Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Verdeling pensioenrechten na echtscheiding volgens Duits recht

30 mei 2016

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalt dat op de verdeling van een huwelijksgemeenschap Duits recht van toepassing is. Omdat er geen pensioenrechten in Nederland zijn opgebouwd, geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding niet.

Situatie

De heer X en mevrouw Y trouwden in 2004. In 2015 verzocht Y de rechtbank de echtscheiding uit te spreken. X was het niet eens met onder andere de vaststelling door de rechtbank van de alimentatie, de omgangregeling met de kinderen en de verdeling van de boedel, waaronder de verdeling van de pensioenen. Hij tekende beroep aan bij het Hof Arnhem-Leeuwarden. Het Hof gaat uitgebreid in op de argumenten van de man. Wij bespreken alleen de pensioenelementen van de zaak. Een belangrijke vraag die in dat kader beantwoord moet worden, is welk recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime.

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap naar Duits recht

Na het sluiten van het huwelijk woonden X en Y achttien maanden in Duitsland. De eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats na sluiting van het huwelijk (ook wel eerste huwelijksdomicilie genoemd) lag dus in Duitsland. Dat betekent dat het Duitse recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime.

Het Hof komt tot de conclusie dat huwelijksgoederengemeenschap naar Duits recht verdeeld moet worden. De Zugewinngemeinschaft, het Duitse wettelijke huwelijksgoederenstelsel, omvat een finaal verrekenstelsel. Het uitgangspunt van dit systeem is dat het vermogen van X en Y gescheiden blijven. Iedere echtgenoot blijft zelfstandig eigenaar van het vermogen waarover hij ten tijde van het sluiten van het huwelijk beschikte en het vermogen dat hij tijdens het huwelijk verwerft. Bij echtscheiding wordt de tijdens het huwelijk ontstane aanwas (Zugewinn) tussen de echtgenoten vereffend.

Verevening/verrekening van het pensioen

Artikel 10:51 BW bepaalt dat de vraag of een echtgenoot bij scheiding recht heeft op een deel van de door de ander opgebouwde pensioenaanspraken in beginsel wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten. Een uitzondering wordt gevormd door artikel 1 lid 7 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps). Dit bepaalt dat de Nederlandse wet de verevening beheerst van pensioenrechten die opgebouwd zijn ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1 lid 4-6 Wvps. In deze zaak hebben X en Y beiden geen pensioenrechten in Nederland opgebouwd. Conclusie van het Hof is dat het Duitse recht van toepassing op de verevening/verrekening van het pensioen.

Volgens het Duitse recht is ten aanzien van de verevening/verrekening van het pensioen sprake van een 'Versorgungsausgleich'. De aanwas van het pensioen tijdens het huwelijk moet verevend/verrekend worden. Het hof verzoekt X en Y om een overzicht van hun opgebouwde pensioen tijdens het huwelijk en een voorstel te doen voor de Versorgungsausgleich.

Commentaar

De berekening van het Versorgungsaugleich is vergelijkbaar met de Nederlandse systematiek. De pensioenaangroei tijdens de huwelijkse periode moet gelijk tussen de ex-echtgenoten verdeeld worden. In tegenstelling tot de Wvps geldt dit in Duitsland ook voor bepaalde privépensioenvoorzieningen (lijfrenten). Ook de uitbetaling van de uitvoerder aan ieder van de ex-echtgenoten is vergelijkbaar. Hoewel de Nederlandse Wvps formeel niet van toepassing is, is de praktische uitwerking vergelijkbaar. In de procedure is de eventuele verdeling van het partnerpensioen overigens niet aan de orde gekomen.

In de uitspraak geeft het hof X en Y in overweging te bekijken of zij de afwikkeling van de Zugewinngemeinschaft, de partneralimentatie en de pensioenrechten niet in onderling overleg kunnen regelen. In de uitspraak kun je tussen de regels door lezen dat de onderlinge verhouding tussen X en Y op zijn zachtst gezegd niet echt vriendelijk is. Een scheidingsmediator – zoals in Nederland steeds gebruikelijker - zou hierbij wellicht uitkomst kunnen bieden.

Auteur: Erik Schouten en Vera Hek, adviseurs Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1854

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 mei 2016.