Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

UWV moet pensioenschade vergoeden

20 februari 2017

Door een onjuiste beslissing van het UWV betaalt de Stichting FVP de pensioenpremie voor X niet. Het UWV betaalt de WW-uitkering in 2011 alsnog en vergoedt X de wettelijke rente. En denkt daarmee klaar te zijn. Het hof denkt daar anders over.

UWV betaalt achterstallige WW-uitkering ineens plus wettelijke rente

Op 11 november 2009 besluit het UWV dat X met ingang van 1 augustus 2006 niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). X maakt daartegen bezwaar.

In 2013 verklaart het UWV het bezwaar alsnog gegrond. Het UWV kent X van 1 augustus 2006 tot 1 november 2008 een WW-uitkering toe voor 15,2 uur per week. Het UWV vergoedt ook de wettelijke rente over de nabetaalde WW-uitkering vanaf 1 augustus 2006.

X verzoekt het UWV om schadevergoeding omdat zij door de onrechtmatig gebleken besluiten in 2009 schade heeft geleden. Door toedoen van het UWV heeft de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (Stichting FVP) van 1 augustus 2006 tot 1 november 2008 geen premie afgedragen aan het pensioenfonds Zorg & Welzijn. Omdat vanaf 1 januari 2011 deze premiebijdrage niet meer wordt verleend kan X geen aanspraak meer maken op een premiebijdrage van de Stichting FVP. X berekent de schade op € 16.000.

Volgens het UWV is de schade van X het gevolg van de vertraagde betaling van de geldsom. En omdat zij X de wettelijke rente heeft vergoed, is er volgens het UWV geen plaats meer voor een vergoeding van de door X gestelde pensioenschade. De rechtbank is het daarmee eens.

Hof: onjuiste beslissing UWV oorzaak schade

X stelt voor het hof nogmaals dat haar schade niet het gevolg is van een vertraagde betaling van een geldsom maar van het onjuiste besluit van het UWV. En dat de schade niet ontstaan was wanneer het UWV in 2009 een rechtmatig besluit had genomen.

Het hof is het niet eens met het UWV en de rechtbank. De vertraging in de voldoening van de WW-uitkering, zoals het UWV en de rechtbank van mening waren, veroorzaakt niet de schade die X lijdt. Die schade ontstond niet omdat X de geldsom nog niet had, maar omdat het UWV in 2009 de uitkeringspositie van X onjuist vastgestelde, aldus het hof. Het standpunt van het UWV, dat zij deze schade al vergoedde met het betalen van wettelijke rente over de gemiste WW-uitkering, vindt het hof dan ook onjuist. Het UWV moet X de pensioenschade vergoeden.

Commentaar

De aanhouder wint. En terecht, vinden wij. De schade voor X is immers niet ontstaan door de te late betaling, maar de te late betaling (inclusief rente) is het gevolg van een in eerste instantie onjuist standpunt dat naderhand (in 2009) is gecorrigeerd. En in een jaar waarin het UWV X nog had kunnen aanmelden bij het FVP voor doorbetaling van de pensioenpremie.

Het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (FVP) zette in die tijd – onder voorwaarden - de pensioenopbouw van werkloze werknemers gedeeltelijk voort.

De WW-gerechtigde moest bijvoorbeeld bij aanvang van de werkloosheid 40 jaar of ouder zijn en in zijn laatste dienstbetrekking een pensioenvoorziening hebben. Kennelijk voldeed X aan de voorwaarden en dan had het UWV hem moeten aanmelden bij het FVP. Het FVP eindigde in 2014.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 13 februari 2017

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 februari 2017.