Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Verlengen beleggingsverzekering op oude voorwaarden

15 februari 2019

Een verzekeringnemer wil zijn beleggingsverzekering verlengen onder handhaving van bestaande rechten en plichten. De verzekeraar mag in deze situatie geen nieuwe voorwaarden stellen.

Beleggingsverzekering verlengen onder dezelfde voorwaarden

X sloot op 1 december 1990 een beleggingsverzekering bij verzekeraar Y met als einddatum 1 december 2017. Verzekeraar V neemt in 1994 de verzekering over en zet deze voort. In 2014 stuurt V aan X een nieuw polisblad van de voortgezette beleggingsverzekering. Daarin staat onder meer dat de oorspronkelijke bijzondere afspraken over de fiscale behandeling in stand blijven en dat X belegt in het Garantiefonds waarvoor een garantie geldt van 4% samengestelde interest.

In de algemene voorwaarden bij deze verzekering staat onder meer dat de einddatum van de verzekering misschien mag opschuiven.

Op 10 oktober 2014 beklaagt X zich bij V erover dat V de polis eenzijdige gewijzigd heeft. Volgens X bevat de polis ook nog eens diverse onduidelijk- en onjuistheden. Hij eist dat de voorwaarden van de oude polis van toepassing blijven voor zover die gunstiger zijn dan de nieuwe polis.

V reageert daarop met een schriftelijke garantie dat de wijziging van de verzekering niets heeft veranderd aan de rechten van X en de plichten van V. In deze garantiebrief schrijft V ook: “Een verlenging kunt u op elk moment aanvragen via een schriftelijk verzoek met handtekening (…) uiterlijk voor einddatum van uw verzekering. Wij verlengen dan uw verzekering tot uiterlijk 80-jarige leeftijd. (…)”

Op 24 maart 2017 vraagt X aan V om de verzekering te verlengen. V laat X weten dat X bij verlenging moet kiezen voor één van de mixfondsen van V en dat hij bij verlenging geen recht meer heeft op de garantie van 4%. X is het hier niet mee eens. Hij wil verlengen met behoud van het huidige fonds met een garantie van 4%.

Voortzetten in niet meer bestaand fonds en 4% garantie?

X en V verschilden van mening over de vraag of X aan de verzekeringsvoorwaarden het recht kan ontlenen op verlenging van de beleggingsverzekering onder handhaving van de belegging in het fonds met 4% rendementsgarantie. Volgens de rechter is daarmee de uitleg van een beding in de polisvoorwaarden in geschil.

De rechter: “Bij de uitleg van bedingen in een overeenkomst komt het aan op de betekenis die partijen over en weer redelijkerwijs daaraan mochten toekennen en op hetgeen ze te dien aanzien over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Wanneer het, zoals in dit geval, gaat over polisvoorwaarden waarover door partijen, voorafgaand aan het opstellen/de toezending daarvan, niet is onderhandeld, is de uitleg daarvan met name afhankelijk van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van een eventuele bij de polisvoorwaarden behorende toelichting.” (…) Op grond van artikel 6:238, tweede lid, BW prevaleert bij twijfel over de betekenis van een beding in de algemene voorwaarden van een consumentenovereenkomst, waaronder ook de onderhavige polisvoorwaarden moeten worden gerekend, de voor de consument gunstigste uitleg.“

De rechtbank constateert dat in de voorwaarden is opgenomen dat het misschien mogelijk is om de verzekering te verlengen. Dit op zichzelf geeft geen duidelijkheid over de vraag of hieraan voorwaarden zijn verbonden en zo ja, welke, aldus de rechtbank. In de persoonlijke toelichting op de polisvoorwaarden, die op de persoonlijke situatie van X is toegespitst, is aan verlengen wél een voorwaarde verbonden. Hierin is evenwel enkel opgenomen: “Binnen de fiscale grenzen kunt u op de einddatum ook kiezen voor verlenging”. Volgens de rechter blijkt uit deze toelichting niet dat er aanvullende voorwaarden gelden voor verlenging van de verzekeringsovereenkomst. X mag er daarom vanuit gaan dat hij zijn beleggingsverzekering op gelijkblijvende voorwaarden mag verlengen.

De enige begrenzing daarbij zijn de fiscale grenzen, die hier overigens niet aan de orde zijn. Volgens de rechter heeft V heeft het verzoek van X tot verlenging van de overeenkomst daarom ten onrechte afgewezen. Als gevolg hiervan is zij tekortgeschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst.

X eiste nakoming van de verzekeringsovereenkomst. V gaf aan dat het fonds waarin de beleggingen van X waren geplaatst niet meer beschikbaar is zodat het onmogelijk is per 1 december 2017 te beleggen in hetzelfde fonds. Volgens de rechtbank heeft V hiermee voldoende duidelijk gemaakt dat nakoming van de verzekering niet meer mogelijk is. De vordering van X om V te veroordelen tot schadevergoeding wijst de rechter toe. De omvang van de geleden schade moet nog wel worden vastgesteld.

Commentaar

Verzekeraar V stelde voor de verlenging slechts één voorwaarde: dat het binnen de fiscale grenzen moest vallen. Aanvullende voorwaarden, zoals keuze voor een ander fonds en het verlies van de 4%-garantie werden pas meegedeeld nadat X had gevraagd om verlenging. Dat werd de verzekeraar fataal en maakt dat hij tekort schiet in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Omdat het feitelijk onmogelijk is om de verzekeringsovereenkomst na te komen, is de verzekeraar schadeplichtig.

Deze zaak toont helder hoe de rechter omgaat met de uitleg van voorwaarden waarover niet is onderhandeld, zoals CAO’s en algemene en product specifieke verzekeringsvoorwaarden. Voor de uitleg van dergelijke voorwaarden wordt gekeken naar onafhankelijke objectieve factoren. Waarbij wordt gekeken wat er staat en hoe het verwoord is. En bij twijfel over de betekenis krijgt de consument een uitleg die voor hem het gunstigst is.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Rechtbank Gelderland, publicatiedatum 24 januari 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 februari 2019