Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Uitspraak rechter over België-route?

11 januari 2016

De kantonrechter besliste eind vorig jaar in de zaak die Aon tegen zijn OR aanspande. In de pers werd vaak de link gelegd naar het voornemen van Aon om de pensioenregeling onder te brengen in België. Maar ging de zaak daar wel over? 

Nee. De zaak ging niet over het voornemen van Aon om de pensioenregeling in België onder te brengen. De zaak ging over de vraag of de ondernemingsraad (OR) instemmingsrecht heeft bij een wijziging van de uitvoeringsovereenkomst waarbij de bijstortingsverplichting van de werkgever vervalt. 

Instemmingsrecht van de OR bij wijziging uitvoeringsovereenkomst?

Het pensioenfonds van Aon voert twee DB-regelingen uit. Volgens de uitvoeringsovereenkomst betaalt Aon een extra bijdrage aan de uitvoerder om tekorten op te heffen (de bijstortingsverplichting). In 2013 vraagt Aon de OR om in te stemmen met het voorgenomen besluit tot wijziging per 1 januari 2014 van de bestaande pensioenregelingen in één beschikbare premieregeling. De OR stemt in. 

Per 1 januari 2014 brengt Aon de DC-regeling onder bij een andere pensioenuitvoerder; een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. In de gewijzigde uitvoeringsovereenkomst ontbreekt de bijstortingsverplichting.

Nadat Aon de OR op de hoogte bracht van de gewijzigde uitvoeringsovereenkomst, informeerde zij de OR over het voornemen om de pensioenregeling in België onder te brengen bij een OFP. Daarvoor vroeg Aon de OR om instemming. Dat deed de OR niet. Zij stelde de instemming afhankelijk van de aanwezigheid van een bijstortingsverplichting, afscherming van het pensioenvermogen van Nederlandse deelnemers, de mogelijkheid van een opting out voor (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden en van voldoende waarborgen voor de medezeggenschap. 

Aon stelt bij de rechter dat de OR ten onrechte een beroep deed op de nietigheid van het besluit van Aon tot opzegging van de uitvoeringsovereenkomst en tot het aangaan van een gewijzigde uitvoeringsovereenkomst. 

Rechter geeft Aon gelijk

De rechter geeft Aon gelijk en stelt dat de betreffende besluiten niet instemmingsplichtig zijn in de zin van artikel 27 WOR en/of artikel 23 lid 4 PW. Daarnaast is het opzeggen en aangaan van de uitvoeringsovereenkomst niet aan te merken als het intrekken en/of vaststellen van een pensioenovereenkomst waarvoor wel instemming vereist is. 

Conclusie

Het gaat hier om een zaak tussen Aon en zijn OR over de uitvoering van een (nieuwe) pensioenregeling. De kantonrechter beslist dat de OR wel instemmingsrecht heeft met betrekking tot de pensioenovereenkomst, maar niet met betrekking tot de uitvoeringsovereenkomst. De rechter loopt niet vooruit op komende wetgeving. Had de rechter dat wel gedaan, dan had de OR mogelijk wel instemmingsrecht gehad. In het recente wetsvoorstel van eind vorig jaar staat namelijk dat de OR in beginsel geen instemmingsrecht heeft over de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst tussen werkgever en pensioenuitvoerder. Tenzij het te wijzigen onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst direct van invloed is op de arbeidsvoorwaarde pensioen. De bijstortverplichting zou daar onder kunnen vallen. Zie ook ons nieuwsbericht van 30 december 2015. En ook wanneer Aon de regeling wil onderbrengen bij de Belgische OFP biedt de komende wetgeving de OR instemmingsrecht. Daarin staat namelijk een bepaling dat de OR instemmingsrecht krijgt als de werkgever de pensioenovereenkomsten in het buitenland wil laten uitvoeren.

De rechter geeft in zijn beoordeling een mooi overzicht van het instemmingsrecht van de OR. 

Artikel 27 lid 1 WOR bepaalt dat de ondernemer de instemming behoeft van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling met betrekking tot een pensioenverzekering. Met het woord “pensioenverzekering” bracht de wetgever tot uitdrukking dat de OR instemmingsrecht heeft ten aanzien van een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een verzekeraar, maar niet ten aanzien van een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een pensioenfonds, zoals in dit geval het Pensioenfonds Aon. 

De Wet versterking bestuur pensioenfondsen voegde aan artikel 27 WOR een zevende lid toegevoegd, dat op 7 augustus 2013 in werking is getreden. Op grond van dit nieuwe lid behoeft de ondernemer de instemming van de OR voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling of intrekking van een pensioenovereenkomst die wordt ondergebracht bij een ondernemingspensioenfonds. 

De tekst van artikel 27 lid 7 WOR is volgens de rechter duidelijk. Op grond daarvan heeft de OR instemmingsrecht ten aanzien van een voorgenomen besluit tot vaststelling of intrekking van een pensioenovereenkomst en niet ten aanzien van een uitvoeringsovereenkomst. Met deze wetswijziging is ook niet beoogd om de OR instemmingsrecht te geven ten aanzien van een voorgenomen besluit tot vaststelling of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst. 

Op verzoek van de Staatssecretaris van SZW bracht de SER in 2014 het advies Instemmingsrecht OR inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen uit. Op basis van dit advies diende de staatssecretaris eind vorig jaar een concept wetsvoorstel in. 

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 23 december 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 januari 2016.