Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Verhoging AOW-leeftijd ongerechtvaardigde inbreuk eigendomsrecht

26 februari 2018

De arbeidsongeschiktheidsuitkering van X stopt als hij 65 wordt. Door het opschuiven van de AOW-leeftijd ontstaat voor hem een inkomensgat van negen maanden. Volgens de rechter is  hier sprake van ongerechtvaardigde inbreuk van het eigendomsrecht.

Verhoging AOW-ingangsdatum discriminatoir?

X is geboren op 22 december 1951. X vraagt een AOW-pensioen aan bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb).
De Svb kent X met ingang van 22 september 2017 het maximale AOW-pensioen toe voor een gehuwde. Als gevolg van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd en de Wet versnelling van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd gaat het AOW-pensioen van X in op 22 september 2017. Dan is X 65 jaar en 9 maanden.

X vindt dat de toepassing van de nieuwe regelgeving op hem een discriminerende uitwerking heeft. Hij is sinds 2005 arbeidsongeschikt en kan zich daardoor niet aan de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd aanpassen, waar gezonde personen dat wel kunnen door bijvoorbeeld langer door te werken. X vraagt om vernietiging van het besluit van de Svb.

Volgens de Svb ligt aan haar besluit ten grondslag dat de verhoging van de AOW-leeftijd in het geval van X een gerechtvaardigde inbreuk is op het eigendomsrecht van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Eerste Protocol). Volgens de Svb is er geen sprake van leeftijdsdiscriminatie.

Volgens de rechtbank kan X aanspraak maken op een AOW-pensioen onder dezelfde voorwaarden als andere personen in zijn leeftijdscategorie. X wordt wat betreft de aanspraak op het AOW-pensioen daarom ook niet anders behandeld dan arbeidsgeschikte personen. Dat hij als gevolg van zijn arbeidsongeschiktheid de extra maanden niet met werken kan overbruggen, maakt dat niet anders. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Ongerechtvaardigde inbreuk eigendomsrecht?

X voert aan dat er een ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op zijn eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol. Hij mocht erop vertrouwen dat hij bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar een AOW-pensioen zou krijgen. Hij is arbeidsongeschikt en verschilt daarmee van andere personen voor wie de AOW-leeftijd is verhoogd.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) overwoog in enkele uitspraken van 18 juli 2016 (onder meer ECLI:NL:CRVB:2016:2613 en ECLI:NL:CRVB:2016:2609) dat met de verschuiving van de AOW-aanvangsleeftijd sprake is van inbreuk op het eigendomsrecht van een betrokkene. De CRvB concludeerde dat de verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen proportioneel te achten is en niet leidt tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Maar dat het mogelijk is dat door de wetswijziging in concrete gevallen wél sprake is van schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Dit speelt wanneer er sprake is van een onevenredig zware last als bedoeld in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Of er sprake is van een onevenredig zware last moet van geval tot geval op basis van een deugdelijk individueel feitenonderzoek worden beoordeeld, aldus de CRvB.

De rechtbank Overijssel overwoog eerder dat de enkele toetsing aan de voorwaarden van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR) niet aan te merken is als een deugdelijk individueel feitenonderzoek naar het bestaan van een onevenredig zware last bij een betrokkene. Het onderzoek is pas deugdelijk als alle relevante elementen tegen de specifieke achtergrond van de betrokkene worden afgewogen. Wij schreven daarover in ons nieuwsbericht van 28 augustus 2017.

De Svb heeft bij zijn beoordeling slechts getoetst aan de voorwaarden voor een overbruggingsuitkering, zoals geformuleerd in de OBR. Daarbij is gekeken naar het inkomen van eiser en zijn partner in de maand dat hij 64,5 jaar oud werd en naar hun vermogen. Zoals uit voornoemde uitspraak blijkt, kunnen evenwel ook andere omstandigheden van belang zijn bij de beoordeling of eiser een onevenredig zware last draagt doordat zijn AOW-pensioen negen maanden later is ingegaan. In het bijzonder wijst de rechtbank daarbij op het argument van X dat door het opschuiven van de AOW-leeftijd voor hem een inkomensgat ontstaat van negen maanden. In die negen maanden stelt hij niet verzekerd te zijn voor zijn arbeidsongeschiktheid, nu de verzekering is geëindigd bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaren. Voorheen sloot de einddatum van zijn verzekering aan bij de ingangsdatum van zijn AOW-uitkering. De Svb heeft volgens de rechtbank dan ook onvoldoende onderzoek gedaan naar de relevante elementen in de specifieke situatie van eiser. Deze beroepsgrond slaagt. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Commentaar

Sinds de verhoging van de AOW-ingangsleeftijd in 2013 is regelmatig aan de orde geweest of die verhoging in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol. Zie bijvoorbeeld onze nieuwsberichten van 9 december 2015, 25 april 2013, 19 maart 2014, 28 augustus 2017 en 4 januari 2018. De algemene lijn is telkens dat dit niet geval is omdat sprake is van een wettelijke basis en van maatregelen in het algemeen belang.

Of sprake is van een onevenredig zware last, moet van geval tot geval en aan de hand van de specifieke omstandigheden van dat geval worden beoordeeld. En daarbij zijn alle relevante omstandigheden van belang en moeten worden meegewogen. Uit de nieuwsberichten blijkt dat de Svb bij deze toetsing regelmatig er gemakkelijk vanaf maakt en te kort door de bocht gaat. Zo ook inde onderhavige uitspraak.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Overijssel; 16 februari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 23 februari 2018