Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Uitvoering lijfrente door BV is afkoop

9 februari 2018

In 2018 expireert bij een verzekeraar een lijfrentekapitaal. De belastingplichtige laat dit uitkeren aan zijn BV. De Inspecteur belast de uitkering als afkoop en staat geen aftrek toe van het koersverlies dat de BV lijdt. Het Hof is het eens met de Inspecteur.

Expiratie lijfrenteverzekering

De heer A heeft in de vorige eeuw een lijfrenteverzekering gesloten. Op 1 oktober 2008 expireert het lijfrentekapitaal. Omdat A op dat moment geen vertrouwen heeft in de soliditeit van verzekeraars besluit hij de lijfrente te laten uitvoeren door zijn Pensioen BV. Hij vraagt de verzekeraar het lijfrentekapitaal over te dragen aan zijn Pensioen BV.

A stuurt op 19 september 2008 een brief aan de Belastingdienst. Hij vraagt de Belastingdienst om instemming met de uitvoering van de lijfrente door de Pensioen BV. De Belastingdienst schrijft in de brief van 26 november 2008 dat zij de uitvoering door de Pensioen BV als afkoop beschouwt.

De Inspecteur legt A een aanslag inkomstenbelasting 2008 op. In het belastbaar inkomen is begrepen een bedrag van € 86.856 als afkoopwaarde van de lijfrenteverzekering. A gaat in bezwaar en beroep. In beroep stelt hij dat de afkoopsom moet worden verminderd met de koersverliezen van de Pensioen BV op de belegging van het ontvangen lijfrentekapitaal in de periode van 1 oktober 2008 tot 26 november 2008. Dit koersverlies bedraagt volgens A € 20.150.

Koersverlies Pensioen BV niet aftrekbaar

Het Hof constateert dat door het uitkeren van het lijfrentekapitaal aan de Pensioen BV de lijfrente niet juist is uitgevoerd. Op grond van de Wet IB 2001 wordt bij een niet juiste uitvoering van de lijfrenteclausule de lijfrenteverzekering geacht te zijn afgekocht. Bij afkoop van de lijfrente worden de betaalde premies en het daarmee behaalde rendement aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De koersverliezen van de Pensioen BV kunnen niet op de uitkering in mindering worden gebracht. Die koersverliezen staan los van de uitkering door de verzekeraar omdat ze zijn voortgekomen uit de herbeleggingen van het kapitaal in de Pensioen BV.

A stelt dat de koersverliezen zijn ontstaan door het uitblijven van een tijdige reactie van de Belastingdienst op zijn vragen over hoe om te gaan met deze uitkering uit de lijfrenteverzekering. Volgens het Hof heeft belanghebbende die vraag te laat gesteld; namelijk pas op het moment van expiratie van de lijfrenteverzekering. Bovendien heeft de Belastingdienst geen toezeggingen over de fiscale behandeling gedaan waaraan A vertrouwen kon ontlenen. De Inspecteur heeft dan ook terecht de waarde van de lijfrenteverzekering op expiratiedatum in de heffing betrokken.

Commentaar

Jammer dat A kennelijk geen deskundig adviseur had. Deze had hem op voorhand kunnen vertellen dat uitvoering van de lijfrente door zijn Pensioen BV kansloos is. Het kapitaal uit een lijfrenteverzekering moet worden aangewend voor aankoop van een lijfrente die voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat de gerechtigde de lijfrente bedingt bij een in de Wet genoemde uitvoerder. Een Pensioen BV hoort niet tot de toegestane uitvoerders. Door het overmaken van het lijfrentekapitaal aan de Pensioen BV is er dus sprake van afkoop van de lijfrente.

De betaalde premies en het daarmee behaalde rendement zijn belastbaar inkomen in Box 1. A probeerde de financiële gevolgen van zijn handeling nog enigszins te temperen door de koersverliezen uit de Pensioen BV af te trekken van het belastbare bedrag. Het verbaast ons niet dat A ook daarin het onderspit moest delven. Een goede adviseur had A, de inspecteur en de rechter een hoop werk en tijd kunnen besparen.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 22 februari 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 februari 2018.