Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Verevening pensioen van een buitenlandse pensioenregeling

6 oktober 2017

Is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing op een buitenlandse pensioenregeling? Volgens de rechtbank Rotterdam wel.

Getrouwd en gescheiden in Nederland

X en Y trouwden op 2 september 1976 in Rotterdam. Van 1988 tot 2007 was X werkzaam bij Stolt-Nielsen, waar hij pensioen opbouwt. Het pensioen is sinds 1 januari 1993 verzekerd bij een Zwitserse pensioenverzekeraar, te weten Pax, Sammelstiftung BVG (verder: Pax).

Na 14 jaar huwelijk ontbindt rechtbank Dordrecht het huwelijk door echtscheiding. De beschikking wordt op 1 maart 2001 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in Dordrecht. In de echtscheidingsbeschikking verklaart de Rechtbank dat de opgebouwde ouderdomspensioenrechten verevend moeten worden conform de Wet Verevening Pensioenrechten (verder: Wvps). De Rechtbank beveelt X daaraan zijn medewerking te verlenen. X werkt echter niet mee.

De afkoopwaarde van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen zou bij uittreden uit het pensioenfonds per 1 maart 2001 (de datum van de echtscheiding) CHF 119.729,40 hebben bedragen. X is niet per die datum uitgetreden uit het pensioenfonds en het pensioen is dus ook niet afgekocht.

Op 30 mei 2007 bereikt X de 65-jarige leeftijd. Sinds juni 2007 krijgt X een brutobedrag van CHF 14.442,00 uitbetaald ter zake van zijn pensioen. Dit betreft een maandelijks brutobedrag van CHF 1.203,50.

Recht op verevening van buitenlandse regeling?

Y is van mening dat zij op grond van de Wvps recht heeft op de helft van het door X tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. De tijdens de huwelijkse periode opgebouwde pensioenaanspraken van X bedragen CHF 119.729,40, dit is € 109.609,18.

Bij de Rechtbank vordert Y:

  • Primair: X te veroordelen om aan haar € 54.904,59 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
  • Subsidiair: X te veroordelen te bewerkstelligen dat Pax het aan Y toekomend bedrag van € 54.804,59 rechtstreeks uitbetaalt, indien X aantoont dat het pensioenbedrag niet ineens aan hem is uitgekeerd ;
  • meer subsidiair: - voor het geval dat X aantoont dat van betaling ineens geen sprake is geweest en dat daarvan geen sprake meer zal zijn - X te veroordelen het aan Y toekomende bedrag van de reeds verstreken termijnen van het opgebouwde pensioen ineens aan Y te betalen. En X te veroordelen tot verevening van de nog niet verstreken termijnen van het opgebouwde pensioen.

Recht op verevening van buitenlandse regeling?

De Rechtbank concludeert dat op het huwelijksvermogensregime van X en Y het Nederlands recht van toepassing is. En dan is volgends de Rechtbank in beginsel de Wvps van toepassing.

Volgens de artikel 1, achtste lid Wvps is deze wet van toepassing op pensioenen in een buitenlandse pensioenregeling. Volgens de Rechtbank is in de situatie van X en Y sprake van zo’n buitenlandse pensioenregeling, nu het een pensioenregeling betreft die wordt uitgevoerd door een buitenlands uitvoeringsorgaan, te weten door het in Zwitserland gevestigde Pax.

Uit diezelfde Wvps volgt dat de echtgenoot die recht heeft op verevening, geen recht verkrijgt op uitbetaling van een deel van dat pensioen door het buitenlands uitvoeringsorgaan, maar alleen een recht op uitbetaling van de andere echtgenoot. Nu Y geen recht heeft op rechtstreekse uitbetaling door Pax, valt niet in te zien dat X dat wel kan bewerkstelligen, aldus de Rechtbank. De Rechtbank: Gelet hierop ligt de subsidiaire vordering van Y om X te veroordelen er aan mee te werken dat Pax het aan Y toekomende bedrag rechtstreeks uitbetaalt aan Y voor afwijzing gereed.

Met betrekking tot de primaire vordering moet de Rechtbank beoordelen of X kan worden veroordeeld tot betaling ineens van het aan Y toekomende deel, zoals Y vordert. De Rechtbank wijst die vordering af. Volgens de Rechtbank had X voldoende gemotiveerd dat hij het pensioen niet heeft afgekocht. De Rechtbank ziet daardoor geen aanleiding om X tot betaling van het bedrag ineens te veroordelen.

Y heeft volgens de Rechtbank daarentegen wel recht op betaling ineens door X van het haar toekomend deel van de reeds verstreken (maandelijkse) pensioentermijnen. Immers X heeft deze bedragen ontvangen en Y heeft recht op betaling van haar deel. Ook heeft Y recht op betaling door X van het haar toekomend deel van de toekomstige (maandelijkse) pensioentermijnen.

Commentaar

Voor X en Y is nu helder dat Y recht heeft op pensioenverevening. Ook al betreft het een buitenlandse regeling. De Wvps geeft daarover geen onduidelijkheid. Waarom  de rechter zich hierover moest buigen, is voor ons onduidelijk. Kennelijk was het nodig voor partijen dat de rechter vaststelde dat het Nederlands recht van toepassing was op hun huwelijksvermogensregime. Maar dat had hun advocaat ook al kunnen vaststellen. En hadden zij zich de kosten kunnen besparen van deze procedure.

Tussen maart 2001 tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in juni 2007 heeft er mogelijk een groei van de pensioenaanspraken plaatsgevonden. X werkte toen immers nog bij Stolt-Nielsen. Nu niet vast staat met welk bedrag de pensioenaanspraken van X in de na-huwelijkse periode van 1 maart 2001 tot juni 2007 is toegenomen, welke groei alleen aan hem toekomt en dus afgescheiden moet worden van de te verrekenen pensioenuitkering, kan de Rechtbank niet vaststellen welk percentage van de pensioenaanspraken (met terugwerkende kracht) aan Y toekomt. De Rechtbank houdt daarom een verdere beslissing aan.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Rotterdam, 27 september 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 5 oktober 2017