Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Uitkeringsperiode oudedagsverplichting

Uitkeringsperiode oudedagsverplichting

18 november 2019

De eerste uitkering uit een oudedagsverplichting moet plaatsvinden binnen twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd van de dga. De periode waarover de uitkeringen moeten plaatsvinden is minimaal 20 jaar. Partijen mogen de uitkeringsperiode afronden op hele maanden of jaren.

Ingangsdatum uitkering ODV

De eerste uitkering uit een oudedagsverplichting (ODV) moet worden uitgekeerd voordat twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd van de dga zijn verstreken. De uitkeringen mogen ook eerder ingaan maar niet eerder dan vijf jaar voor de AOW-ingangsdatum van de DGA. Als de uitkeringen eerder ingaan wordt de termijn van 20 jaar verlengd met de duur die ligt tussen de ingangsdatum van de uitkeringen en de AOW-ingangsdatum van de dga.

Als de omzetting van het pensioen in eigen beheer (PEB) plaatsvindt na de AOW-leeftijd van de dga mag de periode van 20 jaar worden verminderd met de periode die ligt tussen de omzettingsdatum en de AOW-leeftijd van de dga.

Afronden uitkeringstermijn

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) geeft aan dat de Belastingdienst toestaat dat de uitkeringsperiode wordt afgerond op hele maanden of jaren. De afronding mag naar beneden of naar boven plaatsvinden. Ter illustratie geven zij onder meer het volgende voorbeeld:

Een dga heeft zijn in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak op 1 juli 2019 omgezet in een ODV.

De dga bereikt op 1 januari 2021 de AOW-leeftijd en de eerste ODV-termijn wordt uitgekeerd op 15 augustus 2019. 

De eerste ODV-termijn wordt uitgekeerd vóór het bereiken van de AOW-leeftijd. De standaard uitkeringsperiode van 20 jaar wordt in dat geval op grond van artikel 38p, tweede lid, onderdeel a, ten tweede, Wet LB verlengd met het aantal jaren gelegen tussen de uitkering van de eerste ODV-termijn (15 augustus 2019) en het bereiken van de AOW-leeftijd (1 januari 2021). 

In deze situatie kan de ODV-uitkeringsperiode worden vastgesteld op 20 jaar vermeerderd met de exacte periode gelegen tussen de uitkering van de eerste ODV-termijn en de AOW-leeftijd: 20 jaar + 1 jaar en 138 dagen = 21 138/365 jaar. Het is evenwel ook mogelijk om de ODV-uitkeringsperiode naar keuze naar boven of beneden af te ronden op hele maanden of jaren. In geval van afronden naar boven is de ODV-uitkeringsperiode ofwel 21 5/12 jaar of 22 jaar. Ingeval van afronden naar beneden is de ODV-uitkeringsperiode, ofwel 21 4/12 jaar of 21 jaar.

Een eenmaal vastgestelde uitkeringsperiode is definitief en kan later niet worden herzien.

Commentaar

Volgens de Wet op de loonbelasting moet de uitkeringsperiode worden uitgedrukt in dagen. Het is handig dat de Belastingdienst – evenals gebruikelijk is bij lijfrenten – toestaat dat de uitkeringsperiode in maanden of in jaren wordt uitgedrukt. Daarbij kunnen partijen de periode naar eigen inzicht afronden naar beneden of naar boven.

De periode waarin omzetting van PEB in ODV fiscaal geruisloos kan plaatsvinden loopt aan het einde van dit jaar af. Als voor 31 december 2019 alsnog het PEB wordt omgezet in een ODV en de dga geniet al een AOW uitkering, dan moet de BV de eerste ODV-uitkering uitkeren op de omzettingsdatum van het PEB in de ODV.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: V&A 17-029, 14 november 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 november 2019