Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Verkenning keuzemogelijkheden aanvullend pensioen

Verkenning keuzemogelijkheden aanvullend pensioen

18 mei 2021

PWC onderzocht extra keuzemogelijkheden voor pensioendeelnemers. Het onderzoeksrapport stuurde minister Koolmees op 12 mei 2021 naar de Eerste Kamer.

Onderzoek naar keuzemogelijkheden

In de Kamerbrief principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel van 5 juni 2019 beloofde het kabinet te laten onderzoeken welke keuzemogelijkheden bij aanvullend pensioen op termijn kunnen worden toegevoegd, naast het bedrag ineens op pensioendatum. In oktober 2019 verzocht Kamerlid Van Weyenberg ook om een breed onderzoek naar keuzemogelijkheden voor pensioendeelnemers.

PWC kreeg de opdracht om dit onderzoek te doen. Het onderzoek gaat in op de meest genoemde en voor de hand liggende keuzemogelijkheden. Dit zijn keuze voor:

  • de pensioenuitvoerder, die in potentie beter aansluit op voorkeuren van de deelnemer;
  • het beleggingsprofiel met meer of minder risico of met meer of minder groen beleggen;
  • voortijdig aanwenden van pensioenvermogen, bijvoorbeeld voor aflossen eigenwoningschuld;
  • een tijdelijk lagere premie, meer inkomen nu en een lager pensioen later.

 

Het rapport beschrijft op basis van beschikbare literatuur de implicaties van de voorgestelde varianten. Daarbij is aandacht besteed aan de juridische haalbaarheid en uitvoeringsgevolgen, maar ook aan gevolgen en risico’s voor de deelnemer en voor het collectief.

Keuze voor pensioenuitvoerder

De keuze voor de pensioenuitvoerder geeft de deelnemer de mogelijkheid om een uitvoerder te kiezen die meer aansluit bij voorkeuren. Bijvoorbeeld omtrent groen beleggen, de wijze van communicatie/dienstverlening met deelnemers of een uitvoerder die bijvoorbeeld lagere uitvoeringskosten heeft.

Deze keuze kent volgens het rapport de volgende uitdagingen:

  • De vrije keuze van een pensioenuitvoerder is niet te verenigen met risicodeling, zoals voorzien in het nieuwe pensioencontract of de verbeterde premieregeling met solidariteitsreserve;
  • Deze keuze is naar verwachting niet verenigbaar met behoud van de verplichtstelling en vergt fundamentele discussie over taakafbakening;
  • Vrije keuze voor een uitvoerder van een regeling op sectorniveau, of op niveau van de werkgever, lijkt niet uitvoerbaar. Als de inhoud van de regeling geheel overgelaten wordt aan de deelnemer die hierbij eigen keuzes kan maken óf als er een voorgeschreven gestandaardiseerde pensioenregeling komt, dan zijn er volgens het rapport wel mogelijkheden voor een werkbare uitvoering;
  • Voor uitvoeringslasten moet rekening gehouden worden met grote uitdagingen voor pensioenuitvoerders en werkgevers die gaan leiden tot kostenstijgingen.

 

Keuze voor beleggingsprofiel

Dit betekent dat de deelnemer keuzes kan maken zodat de wijze waarop belegd wordt, beter aansluit bij zijn risicohouding en -draagkracht, maar ook bij andere voorkeuren, bijvoorbeeld op gebied van duurzaamheid. Deze vorm van keuzevrijheid is volgens het rapport uitvoerbaar bij een verbeterde premieregeling, maar lijkt moeilijk uitvoerbaar bij een regeling met solidariteitsreserve die gevuld wordt uit collectief behaald rendement.

Keuze vroegtijdig aanwenden van pensioenvermogen

Deze keuze geeft huishoudens de mogelijkheid het pensioen beter te laten aansluiten op hun financiële situatie, bijvoorbeeld tijdens het “spitsuur” van het leven. Met deze keuze zouden er meer financiële middelen beschikbaar komen om bijvoorbeeld de kosten van de woning en een jong gezin te kunnen dragen.

Het rapport beschrijft de volgende nadelen van deze keuze mogelijkheid.

  • Omdat oudere werknemers aanzienlijk meer op te nemen pensioenvermogen bezitten, is er mogelijk een prijsopdrijvend effect op de woningmarkt als het pensioengeld daaraan besteed wordt;
  • Per saldo ontstaat het risico voor jongere deelnemers dat veel pensioenopbouw wordt misgelopen in ruil voor een relatief bescheiden bijdrage aan de aankoop van de woning of het aflossen van de hypotheek. Het rapport toont een rekenvoorbeeld waar € 5.000 meer nu vrij beschikbaar voor een jonge deelnemer betekent dat er later € 40.000 minder pensioenvermogen zal zijn opgebouwd;
  • De uitvoering wordt aanzienlijk moeilijker naarmate meer restricties gesteld worden, zoals aan de omvang van het bedrag of aan de bestedingsdoelen. Voorwaarden zullen nodig zijn om foute keuzen te voorkomen - die immers niet te herstellen zijn als de deelnemer zich dat (te laat) beseft.

 

Keuze tijdelijk lagere premie

De keuze voor een tijdelijk lagere premie geeft deelnemers tijdelijk meer financiële ruimte; bijvoorbeeld in een dure fase van het leven. Ook hier geldt dat jonge deelnemers die minder premie inleggen later een lagere pensioenuitkering zullen krijgen.

Het rapport laat zien dat deze keuzemogelijkheid meer ruimte biedt aan niet-rationeel gedrag bij pensioen. Daarnaast geldt ook hier dat uitvoering complexer wordt naarmate meer restricties gesteld worden aan de hoogte van de premieverlaging en het gebruik van de bespaarde premie.

Commentaar

Het rapport is opgesteld door PWC in opdracht van SZW en is begeleid door een klankbordgroep bestaande uit betrokken ministeries en toezichthouders AFM en DNB. De rapporteurs doen geen aanbevelingen.

Het kabinet heeft het rapport zonder een nadere standpuntbepaling naar de Eerste Kamer gestuurd.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen:

Kamerbrief ‘Verkenning Keuzemogelijkheden bij aanvullend pensioen’; Eerste Kamer d.d. 12 mei 2021

Bijlage bij de Kamerbrief 12 mei 2021 ‘Verkenning Keuzemogelijkheden bij aanvullend pensioen

Dit bericht is geschreven naar de stand van zaken op 17 mei 2021