Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Vaste beschikbare premie of staffel? Premievordering verjaard, maar wel schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad

23 februari 2018

Een werkgever komt de aan een werknemer gedane pensioentoezegging niet volledig na. De vordering van de werknemer tot betaling van de premie is deels verjaard. Maar de werkgever handelde wel onrechtmatig en is uit dien hoofde schadevergoeding verschuldigd. Daarvoor geldt een andere verjaringstermijn.

Beschikbare premieregeling, maar welke premie?

Werknemer X was van 2003 tot 2015 in dienst bij werkgever Y. In 2003 doet Stad Rotterdam Verzekeringen de werkgever een voorstel voor een pensioenverzekering ten behoeve van X. In dat voorstel staat onder andere dat het is gebaseerd op een pensioentoezegging volgens het beschikbare premiesysteem. De beschikbare premie vloeit voort uit een in het voorstel opgenomen staffel. De werkgever sluit in september 2003 een pensioenverzekering met Stad Rotterdam Verzekeringen conform het gedane voorstel. Met ingang van 1 januari 2006 is Fortis ASR Levensverzekeringen N.V. de pensioenuitvoerder. Met ingang van 1 juli 2012 werd de pensioenregeling gewijzigd.

Volgens Y was sprake van een beschikbare premieregeling op basis van een vaste, leeftijdsonafhankelijke, premie. Bij de wijziging in 2012 heeft ASR kennelijk per ongeluk een verkeerd pensioenreglement geleverd, waardoor nu onbedoeld sprake is van een premie op basis van een leeftijdsafhankelijke staffel. X betwist dit en stelt primair dat er vanaf 1 april 2003 tot 1 maart 2015 sprake was van een leeftijdsafhankelijke premie.  Subsidiair stelt ze dat er in ieder geval vanaf 1 juli 2012 sprake is van een leeftijdsafhankelijke premie op basis van een staffel. Dat blijkt volgens haar uit de indertijd gedane “melding van wijziging” en het pensioenreglement van ASR.

Y erkent dat hij door de afgifte van het pensioenreglement vanaf 1 juli 2012 te weinig premie heeft betaald voor X. Y heeft dit bij ASR aangegeven en gevraagd om een herberekening te maken. Zodra Y de nieuwe premienota heeft ontvangen, zal hij deze voldoen. Voor de periode tot 1 juli 2012 voert Y aan dat X nooit bezwaar heeft gemaakt tegen de afdracht van steeds hetzelfde bedrag. Volgens hem wordt de premie vooraf vastgesteld en blijft hij gedurende de gehele looptijd van de arbeidsovereenkomst hetzelfde, waarbij als uitgangspunt het salaris op basis van het aangaan van de pensioenovereenkomst geldt. Er is niet overeengekomen dat de premie stijgt naarmate de werknemer ouder wordt en is X is akkoord gegaan met het pensioenaanbod.

Kantonrechter: pensioenovereenkomst en pensioenreglement zijn leidend

De kantonrecht oordeelt dat het Y niet vrij stond om zelf invulling te geven aan de aspecten pensioengrondslag en pensioengevend salaris. Die begrippen dienen te worden ingevuld conform de pensioenovereenkomst en het pensioenreglement. Het is gebruikelijk dat de hoogte van de pensioenpremie jaarlijks wordt vastgesteld. Over de periode tot 1 juli 2012 was er geen pensioenreglement. De kantonrechter baseert zich daarom op het door de pensioenverzekeraar uitgebrachte pensioenvoorstel. In dat voorstel is een staffel opgenomen voor het berekenen van de beschikbare premie van de werknemer en er wordt expliciet vermeld dat de beschikbare premie afhankelijk is van de leeftijd van de werknemer. Er is niets opgenomen over een vast premiepercentage gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst. Noch is ten aanzien van de leeftijd opgenomen dat er gedurende de hele looptijd van de overeenkomst wordt uitgegaan van de leeftijd bij aanvang van de overeenkomst. In het pensioenreglement zoals dat vanaf 1 juli 2012 geldt, is zelfs expliciet opgenomen dat de beschikbare premie een jaarpremie betreft. Daarnaast staat er in het pensioenreglement dat het percentage en de leeftijd van de deelnemer voor de eerste maal bij aanvang van het deelnemerschap en daarna ieder jaar op 1 januari wordt vastgesteld.

