslag ligt, maakt niet uit.

Overlijdensrisicoverzekering gesloten door de werkgever

In 2014 overlijdt Z. Zij bevond zich aan boord van het vliegtuig met vluchtnummer MH17. Ten tijde van haar overlijden was zij in dienstbetrekking bij werkgever W. Werkgever W is onderdeel van een concern. De in de Verenigde Staten gevestigde moedermaatschappij van W heeft een gecombineerde wereldwijde reis- en ongevallenverzekering afgesloten voor haar werknemers, dus ook voor Z. De verzekering geeft recht op uitkeringen bij ongevallen en overlijden. In verband met het overlijden van Z keerde de verzekeraar een bedrag van $ 500.000 uit aan de erfgenamen (E) van Z.

In 2015 gaat E in overleg met de belastingdienst over de verzekeringsuitkering. Volgens de belastingdienst moet E de verzekeringsuitkering aangeven in de aangifte inkomstenbelasting als loon uit vroegere dienstbetrekking. De belastingdienst bevestigt dit in een e-mail aan E. E laat de belastingdienst weten niet eens te zijn met dit standpunt en geeft aan de uitkering niet op te nemen in de aangifte inkomstenbelasting. 

De belastingdienst legt de aanslag inkomstenbelasting op, in afwijking van de aangifte van E. In de aanslag telt de belastingdienst de verzekeringsuitkering mee als inkomen uit wonen en werk. Daartegen gaat E in bezwaar en beroep.

Uitkering uit levensverzekering loon?

Volgens E valt de polisuitkering niet onder de dienstbetrekking van Z met haar werkgever omdat Z geen rechtens afdwingbare aanspraak jegens haar werkgever of de verzekeraar had. Volgens E had de werkgever zich alleen maar verplicht tot het afsluiten van een reisverzekering. Naar Nederlandse maatstaven is het volgens E niet gebruikelijk dat daar ook een overlijdensrisicoverzekering onder valt. Daarom is er volgens E sprake van een vergoeding van schade die niet haar grond vindt in de dienstbetrekking. 

De rechtbank is het daarmee niet eens. In de arbeidsovereenkomst van Z stond dat de werkgever haar voorzag van een reisverzekering. De reisverzekering is afgesloten door de moedermaatschappij van W ten behoeve van Z ter uitvoering van desbetreffende bepaling in het arbeidscontract. Daarmee maakte de reisverzekering onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden, aldus de rechtbank. En omdat de premies voor de reisverzekering niet door de inhoudingsplichtige werkgever tot het loon is gerekend, zijn de polisuitkeringen, gelet op de zogenoemde omkeerregel, belast omdat ze voortvloeien uit de dienstbetrekking. Dit volgt uit de Wet op de loonbelasting.

Commentaar

De uitspraak is op zich niet verrassend. De rechter moet de wet toetsen en kon daarom niet anders concluderen dan dat op grond van de Wet op de loonbelasting de uitkering belast is. De wet is duidelijk: de hoofdregel is dat al hetgeen wordt ontvangen uit dienstbetrekking loon is en belast is met loonbelasting (artikel 10). In situaties die limitatief zijn opgesomd in de wet, zoals bijvoorbeeld pensioenaanspraken en aanspraken op uitkeringen wegen overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval, geldt als uitzondering de zogenoemde ‘omkeerregel’. Bij toepassing van de omkeerregel is niet de aanspraak maar de uitkering belast. En daarvan was sprake in de situatie van Z en haar erfgenamen. De aanspraak (= de voor de reisverzekering verschuldigde premies) is niet tot het loon gerekend en daarop is dus ook geen loonheffing ingehouden. Dat brengt dan automatisch met zich dat de gehele uitkering tot het loon behoort.

Dat dit heel hard lijkt, gezien de situatie van Z en haar erven, doet hier niet aan af. De rechtbank merkte hierover op dat aan deze procedure een uitzonderlijke en zeer tragische gebeurtenis ten grondslag ligt, maar dat dit voor de bestuursrechter of de Belastingdienst geen reden mag zijn om de belastingwet niet toe te passen. Dat kan alleen eventueel de minister van Financiën op grond van de hardheidsclausule. 

Deze uitspraak illustreert dat het vooral bij overlijdensrisicoverzekeringen die worden gesloten in het kader van een dienstbetrekking het de moeite loont om te overwegen de daarvoor verschuldigde premies tot het belastbare loon te laten rekenen. De premie is immers relatief laag ten opzichte van de uitkering. De afweging die daarbij gemaakt moet worden is: wat betaal ik over de premies, ook als ik niet dood ga en de verzekering dus niet uitkeert ten opzichte van wat besparen mijn erfgenamen als ik wel dood ga en de verzekering belastingvrij uitkeert.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Gelderland, 9 oktober 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 16 oktober 2018