Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Van Weyenberg stelt vragen over overgangsregime rechtstreeks verzekerde middelloonregelingen

Van Weyenberg stelt vragen over overgangsregime rechtstreeks verzekerde middelloonregelingen

7 december 2020

Het D66 Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg vraagt minister Koolmees te bevestigen dat het overgangsrecht voor rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten gaat gelden voor alle op 1 januari 2022 bestaande regelingen die uiterlijk op 1 januari 2026 zijn omgezet naar een premieovereenkomst op basis van stijgende staffelpremies.

Overgangsrecht ook voor uitkeringsovereenkomsten?

Van Weyenberg begint met de inleidende vraag of Koolmees kan bevestigen dat in de uitwerking van het transitiekader voor het pensioenakkoord voor bestaande premieregelingen met een in leeftijd oplopend premiepercentage wordt gekozen voor een langere uitfasering in de tijd. Hij vraagt de minsister om nogmaals toe te lichten welke motivering daaraan ten grondslag ligt.

Vervolgens vraagt hij of Koolmees zijn mening deelt dat de overgangsproblematiek van rechtstreeks verzekerde premieregelingen vergelijkbaar is met die van rechtstreeks verzekerde middelloonregelingen.

Ervan uitgaande dat het antwoord hierop bevestigend is, vraagt Van Weyenberg of de minister bereid is om het overgangsrecht, dat is voorzien voor de bedoelde bestaande premieregelingen, eveneens open te stellen voor rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten.

Als laatste wil het D66 Kamerlid weten of Koolmees kan bevestigen dat met dit overgangsrecht is beoogd om werkgevers en werknemers, ook bij rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten, tot uiterlijk 1 januari 2026 de tijd te geven om een keuze te maken tussen voortzetting van een progressieve premie of de overstap naar een leeftijdsonafhankelijke premie.

Commentaar

In de Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord die Koolmees op 22 juni 2020 naar de Kamer zond (zie ons nieuwsbericht van 22 juni 2020), kondigde hij een overgangsregeling aan voor bestaande premieregelingen met een in leeftijd oplopend premiepercentage. Voor deze regelingen komt er een langere uitfasering in de tijd. Werkgevers kunnen er voor kiezen om bestaande deelnemers in premieregelingen met een progressieve premie te blijven faciliteren. Nieuwe deelnemers en nieuwe premieregelingen dienen uiterlijk per 1 januari 2026 een leeftijdsonafhankelijke premie te ontvangen.

De met deze regeling voor premieovereenkomsten opgeloste problematiek doet zich echter niet alleen voor bij premieovereenkomsten, maar evenzo bij rechtstreeks verzekerde uitkeringsovereenkomsten. Ook daarbij is sprake van een op actuariële factoren gebaseerde premie, die stijgt naarmate de werknemer ouder wordt en waarbij geen compensatie kan worden geboden vanuit de overgang naar een nieuw contract.
Een oplossing voor deze regelingen is het omzetten van de middelloonregeling in een premieovereenkomst met een stijgende staffelpremie die dan onder het - voor dergelijke regelingen geldende - overgangsregime vallen. De vraag die de markt daarbij al enige tijd bezig houdt is vóór welke datum die omzetting dan gerealiseerd moet zijn. In een interview met PensioenPro op 2 september 2020 werd Koolmees min of meer overvallen met een vraag hierover. Daarbij gaf hij voor de vuist weg aan dat dergelijke rechtstreeks verzekerde middelloonregelingen dan op 1 januari 2022 omgezet zouden moeten zijn. Dit leidde tot veel onrust in de markt en werkgevers en adviseurs zijn op grote schaal en onder grote tijdsdruk al bezig deze regelingen te wijzigen.

In de wandelgangen gaan inmiddels geluiden op dat deze soep wat minder heet gegeten gaat worden en dat op 1 januari 2022 bestaande middelloonregelingen tot 1 januari 2026 omgezet kunnen worden in een premieovereenkomst met een stijgende staffelpremie. Om de onrust in de markt en onnodig snelle transformatietrajecten te voorkomen, vraagt Van Weyenberg de minister dit nu al vast kenbaar te maken. Dat is voor de gehele markt een hele goede zaak. De periode tot 1 januari 2026 is al relatief kort om alle wijzigingen in bestaande pensioenregelingen, met alle advies- en instemmingstrajecten die daarmee gepaard gaan, op een verantwoorde manier te bewerkstelligen. Wij hopen dat minister Koolmees deze vragen op zo kort mogelijke termijn beantwoordt en roepen hem daar van harte toe op.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Vragen van het lid Van Weyenberg (D66) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het pensioenakkoord.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 december 2020.