Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Verhoging pensioenrichtleeftijd verlaagt lijfrentepremieaftrek en dotatie OR

13 februari 2017

Eind december publiceerde de staatssecretaris het ‘eindejaarsbesluit 2017'. Volgens dit besluit gaan de lijfrentepremieaftrek, de dotatie aan de oudedagsreserve en staffelpercentages voor netto pensioen omlaag.

Aanpassingen

Per 1 januari 2018 gaat de pensioenrichtleeftijd voor tweede pijler pensioenen omhoog van 67 jaar naar 68 jaar. Daarover schreven wij in ons nieuwsbericht van 18 januari. In lijn met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd wijzigen per die datum ook het dotatiepercentage voor de fiscale oudedagsreserve, de fiscaal maximale opbouwruimte voor lijfrenten en de staffelpercentages voor netto pensioen.

Ook de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd in 2022 naar 67 jaar en 3 maanden is een reden voor de aanpassing van de wet. De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd heeft gevolgen voor het deelnemingsjarenpensioen. Het besluit past daarvoor zowel het vereiste aantal deelnemingsjaren als het leeftijdscriterium daarop aan.

Maximale lijfrentepremieaftrek en factor A

De jaarruimte bepaalt de maximale lijfrentepremieaftrek. Voor 2017 bedraagt de maximale jaarruimte: 13,8% x premiegrondslag – (6,5 x factor A) -/- F.

Met ingang van 1 januari 2018 gaan de vermenigvuldigingspercentage en – factor van respectievelijk de premiegrondslag en factor A in deze formule omlaag. Deze veranderingen in de formule zijn het gevolg van de verhoging van de pensioenrichtleeftijd op 1 januari 2018 met één jaar.

Voor 2018 is de maximale jaarruimte: 13,3% x premiegrondslag – (6,27 x factor A) -/- F.

Factor A bij beschikbare premieregelingen

De pensioenaangroei voor beschikbare premieregelingen berekent u door de pensioenpremies van het voorafgaande kalenderjaar te vermenigvuldigen met een factor die in het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 staat (artikel 15 UBIB 2001).

Het eindejaarsbesluit 2017 vermeldt voor beschikbare premieregelingen de vermenigvuldigingsfactoren voor de factor A die gelden vanaf 1 januari 2019. Doordat voor de factor A de pensioenpremie in het voorafgaande jaar bepalend is, heeft de verhoging van de pensioenleeftijd per 1 januari 2018 voor de factor A pas effect in 2019.

Oudedagsreserve

Zelfstandig ondernemers mogen jaarlijks een percentage van de winst doteren aan de oudededagsreserve. Hiermee stellen zij de belastingheffing over een stukje winst uit. In 2017 bedraagt het dotatiepercentage 9,8. Dit percentage gaat met ingang van 1 januari 2018 omlaag naar 9,44. Ook deze verlaging is het gevolg van verhoging van de pensioenrichtleeftijd op 1 januari 2018.

Staffel voor netto pensioen

In het eindejaarsbesluit 2017 staan ook de staffes 2017 voor netto pensioen. Deze staffel staat niet alleen in de Wet op de inkomstenbelasting (artikel 17bis) maar ook in bijlage VII van het geactualiseerde staffelbesluit dat de belastingdienst publiceerde in januari 2017 geactualiseerde staffelbesluit. In ons nieuwsbericht van 30 januari 2017 leest u meer daarover.

Naast de staffel voor netto pensioen die geldt voor het jaar 2017, bevat het eindejaarsbesluit 2017 de (lagere) staffel die geldt vanaf 1 januari 2018.

Commentaar

De verhoging van de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 en de AOW-ingangsdatum in 2022 heeft ook gevolgen voor de maximale lijfrentepremie-aftrek, oudedagreserve en het netto pensioen. De Wet op de inkomstenbelasting 2001, de loonbelasting, het Uitvoeringsbesluit Wet IB 2001 past de wetgever daarom aan. Omdat de maximale opbouw van lijfrente en oudedagsreserve is gekoppeld aan de fiscale opbouwruimte voor het 2e pijler pensioen wijzigt de lijfrentepremieaftrek en de OR-dotatie ook per 1 januari 2018.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rijksoverheid, Eindejaarsbesluit 2017

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 februari 2017.