Volgens de kantonrechter is in de stukken geen steun te vinden voor de stelling van Y, dat de hoogte van de premie voor een deelnemer bij aanvang wordt vastgesteld voor de gehele looptijd van de pensioenovereenkomst. De kantonrechter concludeert dan ook dat de door X gevraagde verklaring voor recht dat Y de pensioenovereenkomst niet op correcte wijze heeft uitgevoerd voor toewijzing gereed ligt.

Verjaring?

Y deed een beroep op verjaring van een deel van de vordering. De premie waarvan betaling wordt gevorderd, moet per jaar worden betaald. Dat betekent dat een verjaringstermijn van toepassing is van vijf jaar na aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (art. 3:308 BW). De premies zijn ieder jaar door de werkgever verschuldigd aan de pensioenuitvoerder. Dat betekent dat de verjaringstermijn jaarlijks voor de premie van het desbetreffende jaar gaat lopen. Daar doet niet aan af dat X er pas sinds 2014 van op de hoogte was dat Y te weinig premie voor haar afdroeg. Een deel van de premievordering is dus verjaard en de vordering tot nakoming van de pensioenovereenkomst is voor dat deel niet meer mogelijk en wordt afgewezen.

Schadevergoeding?

Volgens de kantonrechter heeft Y echter door het niet volledig nakomen van de pensioenovereenkomst onrechtmatig gehandeld jegens X. Het belang van X is zo nauw betrokken bij een behoorlijke uitvoering van de uitvoeringsovereenkomst tussen Y en de pensioenuitvoerder dat zij schade kan leiden als Y als contractant in die uitvoering te kort schiet. De kantonrechter constateert dat X daardoor schade heeft geleden. Naar het oordeel van de kantonrechter “brengen de normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt onder de gegeven omstandigheden mee dat Y de belangen van X had moeten ontzien door zijn gedrag mede door die belangen te laten bepalen”. Dat heeft Y nagelaten en uit dien hoofde handelde hij onrechtmatig jegens X.

Een vordering tot schadevergoeding verjaart door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden en in ieder geval door verloop van twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt (art 3:310 BW). X stelt dat zij pas eind 2014 wist dat geen sprake was van volledige betaling van de pensioenpremie door Y aan de pensioenuitvoerder. Y betwist dit onvoldoende gemotiveerd, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. De verjaringstermijn van vijf jaar is dus nog niet verstreken. De schade wordt gevorderd vanaf 1 april 2003, zodat de termijn van twintig jaar ook nog niet is verstreken. De schadevergoedingsvordering van X is dus niet verjaard. Y moet de schade vergoeden die X leidt door het handelen van Y (het niet betalen van de juiste premie).

Commentaar

Y stelde zich kennelijk op het standpunt dat een beschikbare premieregeling met een met de leeftijd stijgende premie op basis van een staffel zo moest worden uitgelegd dat de staffel alleen bepalend is voor het vaststellen van een premie bij aanvang van het deelnemerschap, die dan de rest van de looptijd ongewijzigd blijft. Dat is niet alleen uitermate ongebruikelijk, maar leidt ook tot leeftijdsonderscheid. Leeftijdsonderscheid is bij het toekennen van een beschikbare premie toegestaan als het pensioenresultaat op de pensioeningangsdatum voor alle deelnemers die overigens in dezelfde omstandigheden verkeren hetzelfde is. En dat is bij de uitleg die de werkgever aan de pensioenovereenkomst geeft niet zo. Een deelnemer die op 21-jarige leeftijd in de regeling begint, heeft gedurende zijn gehele loopbaan een andere beschikbare premie als zijn collega die pas op 30-jarge leeftijd gaat deelnemen. Dat leidt tot verschillende pensioenresultaten op de pensioeningangsdatum die louter worden veroorzaakt door het verschil in leeftijd. Hoewel de werknemer zich niet op leeftijdsdiscriminatie beriep, kreeg de werkgever de kous op de kop.

De kantonrechter neemt – terecht – de pensioenovereenkomst en het pensioenreglement als uitgangspunt. Daaruit volgt dat sprake was van een beschikbare premie op basis van een leeftijdsafhankelijke staffel. Met zijn beroep op verjaring behaalde de werkgever een pyrrusoverwinning. Dat beroep honoreerde de kantonrechter, maar hij concludeerde wel dat sprake was van onrechtmatig handelen waardoor de werkgever schadeplichtig was. En die vordering was nog niet verjaard, zodat de werknemer per saldo kreeg wat hij vroeg.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Rotterdam 9 februari 2018 (gepubliceerd 20 februari 2018)

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 februari 2018.