Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Uitstel pensioeningangsdatum betekent niet per definitie verlenging looptijd pensioenverzekering

29 mei 2018

Uitstellen van de pensioeningangsdatum betekent niet dat de looptijd van de ter uitvoering van het pensioen afgesloten pensioenbeleggingsverzekering ook wordt verlengd. De verzekeraar is niet verplicht om in de uitstelperiode ongewijzigd door te beleggen en het daarmee behaalde rendement te vergoeden.

Wanneer eindigt de pensioenverzekering?

X heeft een pensioenbeleggingsverzekering bij een verzekeraar. In de polis staat onder andere dat het pensioenkapitaal uitgekeerd wordt bij in leven zijn van X op 1 augustus 2010. Het pensioenkapitaal is de tegenwaarde van de aan de verzekering toegewezen beleggingen in een beleggingsfonds.

X schrijft in maart 2010 een brief aan de verzekeraar waarin hij aangeeft dat hij zijn pensioen niet wil laten ingaan op 1 augustus 2010. Hij vraagt de verzekeraar een offerte te maken met een pensioeningangsdatum van 1 augustus 2011 en een gegarandeerd eindkapitaal. De verzekeraar antwoordt dat hij nog geen offerte kan verstrekken omdat het een pensioenbeleggingsverzekering betreft, waarvan de waarde op de einddatum geheel afhankelijk is van de stand van de beleggingen. De verzekeraar geeft daarbij aan dat op de expiratiedatum het kapitaal uit de beleggingen vrijkomt en dat zij op dat moment een uitstelofferte kan maken voor het uitstellen van de pensioendatum met een jaar op basis van een gegarandeerd kapitaal.

Uiteindelijk laat X zijn pensioen pas op 1 augustus 2014 ingaan. In de periode 1 augustus 2010 tot 1 augustus 2014 plaatste de verzekeraar de tegenwaarde van de aan de polis toegewezen beleggingen op een tussenrekening en vergoedde daar rente over. Het op die wijze per 1 augustus 2014 beschikbare kapitaal gebruikte de verzekeraar voor het per die datum ingegane pensioen.

X stelt dat de verzekeraar zonder daartoe gerechtigd te zijn en zonder zijn toestemming de beleggingen op 1 augustus 2010 heeft omgezet (“vast geklikt”) en het tot die datum opgebouwde kapitaal op een tussenrekening heeft gezet. Dat terwijl X te kennen had gegeven zijn pensioendatum te willen uitstellen tot 1 augustus 2014. De verzekeraar had volgens X de participaties in het beleggingsfonds tot die datum moeten en kunnen handhaven. Als de verzekeraar had gedaan wat zij volgens X had moeten doen, was de waarde van de beleggingen op de pensioeningangsdatum veel  hoger geweest.

De verzekeraar voert aan dat de einddatum van de polis 1 augustus 2010 was. Op die datum wordt vervolgens het pensioenkapitaal vastgesteld en op een rentedragende rekening geplaatst. Daartoe was de verzekeraar volgens haar gerechtigd op grond van de polis. Het feit dat X zijn pensioeningangsdatum onder bepaalde fiscale voorwaarden kon uitstellen, staat volgens de verzekeraar los van het feit dat de einddatum van de polis 1 augustus 2010 was. Deze einddatum wordt niet uitgesteld door het uitstellen van de pensioendatum.

De kantonrechter in Roermond wijst de vorderingen van X af. X gaat in hoger beroep bij het hof Den Bosch

Ook het hof wijst de vordering af, uitstel pensioeningangsdatum leidt niet automatisch tot verlenging van de pensioenverzekering

Het hof constateert dat de vraag die partijen verdeeld houdt in de kern de uitleg van de in 2000 afgesloten polis betreft en meer in het bijzonder, de daarin vermelde zinsnede “uit te keren bij in leven zijn van de verzekerde op 1 augustus 2010”, waarbij de verzekeraar de datum van 1 augustus 2010 de einddatum en/of de expiratiedatum van de verzekeringspolis noemt. Met deze uitleg hangt volgens het hof samen de vraag of met het uitstellen van de pensioendatum ook de einddatum van de polis is/kan worden uitgesteld (en in de visie van X zelfs had moeten worden uitgesteld) tot 1 augustus 2015.

Het hof gaat vervolgens na welke betekenis aan de tekst van de bepalingen in de polis moet worden toegekend. In de stukken is telkens bepaald dat het in de verzekering opgebouwde kapitaal zou worden uitgekeerd op 1 augustus 2010. Op die datum was de in de verzekeringsvoorwaarden opgenomen verzekeringsduur voorbij. Het hof wijst er hierbij op dat de verzekeraar al in 2003 schreef “de verzekeringsovereenkomst heeft een looptijd tot 1 augustus 2010” en dat gesteld noch gebleken is dat X destijds op dit specifieke punt heeft geprotesteerd.

Het hof komt aan de hand hiervan tot de conclusie dat naar objectieve maatstaven en gelet op alle omstandigheden van het geval, aan de in de polis en de clausules gebruikte formuleringen geen andere betekenis kan worden toegekend dan dat de einddatum van de verzekeringsovereenkomst (en dus de opbouwfase van het kapitaal onder die overeenkomst) was bepaald op 1 augustus 2010. Het hof heeft geen feiten of omstandigheden kunnen vaststellen op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de bepalingen van de overeenkomst zo moeten worden uitgelegd, dat die inhouden dat de einddatum van de verzekering op wens van X zou kunnen worden uitgesteld en de looptijd verlengd.

Met het voorgaande staat volgens het hof vast dat de looptijd van de verzekering op 1 augustus 2010 was verstreken en dat van verdere opbouw van het kapitaal door middel van beleggingen onder de werking van deze verzekeringsovereenkomst, los van de uit te keren rente over het op de tussenrekening geplaatste kapitaal, geen sprake meer was. De verzekeraar was op grond van de inmiddels verstreken overeenkomst daartoe ook niet gehouden. De verzekeraar was, voor zover zij daartoe al in staat zou zijn geweest, evenmin gehouden om met X een nieuwe overeenkomst aan te gaan waarbij zij zou "doorbeleggen" voor X. Dat het wellicht in fiscaal opzicht toegelaten was/is om onder voorwaarden door te gaan met pensioenopbouw tot het 70e levensjaar doet hier niet aan af.

Anders dan X lijkt te stellen, komen de einddatum van de door hem met de verzekeraar gesloten verzekering en de pensioendatum niet automatisch overeen, ook al zal in de praktijk in vele gevallen wel zo zijn. Met het uitstellen van de pensioendatum kon X ervoor kiezen om de periodieke pensioenuitkering op basis van het bij de verzekeraar opgebouwde kapitaal later dan op zijn 65e levensjaar te doen ingaan, maar daarmee werd de looptijd van de verzekering en daarmee de opbouwfase van die overeenkomst nog niet verlengd.

Commentaar

In deze procedure ging het met name om de vraag welke uitleg de partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen in de verzekeringspolis mochten toekennen. En om de vraag wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Het hof verwijst daarbij naar de zogenoemde Haviltex-norm. Dat wil zeggen dat mede gekeken moet worden naar tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen mag worden verwacht. Omdat de polisvoorwaarden en overige bepalingen standaard voorwaarden en clausules zijn, waarover niet specifiek door partijen is onderhandeld, kan niet worden vastgesteld wat de bedoeling van partijen bij het tot stand komen van de overeenkomst is geweest. Daarom kijkt het hof naar de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de polisvoorwaarden en clausules.

Daaruit blijkt dat de duur van de verzekeringsovereenkomst zelfstandige betekenis heeft en niet automatisch wordt beïnvloed door het tijdstip waarop de pensioenuitkeringen daadwerkelijk ingaan. Met andere woorden; uitstel van de pensioeningangsdatum leidt niet per definitie tot een verlening van de looptijd van de pensioenbeleggingsverzekering. Als partijen dat beoogden, hadden zij dat als zodanig overeen moeten komen.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Bosch 22 mei 2018.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 mei 2018.